menu

Hier kun je zien welke berichten BrotherJohn als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Talk Talk - Spirit of Eden (1988)

5,0
reptile71 schreef:
Die opbouw en harde climaxen enzo, dat verstillende en ontroerende, de spanning, het horen aankomen van een instrument...

Mijn kennismaking met Spirit of Eden was via de verzamelaar Natural History, die ik als vijftienjarige halverwege de jaren '90 grijs draaide. Die verzamelaar wordt afgesloten met I Believe in You en Desire. Aanvankelijk vond ik het midden van het verzamelalbum het mooiste en meest kleurrijk (The Colour of Spring), met een zeer speciale adoratie voor het wat meer experimentele Happiness is Easy. De twee 'bijzondere buitenbeentjes' aan het einde bleken laatbloeiers te zijn, en openden voor mij de weg voor het magnus opus van Talk Talk: Spirit of Eden.

The Appleseed Cast - Sagarmatha (2009)

4,0
Hi,

Mijn eerste kennismaking met The Appleseed Cast. Een fijn gevarieerd album hoor. Bij tijd en wijlen wel een beetje te voortkabbelend. Door de lichtvoetige poppy afwerking proeft het een beetje als post-rock met (te veel) slagroom. De zang kan me niet bekoren, is slecht te noemen zelfs. Een intro van een prachtig nummer als Raise the Sails wordt er een beetje door verpest. Gelukkig schat de zanger zijn zangkwaliteiten op juiste waarde, en houdt hij zijn kaken vooral veel op elkaar.

Referenties in overvloed. Het zit in de hoek van Hammock, wat betreft de tragere ambient stukken met atmosferische gitaren. De spaarzame wat ruigere psychedelische stukken hangen ergens tussen God Is an Astronaut en Grails in. Of is die laatste iets te ver gezocht? Ook zonder het bestaan van Explosions in the Sky hadden sommige nummers niet zo kunnen zijn als ze zijn geworden. De track Like A Locust helt een andere kant op, een rock/elektronica cross-over a la New Order. Heel andere koek dus.

Een intro zoals het nummer The Road West heeft, is erg mooi opgebouwd. Opvallend is hoe het tweede deel van dit nummer maar voortkabbelt en voortkabbelt. Er ontbreekt iets... niets heeft de leiding, niets domineert. Staan er enkele sporen per ongeluk op "mute"? Wat meer improvisatie en dynamiek had niet misstaan. Zonde toch, want de intro is van buitengewone klasse. En zo is er op alle nummers wel wat aan te merken.

Bij het luisteren naar The Appleseed Cast worden mijn verlangens op momenten helemaal vervuld, maar tijdens het luisteren ontstaat er ook een honger naar het al eerder genoemde God Is an Astronaut. Een nauwe verwant, maar nog net wat consistenter en overtuigender.

Toch een goede score. Dit album is een deels geslaagde poging tot de voor mij perfecte muziek, mede dankzij de slagroom.

Vier sterren en vriendelijke groeten,
John

The Bats - Daddy's Highway (1987)

4,5
Dunedin album dat geen zwakke momenten kent. Prachtige gitaarpop. Feelgood en uplifting, maar ook lekker ongepolijst. Een vrij essentieel album in de indie rock scene als je het mij vraagt. nu ik het album herontdekt heb hoor ik er veel van mijn favorieten uit iets latere jaren in terug, waaronder Galaxie 500, Low, The Stone Roses, The Serenes, Ride en Yo La Tengo.

The Bats - The Deep Set (2017)

4,0
Gemengde gevoelens... sommige nummers, zoals No Trace, Busy en Steeley Gaze zijn zeer aanstekelijk. Maar over het algemeen mis ik de scherpe randjes, rauwe hoekjes en rammelende snaren die het 30-jaar oudere Daddy's Highway zo kenmerkt. De productie had ook niet zo glad gehoeven. Het album begint eigenlijk zeer tam, pas vanaf het vierde / vijfde nummer komt de swung er een beetje in. De wereldplaat die onze meester recensent Erwin erin hoort, hoor ik er niet in. The Bats anno 2017 klinken een beetje als Real Estate aan de andere kant van de Stille Oceaan, maar dan luister ik liever naar The Bats.

