menu

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van RoyDeSmet. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2022, februari 2022, maart 2022, april 2022, mei 2022, juni 2022, juli 2022, augustus 2022, september 2022, oktober 2022, november 2022, december 2022, januari 2023

Katy Kirby - Cool Dry Place (2021) 4,0

25 juni 2021, 16:33 uur

Tijdens een heftige regenbui dit voorjaar ontdekte ik deze Cool Dry Place. Het album begint met een soort gebedje. In het kleine liedje ‘Eyelids’ begeleidt Kirby zichzelf op akoestische gitaar en zingt met haar loepzuivere kopstem wat ze wenst en droomt als ze “your girl”, dan wel “your man” zou zijn. Op de achtergrond klinkt een verloren piano. Na deze voorbede barst Katy Kirby met haar band uit in het energieke ‘Juniper’. De drums klinken luid in de mix, een elektrische gitaar met redelijk clean geluid speelt de leadmelodieën terwijl een tweede elektrische gitaar met een wat meer overstuurd geluid voor diepte en dynamiek zorgt. Het lied duurt net iets langer dan tweeënhalve minuut, maar door de wisselingen in dynamiek lijkt het zeker een minuut langer te duren!

Wat direct opvalt zijn de aanstekelijke popmelodieën. Een gevoel hiervoor heeft Katy Kirby van jongs af aan meegekregen. Zij groeide in de jaren ’90 op in een streng-christelijke dorpje in Texas waar ze in haar middelbareschooltijd in een worship band speelde. Seculiere pop- en rockmuziek was er in haar jeugd niet. In plaats daarvan was zogenoemde ‘contemporary Christian music’ de muziek waar Katy mee opgroeide. Deze muziekstroming werd binnen de Amerikaanse Evangelische kerk gebruikt en ontwikkeld om kerkgangers aan de hand van toegankelijke en hedendaagse melodieën meer binding te laten krijgen met het geloof. Katy Kirby heeft de laatste jaren meer afstand genomen van het geloof, maar de behoefte aan melodieën die prettig in het gehoor liggen is zo diepgeworteld dat ze aangeeft niet iets te kunnen schrijven dat voor veel mensen ontoegankelijk zou kunnen zijn.

Cool Dry Place duurt slechts 28 minuten en een paar seconden. “Ik heb ADHD; er is niets waar ik langer dan 45 minuten naar zou willen kijken of luisteren. Ik kan me niet voorstellen dat iemand anders dat wel zou willen!” In deze 28 minuten komen de meest uiteenlopende onderwerpen voorbij, verspreid over 9 liedjes. De teksten zijn poëtisch zonder hoogdravend of pretentieus over te komen. Door de directe bewoordingen, gedetailleerde beschrijvingen van bijvoorbeeld acties, bewegingen en kledingstukken, en doordat ze vergelijkingen maakt met alledaagse voorwerpen als pepermuntjes en goudvissen in vuilniszakken, spreken de teksten je direct aan. In ‘Juniper’ vergelijkt ze de relatie tussen een moeder en dochter met het bijhouden van een tuin. Niet zozeer de relatie met haar eigen moeder, want die is “ongewoon hecht”. De twee kunnen over alles praten, maar ze vroeg zich tijdens het schrijven van dit lied wel af hoe ook in zo’n relatie teleurstellingen onvermijdelijk zijn. Een zin als “You don’t need anyone else to tell you what’s gonna grow / you’re on your own, you’re on your own” maakt duidelijk dat je sommige dingen zelf moet uitvinden, ook als de relatie goed is en de moeder betrokken blijft bij een volwassen dochter: “Even it’s still, it’s still an evergreen”. Dat is de manier waarop Katy Kirby schrijft. Door middel van alledaagse vergelijkingen ligt de materie niet te zwaar op de maag. Een spontane verliefdheid wordt in ‘Peppermint’ een snoepje dat ze op haar tong houdt (“I still don’t know what it was but I remember how it tasted. I’m holding you on my tongue”) en haar bindingsangst legt ze bloot door een label op zichzelf te plakken, “koel en droog bewaren”. Zo wil ze het moment uitstellen dat bederf optreedt: “and once the dust has settled, then you’ll know / that you’re gonna get more of me than you bargained for / All the ways it can go wrong / Will we ever get that far?”.