The Boxer Rebellion - Ghost Alive (2018)

2,5
Pit, passie, spanning, dynamiek.... dat zijn de ingrediënten die ontbreken. Ik kan goed zonder, maar als ik The Boxer Rebellion luister wil ik graag het gevoel beleven dat ik heb als ik naar The Cold Still luister. Ghost Alive wil nog steeds niet binnenkomen en raken, ik wacht al een tijd totdat dat wel gebeurd en ik een goede score kan geven, maar het is eerder zo dat de verveling toeslaat. De eenvoudige akkoordenschema's, gebrek aan dynamiek in de nummers, gladgestreken vocalen, de vol geproduceerde semi-akoestische muzikale basis, het past allemaal niet zo goed bij elkaar. Hier en daar hoor ik bands als The National en The Frames terug maar het kan daar niet aan tippen. De piano's, blazers en strijkers die toegevoegd zijn aan het muzikale palet missen de kwinkslag om de songs boeiend te maken.

The Boxer Rebellion - Promises (2013)

3,0
Voorganger The Cold Still is één van mijn favoriete pop/rock albums van 2011 gebleken. Een album met een zeer pakkend begin (eerste vier nummers) en vervolgens enkele prachtige ingetogen en wat meer uitgesponnen epische nummers (Caught by the Light, Both Sides Are Even) in mineur-akkoorden gespeeld waaruit enige verbeelding, magie en reflectie sprak. Een toch ook voornamelijk braaf en toegankelijk album dat hier en daar de gevoelige snaar raakte en kippenvel deed opwekken. Reden genoeg om er bij de opvolger als de kippen bij te zijn.

Helaas weet dit album Promises me in geen enkel opzicht te pakken. Dan zou het al het gitaar- en drumgeluid moeten zijn dat sporadisch beperkt verfrissend klinkt. Maar het voelt allemaal een beetje niets-aan-de-hand en voorspelbaar aan, te standaard, braaf en mainstream. Geen nummer dat me echt bij de strot weet te grijpen. Geen scherpe of intieme kantjes meer. Illustratief dieptepunt is New York met een paar standaard piano-akkoorden, Safri Duo-achtige drums en nog net geen gebruik van vo-coder. Diamonds, dat me ook wel een beetje doet denken aan de band The Church, is het enige mooie nummer hier.

Hopelijk dat er andere bewonderaars van The Boxer Rebellion zijn die anders tegen het album aankijken en dit wel mooi en bijzonder kunnen vinden.

The Boxer Rebellion - The Cold Still (2011)

4,0
Prachtig album zonder vullers, maar met stuk voor stuk nummers die staan als een huis. Heerlijke drums. Toch nergens echt vernieuwend. Bij veel nummers komen uiteenlopende referenties naar boven drijven, en dan zeker niet in negatieve zin. Bij het openingsnummer kun je niet om The National heen, bij bepaalde stukjes in 'Memo' niet om de oude Interpol, terwijl ik 'The Runner' in hart en nieren een typische R.E.M.-song vindt. Zo'n zwoele lange ballad als 'Caught by the Light' had niet misstaan op een Low-album, terwijl het nummer zonder het bestaan van Explosions in the Sky niet zo had kunnen eindigen. Dan zijn er nog Scandinavische raakvlakken. Rustigere nummers zoals 'Cause for Alarm' en 'Doubt' klinken een beetje als Kent en Eskobar en dat soort bandjes, terwijl de zuivere stem van de zanger daarin als twee druppels water lijkt op die van Morten Harket (van a-ha). Wanneer ik een van mijn favorieten, 'Both Sides Are Even' luister, denk ik aan hoe Coldplay na hun eerste twee albums verder had moeten gaan, terwijl mijn hart verwarmd voelt omdat ik weemoedige invloeden van Steve Wilson en Porcupine Tree opsnik.

Genoeg gerefereerd. Bij zoveel referenties denk je misschien: is er dan niets origineel? Zeker wel! Het album is in zijn geheel meer dan uniek. Super strak ingespeeld en dito geproduceerd. Het is noch saai, noch overgevarieerd. Noch hard, noch slapjes. Er is een gulden middenweg gevonden. Misschien zijn al die referenties er wel voor om uit te leggen waarom dit album in zijn geheel zo goed matcht met mij als luisteraar.