Het mooiste voorbeeld van Katy Kirby’s spel met taal is voor mij het lied ‘Portals’. Dit gaat over een relatie die begint te rafelen. Het is ook een van de stilste liedjes qua productie en had wat mij betreft een betere afsluiter geweest dan ‘Fireman’. In dit lied herinnert zij de eenheid die ze vormden en vraagt ze zich af of ze los van elkaar niet beter af zijn, en mochten ze weer samen komen, of ze dan de dingen nog weten die ze samen geleerd hebben.

If we peel apart
Will we be stronger than we were before?
We had formed ourselves together
In a temporary whole.
And if we reunite, will we still know
The things that we had learned before?
We’re not boxes, doors, or borders
We were portals


Dit stuk is door mij geschreven voor de EnClave-blog en daar op 3 juli 2021 voor het eerst gepubliceerd: Katy Kirby – ‘Cool Dry Place’ - enClave

» details   » naar bericht  » reageer  

Julia Stone - Sixty Summers (2021) 2,5

5 juni 2021, 18:11 uur

"Julia Stone is met haar tijd meegegaan. In haar teksten is ze nog herkenbaar de oude."

Negen jaar na het verschijnen van By The Horns kwam op 30 april het langverwachte derde solo-album van Julia Stone uit: Sixty Summers. De Australische zangeres verkreeg aan het begin van deze eeuw wereldwijde bekendheid als onderdeel van het duo Angus & Julia Stone, dat ze samen met haar broer Angus vormde. De lome indie-folk van de twee “deed niemand kwaad en een hoop mensen goed”, verklaart Kurt Blondeel van het Vlaamse Knack Focus de populariteit van Angus & Julia Stone treffend. Wereldschokkend was het niet, maar de muziek werd dankbaar gebruikt in romantische feelgood-scenes in films en series.

Al tijdens de hoogtijdagen van het duo brachten zowel Angus als Julia al een eerste solo-album uit. In 2012 besloot het duo ook een pauze in te lassen en de nummers die ze al voor een derde Angus & Julia Stone-album hadden geschreven, op de plank te laten liggen. “Het werkte niet”, gaf Julia aan in een interview met Wonderland magazine. Tijdens deze pauze konden zowel broer als zus zich goed focussen op hun tweede solo-albums. Voor Julia leidde dit tot de release van By The Horns waarop ze een veel persoonlijkere kant van zichzelf kon laten horen l dan dat ze op een Angus & Julia Stone-album kon. Het werd een heel introspectief album over liefde en hartzeer en klonk melancholischer dan de twee albums die ze met haar broer Angus uitbracht.

Op 20 april 2012 zag ik Julia Stone live tijdens de By The Horns-tour in een klein kerkje in Amsterdam. Stone werd bij dat optreden muzikaal ondersteund door onder meer Bryce Dessner (gitarist van The National) en toetsenist Thomas Bartlett (die onder de naam Doveman bekend is als producer van onder andere Sufjan Stevens en Florence and the Machine). Zij werkten ook allebei mee aan By The Horns en bleven met Julia samenwerken voor Sixty Summers. Het derde solo-album van Julia Stone liet wat langer op zich wachten, terwijl de eerste opnames voor Sixty Summers al plaatsvonden in 2015. Afgelopen februari had Sixty Summers dan eindelijk moeten uitkomen, maar dat werd met tweeënhalve maand uitgesteld door vertraging bij de fabrikant van de elpees.

Als aankondiging van Sixty Summers kwam in juli 2020 een eerste single uit: ‘Break’. Deze had een geheel ander geluid dan het vorige album. Akoestische gitaren hadden plaatsgemaakt voor elektronische beats en de zanglijnen leken meer geïnspireerd te zijn op hiphop dan op de indie-folk waar Julia Stone aan het begin van de eeuw bekend mee werd. Vervolgsingles ‘Unreal’ en ‘Dance’ zetten deze lijn voort. Pas bij ‘We All Have’ was er een geluid te herkennen dat deed denken aan By The Horns. Het blijkt ook dat dit het lied was dat als eerste werd geschreven voor dit album. Bijzonder aan dit nummer, is dat Matt Berninger meezingt. Op By The Horns coverde Stone nog het lied ‘Bloodbuzz Ohio’ van Berninger’s band, The National, en voor Sixty Summers is het dus gelukt de The National-zanger zelf mee te laten zingen! De vocalen van de twee kunnen niet verder uit elkaar liggen op het geluidsspectrum. De hoge, ietwat geknepen stem van Julia steekt sterk af bij de trage basstem van Berninger. Door de lage synthesizer-tonen die aan Berninger’s zinnen voorafgaan, mengen de stemmen toch mooi samen.