De één na hoogste score ga ik niet geven. Daar is het nazeur-gehalte iets te hoog voor. Ik worstel een beetje met het element dat de liedjes iets te veel pakken en 'plakken'. Ze blijven in je hoofd plakken alsof er bison-kit onder zit. Was het iets minder herkenbaar maar iets abstracter geweest allemaal, was er een hogere score weggelegd. 4,0*

The Cat's Miaow - A Kiss and a Cuddle (1996)

4,5
Een album vol met korte minimalistische gitaarpop snoepjes. Onschuldige en 'n tikkeltje melancholische twee-pop. Indie waar geen moeilijke capriolen uitgehaald worden, maar waar de zangeres met een hemels stemmetje de lichtvoetige drums, bas en gitaar opvult. Af en toe twee orgeltonen. Muzikale diversiteit is er niet zoveel. Het ene liedje is ingetogen, schemerig en dromerig, het andere liedje is opgetogen en overheerst er dat haastige slaggitaartje. Knusser kun je je indiepop niet voorstellen. Denk aan een vereenvoudigde weergave van "The Feelies". Een unieke sfeer, een unieke band. Favorieten: Hollow Inside, Sleepyhead, Third Floor Fire Escape View, Little and Small. Kies je pareltjes er maar uit. Met keuze uit 42 valt er genoeg te kiezen.

**** Vier sterren en vriendelijke groeten, BrotherJohn.

The Cat's Miaow - The Long Goodbye (1999)

Alternatieve titel: Bliss Out Vol. 14

4,5
Bijzonder sfeervol en betoverend plaatje dat niet vaak genoeg op de repeat kan blijven staan. The Cat's Miaow maken knusse tweepop-gitaarliedjes met een hoog dreampop-gehalte. Dat gehalte is hier verder vormgegeven doordat de nummers bewerkt zijn met indrukwekkende lagen ambient. Doet hier en daar 'n beetje aan Yo La Tengo denken. De zangeres zorgt voor de rest: ze is een engel! Zelden zo'n comfortabele lieve stem gehoord. 4,5*

The Chills - Silver Bullets (2015)

4,5
Nog nooit een poging ondernomen te verwoorden waarom dit album zo'n voltreffer is.

Om te beginnen, Underwater Wasteland heeft een combinatie van elementen in zich die diep weten te raken: melancholie, cynisme, het perfect aan de oppervlakte brengen van een realiteit in het onderbuikse (/ onderzeese), een prachtige opbouw, geweldige gitaarlijnen en een groots atmosferisch geluid. Het nummer spreekt zo tot de verbeelding dat het de problemen van overbevissing en afval in de oceanen dieper doet doordringen dan wanneer ik er een documentaire over zou zien.

Een andere voltreffer is Warm Waveform. Zo melodieus als Pink Frost, veel knusheid uitstralend, een warm bed vormend van gevoelens van veiligheid, liefde en intimiteit.

Het derde briljante nummer is het sprankelende, beeldsprakige Pyramid, waar flink tegen het kapitalisme wordt aangeschopt. Geweldig hoe ook hier de muziek de teksten ondersteunen. Bij het wat grimmige "Why should I climb" gedeelte is het alsof je de pyramide juist afrolt, terwijl daarna (bij het niet meer omhoog hoeven klimmen) een viool een geweldig gevoel van vrijheid geeft en de gitaren daarna veel energie uitstralen. Het nummer gaat dan over in het luchtige When the Poor Can Reach the Moon, dat een onvervalst portie idealisme uitdraagt. En met wat een ongkende intensiteit allemaal!

Het uptempo America Says Hello druipt ook over van een gezond portie cynisme, en bovenal geweldige gitaarklanken zoals ze alleen down under geproduceerd worden. Silver Bullets behoort ook tot de sterkste nummers op het album. Het meeslepende Tomboy is ook mooi. Molten Gold is dan toch een ietwat flauwe afsluiter. Op het singeltje van dat nummer staat trouwens een nieuwe versie van Pink Frost, de intro is een beetje vlak maar als het dan eenmaal op gang is is het wel weer genieten.

The Chills - Snow Bound (2018)

3,5
Op het vorige album, het intense Silver Bullets, hoorden we een grote diversiteit aan nummers. Van simpel, vlot, opgewekt tot complex, melancholiek, getergd. De lat werd daar zeer hoog gelegd. Die veelzijdigheid ontbreekt helaas op dit album. Het meeste is up-tempo (zoals Molten Gold op het vorige album), en het gaat zo snel dat het na een dik half uur alweer voorbij is. Zoals Ludo al aanhaalde is het geluid best wel gladgestreken. Met een goede productie is niets mis, maar er mochten best wat meer stekels en randjes aan zitten, of een goed intermezzo of instrumentaal experiment hier en daar. Tekstueel is het deze keer ook niet allemaal even spitsvondig, soms een beetje te easy peasy. Het is niet het 4* album waarop ik stilletjes gehoopt had.

The Delgados - Universal Audio (2004)

4,0
We zijn ruim een decennium later... Weer eens geluisterd en maar weer eens een berichtje hier. Deze muziek heeft mede dankzij de uitstekende songwriting en kraakheldere productie de tand des tijds helemaal doorstaan. Dat geldt sowieso voor de twee catchy powerpopliedjes "Everybody Come Down" en "Girls of Valour", die nog altijd even relevant en aanstekelijk zijn en de twee onbetwiste hoogtepunten van het album zijn. De meeste nummers waar Emma Pollock alleen zingt zijn driekwartsballades ("Sink Or Swim", "The City Consumes Us", "Keep on Breathing"), deze zijn toch wat minder en doen nu opeens sterk denken aan de band Sixpence None the Richer. Van de overige liedjes zijn "I Fought the Angels", "Is This All That I Came For", "Get Action!" en "Bits of Bone" zeker de moeite waard. Uiteindelijke blijkt het toch meer een album om je favorieten op de repeat te zetten dan het geheel in één ruk uit te luisteren.

The Jezabels - Prisoner (2011)

4,5
Een lekker onbevangen, uitwaaierend gitaarpop album. Fijne combinatie van indie rock, dreampop en postpunk. Tot nu toe veruit het beste album van The Jezabels. Als favorieten staan momenteel gemarkeerd: Rosebud, Try Colour, City Girl. Als je het mij vraagt een album dat ook over tien jaar nog fier overeind staat en de tand des tijds gaat doorstaan.

The Maccabees - Given to the Wild (2012)

4,0
The Maccabees draaien als een blad aan de boom om, laten een heel ander geluid horen. Ze ontdoen zich van het een beetje standaard indie-geluid. Ze kruipen uit de schaduw van bands als The National en Arcade Fire en laten zich nu niet zo gemakkelijk meer in een hokje stoppen. Dat is alvast een compliment!

De nieuwe wat meer atmosferische formule spreekt mij zeer aan. Met Child opent meteen een heerlijk actief en afwisselend nummer, dat enerzijds iets weg heeft van grauwe dromerige Noord-Engelse bands als Doves en Elbow, maar in Brighton (Zuid-Engeland) kennen ze het doorbreken van de zon gelukkig, vooral het gitaarwerk is vol warme emotie. Feel to Follow lijkt geknipt voor de radio, een grootse, kwetsbare en heel gevarieerde complete track met geweldige solo, een track die in totaal maar drieënhalve minuten duurt, hoe krijgen ze het voor elkaar! Wanneer op de volgende track piano en veel ruimtelijke effect wordt toegevoegd krijg ik associaties met de wat progressievere band dredg. Een klein beetje proggy, een heel klein beetje dan, zo klinken de Maccabees tegenwoordig toch ook wel een beetje. Alleen ligt de echte kracht wat mij betreft in het midden van het album met Glimmer, Forever I've Known en Heave. Deze ijzersterke tracks staan bol van melancholie, heerlijk gitaarwerk en fijne drums. Bij Heave en Pelican (een nummer waarvan ik niet zo begrijp dat het de meeste stemmen heeft) kleeft er om een of andere reden een Fleet Foxes gevoel aan me, misschien wel door de manier van zingen en het gitaarwerk.

Het album was beter geweest als ze de laatste twee tracks achterwege hadden gelaten. Na Unknow heb ik er gewoon steeds genoeg van. Een slaapverwekkend nummer als Slowly One kan ik dan echt niet meer gebruiken. De afsluiter Grew Up at Midnight is te standaard, te bombastisch en te veel op de automatische Arcade Fire piloot. Jammer dat een verder sterk album zo moet eindigen. Maar dat hoeft de score verder niet echt te drukken.

The Paradise Bangkok Molam International Band ‎ - 21st Century Molam (2014)

4,0
De Laotiaanse / Noordoost Thaise traditionele molam muziek in een instrumentaal rockjasje gestoken. Van oorsprong alleen een bamboe mondorgel + driesnarige luit + percussie, maar nu in een volwaardige rockband bezetting. Soms een beetje richting dub, soms een beetje richting disco, soms een beetje richting surf. Het gaat echter nooit ten koste van de traditionele klanken, opgewekte melodieën en herkenbare songpatronen. Eigenlijk heel welkom, zo'n gemoderniseerd en goed geproduceerd molam album.

The Sound of Siam (2010)

Alternatieve titel: Leftfield Luk Thung, Jazz & Molam in Thailand 1964 -1975

4,5
Tropicália was voor mij een goede introductie in de Braziliaanse muziek van de jaren zestig. Thailand ligt dan wel 16500 km verderop, maar deze The Sound of Siam doet me veel denken aan die frisse Tropicália muziek. De tropische sfeer natuurlijk, maar ook de soul-, funk-, beat- en rockinvloeden overgewaaid uit het Westen, op een eigen manier gemengd met de traditionele inheemse sound. Een andere overeenkomst is dat ook dit zo'n stabiele verzamelaar zonder skip-momenten is.

Hoewel er op de cover de elkaar bijtende namen "Siam" en "Thailand" staan, is het met name toch het Lao-volk (wonende in Isan, Noord-Oost Thailand) dat hier te horen is. Van hen zijn de traditionele "Lam" folksongs afkomstig. Die zijn herkenbaar aan de melodieuze manier van je verhaal vertellen, zenuwachtige bamboe mondorgels, het hoge tempo, de typische baslijntjes, het phin-gepingel (een soort van luit) en de gemoedelijke danseressen die met flexibele polsen sierlijke vingerbewegingen maken; die laatste moet je er bij het luisteren zelf maar bij bedenken.

De teksten, vaak vol ironie, gaan over alledaagse dingen, over eten (Kai Tom Yum), over relaties, maar vooral ook over armoede. Saknatee Srichiangmai (tiende nummer) klaagt dat hij zijn gezin al tijden geen andere melk anders dan instant melk te bieden heeft, terwijl Onuma (derde nummer) zich afvraagt waarom ze haar paar klanten per dag kwijtraakt; wat maakt de papajasalade die even verderop te koop is gewilder dan die van haar? "Ding dong" (Bargoens voor geslachtsgemeenschap) is een wat flauwere track.

Wanneer je in Oost-Thailand of Laos bent, zul je deze oude muziek niet zo snel, misschien wel nooit horen. Behalve Koreaanse pop is vooral een vervlakte vervelende vercommercialiseerde evolutie van deze ooit zo rijke creatieve Lam hoorbaar. De traditionele folk song van het huidige moment hangt vaak van keyboards en synthesizers aan elkaar. Druk je de jeugd deze muziek onder hun neus, dan word je aangekeken alsof je niet goed wijs bent. Lokale dertigers en veertigers horen er van op. "He! Zo gek was die oude tijd nog niet... wat een swing en soul! Wat een geinige teksten! Wat een mooie cd is dit!"

Voor mij is dit album behalve gevarieerd en mooi ook bevredigend in dat opzicht dat het bewijst dat er ooit kwaliteitsmuziek werd gemaakt. Dat de Lao kennelijk een rijke muziekgeschiedenis hebben die ze zelf alweer bijna vergeten zijn. Dat er daar een jaren '60 was die een beetje klonk zoals de onze...

4,5*

The Space Cossacks - Tsar Wars (2000)

3,0
Voor de liefhebber van goed geproduceerde surf revival-muziek. Het schiet echter alle kanten uit, van energieke lawaaierige surf tot de meest zoetsappige ballades met Shadows-sound en alles wat daar tussenin zit. Binnen het gegeven dat alles op elkaar lijkt bij surfmuziek, is er toch wel een veelzijdigheid aanwezig. Bij vlagen is het erg mooi zelfs. Maar het wispelturige is meteen ook het manco, het proeft meer als een willekeurig samenraapsel van nummers dan een album. 3,0*

The Ventures - Walk Don't Run, Vol.2 (1964)

4,0
Het meeste dat ik hoorde van The Ventures - een band die op moment van schrijven al 51 jaar in dezelfde formatie instrumentale rock ('n roll) maakt - is toch wat te truttig (lees: eenvoudig en bescheiden). Veel deuntjes luisteren weg als Hollandse smartelappen zonder zang... dat wil je toch niet luisteren? Gelukkig maken The Ventures ook surf-nummers, en hun reputatie op dat vlak is groot. Een hoop andere surf-bands hebben hun nummers overgenomen. The Lively Ones streken met de eer bijvoorbeeld, nadat Quentin Tarantino hun versie van Surf Rider verkoos voor Pulp Fiction. Gemiste kans voor The Ventures. Waarschijnlijk zijn The Ventures niet 'vet' genoeg, te braaf, waardoor ze ook op deze site niet echt interessant gevonden worden.

Dit album is iets experimenteler en het beste dat ik van The Ventures ken. Cult-klassieker Walk Don't Run (een deuntje dat wellicht bij iedereen bekend is) is in een veel stoerder jasje gestoken met een schel orgeltje maar wat vooral fijn is is de overdosis reverb die de gitaarversterkers laten horen, alsof de gitaren onder hoge elektrische spanning staan. Een onbeschrijflijk geluid, en hoe mooi geproduceerd! Walk Don't Run '64 en Diamond Head zijn twee van die tracks die toen futuristisch in de oren geklonken moeten hebben, en nu nog steeds een hele boel indruk maken. Vijf sterren voor die tracks, 4,0* voor het album.

The Walkmen - Heaven (2012)

4,0
iemand op rateyourmusic schreef:

This is a very boring album. Guess it's good to listen by the fire with your girlfriend. Sadly, I don't have a fireplace nor a girlfriend.

Wel zo'n album die je dan luistert inderdaad en gelukkig maar ben ik wel voorzien van vriendin en (buiten)haard. Vrolijk, zomers, en het het album ademt een onschuldige naïeve romantische 50's/60's sfeer. Misschien doordat de nummers redelijk eenvoudig en naturel van aard zijn; maar het oooh-oh-oh zal vast ook wel aan dat gevoel bijdragen, het werkt voor mij in ieder geval niet storend. Want behalve vrolijkheid klinkt er door alle nummers ook een bepaalde volwassenheid en gelijkmoedigheid heen die ik wel kan waarderen. Geen verbetenheid te bespeuren. Kortom, een heerlijk album. En moeilijk te vergelijken met de eerste twee albums, die ook staan als een huis maar wat melancholieker zijn.

New York. Tien jaar geleden was Interpol het helemaal. De laatste jaren ben ik verknocht geraakt aan The National. Het lijkt erop dat The Walkmen de derde NY-band wordt die me door hun geluid en uitstraling langzaamaan helemaal weet in te pakken.

Tony Dekker - Prayer of the Woods (2013)

4,5
Ook zeven jaar later nog heerlijk om naar te luisteren. Ik heb veel Great Lake Swimmers geluisterd, heb al hun albums op cd en ze drie keer live zien optreden. Dit album (dat ik nog niet op cd of lp heb) vind ik uiteindelijk toch wel de beste en fijnste om naar te luisteren, dus nog voor de eerste twee GLS albums die ook uitzonderlijk zijn. Hier bijna geen zwakke momenten, het is verstild, tot de verbeelding sprekend, sjamanistisch (ik had hier eerst het vervuilde woord 'spiritueel' staan), perfect uitgebalanceerd; minimalistisch en toch 'vol' en voldoende afwisselend. Hoe bewonderaar ik ook ben van de Great Lake Swimmers, zijn stem komt solo toch beter uit dan met begeleidingsband in vol ornaat erachter. Ik hoop dat er nog weer eens een solo-album verschijnt. Mark Hollis en Nick Drake zullen ze niet meer maken. Tony Dekker past voor mij goed in dat rijtje van bescheiden genieën, en gaat hopelijk nog even door.

Tortoise - Tortoise (1994)

4,0
Was me tot voor kort nooit zo bewust van het oprichtingsjaar van Tortoise (1991 al) en het bestaan van dit album (1994), terwijl ik toch al heel wat luisteruren heb doorgebracht met Tortoise en mezelf al rekende tot de imaginaire groep doorgewinterde Tortoise-luisteraars. Maar ze begonnen niet pas in 1996. Bijzonder dat dit album al alle kenmerken van het experimentele jazzy Tortoise-rockgeluid bezit, ze hadden hun sound meteen al gevonden. In de ritmesecties van de wat stevigere nummers is duidelijk de invloed van postrockgrondleggers Slint hoorbaar. Het valt me op hoe in alleen de basgitaar Tortoise al zoveel dynamiek, afwisseling en sfeer weet te leggen, misschien wel het belangrijkste instrument op dit album, zonder de andere instrumenten tekort te willen doen. Fijne ontdekking die beter laat dan nooit is gekomen. Alleen de productie laat wat te wensen over. Of een remaster de luisterervaring fijner zou maken betwijfel ik, zo'n album uit 1994 mag eigenlijk ook altijd wel zo blijven klinken als hij altijd heeft geklonken. In tegenstelling tot luisteraars hierboven steekt er voor mij geen track met kop en schouders bovenuit, het hele album is van een constant hoog niveau.. Ik zet als eerste een sterretje bij het afsluitende Cornpone Brunch.

Tripswitch - Geometry (2010)

3,0
Niet een briljant maar wel een prima downtempo/ambient album met een beetje psy- en idm-invloeden hier en daar. Dat Nick Brennan opgegroeid is met piano en gitaar is te horen en maakt het tot een aantrekkelijk geheel. Het dromerige Concentric Circles is wat mij betreft een top-track. De sfeer, de compositie/opbouw, de stem van Natasha Taylor en de climax naar het einde toe...

Tycho - Dive (2011)

4,0
Boards of Canada en Ulrich Schnauss zijn al genoemd. Ik wil daar nog Helios (Caesura) aan toevoegen, het klinkt soms als twee druppels, vooral de downtempo stukjes met akoestisch gitaargetokkel en bepaalde wijdse 'piano'-klanken. Niet zo origineel dus. Dat op zich hoeft geen belemmering te zijn voor een goede score. De meeste tracks zijn eigenlijk best melodieus en met zekere potentie geschreven. Maar het ontbreekt aan een goede uitwerking / uitvoering. De old-fashioned drumcomputer en melodieuze baslijnen spreken me nog best wel aan, vormen een basis waar je nog mee verder kunt, maar het synthesizer-werk daar bovenop is te anoniem en verre van verfijnd. Voor de 'zwevingen' in zijn klanken moet Tycho toch maar eens bij de reeds genoemde Ulrich in de leer gaan. Ook is het allemaal te clean, tussen de frequenties van drums/bas en synthesizer ontbreekt er gewoon nog een laag; het liefst een gruizige, pruttelende laag!
Het smaakt zo een beetje als een goedkoop stuk slagroomtaart. Geen exotische ingrediënten, simpele structuur, je hoeft niet te kauwen, het is hap-slik-weg, en achteraf heb je je twijfels.
Ook al is dit wel een favoriet genre, om deze redenen zou ik er toch nooit vier sterren aan kunnen geven. 3*

Tycho - Epoch (2016)

4,0
Iets opzwepender dan de voorgaande twee platen, onder andere dankzij het heerlijke actieve drumwerk. Iets progressiever en minder toegankelijk ook dan de vorige twee. Genoten van het concert in een volle Melkweg gisteren, zowel de electronica- als postrock-liefhebber in mij kwam ruim aan zijn trekken.

Tycho - Simulcast (2020)

3,0
Grotendeels overlappend met de vorige release "Weather" uit 2019, enkele nummers hebben een andere naam en iets andere uitvoering gekregen. Weather bleek een uitstapje te zijn naar niet-instrumentaal, door een zangeres (Saint Sinner) een rol te geven. Dat was niet bepaald een succes en het lijkt wel dat Hansen met dit album Simulcast aan de fans wil laten weten dat Tycho gewoon instrumentaal is en blijft. Helaas is er weinig nieuws te ontdekken op beide releases. Met Past Is Prologue vestigde Tycho zich. De albums Dive en Awake blijven ook staan als highlights en met Epoch maakte Tycho nog een lichte draai. De zon is er altijd in deze muziek, maar nu is er helaas weinig nieuws onder de zon. Zou ze toch ooit nog wel weer live willen zien. Alweer een paar jaar geleden dat ik ze meemaakte in de Melkweg. Het snaarstrakke drumwerk van O'Connor is me goed bijgebleven. En ook dat het instrumentale Tycho een zo jong publiek weet te trekken.