Het nieuwe album kent over de gehele linie die moderne drum-‘n-bass sound die de eerste singles kenmerkten. Op enkele nummers zorgen warme klanken van een blazerssectie voor een mooi contrast met het steriele geluid van de elektronische drums. Synthesizers en elektrische gitaren hebben slechts een ondersteunende rol. Daarmee sluit Sixty Summers goed aan op de muzikale trends van deze tijd, maar in de teksten klinkt de Julia Stone van By The Horns nog altijd door. In de achtergrondinformatie bij de nummers is op Apple Music te lezen dat de liedjes op dit album nog steeds grotendeels geïnspireerd zijn door liefdesverdriet. Zo gaat ‘Substance’ over “verliefd worden op iemand die jou niet serieus neemt, en dat je dat misschien te laat pas doorhebt”, en ‘Easy’ over “samen zijn met iemand waar je veel om geeft, maar waar je niet de juiste match voor bent”. Ook in ‘Heron’ schrijft Stone een slechte relatie van zich af: “I’m dressed like a queen but I’m begging in the streets. I’m hoping you’ll see me lying at your feet. Give me a dollar, buy me a feed. I’m starving to death when I’ve got what I need”. In haar opmerkingen voor Apple Music geeft Stone aan “genoeg te hebben van het moeten schrapen tussen het vuil, terwijl ze een royale hoeveelheid aan ervaringen bij zich draagt, die ze in dat soort situaties vergeet”.

Het titellied van Sixty Summers gaat erover dat Julia (inmiddels 37 jaar oud) nog hoogstens zestig zomers te gaan heeft. Hoe vult ze die in? In ‘I Am No One’, het slotnummer van Sixty Summers, reflecteert Julia Stone op wat je vooral niet moet doen. “Oh, oh, what have I become? I’m living off the pieces of other people’s love”. Dat lied had ze al minstens tien jaar in haar hoofd zitten en doet ook het meest denken aan de muziek van Angus & Julia Stone. Hoewel de nummers voor Sixty Summers over de laatste tien jaar verspreid zijn geschreven, is er weinig vooruitgang te merken in de teksten op dit album ten opzichte van By The Horns en de albums van Angus & Julia Stone. Ze zingt nog steeds over dezelfde onderwerpen op dezelfde manier. De vernieuwing zit in het muzikale. Daarmee spreekt ze mogelijk een nieuw publiek aan want ik mag hopen dat de luisteraars van tien jaar geleden deze Julia wel zijn ontgroeid. Uit nostalgische overwegingen zullen zij dit album misschien af en toe opzetten, of ze zetten een sterk nummer in de vrijdagavond-playlist.

Dit stuk is door mij geschreven voor de EnClave-blog en daar op 5 juni 2021 voor het eerst gepubliceerd: Julia Stone – ‘Sixty Summers’ - enClave

» details   » naar bericht  » reageer  

Palmiyeler - Seytan Odama Geldi (2021)

5 juni 2021, 15:40 uur

'De duivel is in mijn kamer gekomen'

In 2013 werd in İzmir, aan de Egeïsche Zee, de band Palmiyeler opgericht. De naam van de band is het Turkse woord voor palmbomen, en de band combineert een zomers indiepop-geluid met psychedelische rock. Palmiyeler laat een geheel westers geluid horen. Wel zijn alle teksten in het Turks.

Na de titelloze debuut-EP die in maart 2015 uitkwam, bracht Palmiyeler in 2017 en 2018 de albums II (Venus) en Akdeniz uit. Na Ben-Hür (2019-2020) waarop de band alle losse singles bundelde die ze in 2019 en 2020 uitbrachten, verscheen in januari 2021 het derde studio-album van de band: Şeytan Odama Geldi. Een blik op de hoes van dit nieuwe album toont gelijk een veel grimmigere sfeer vergeleken met de vorige albums. De Turkse muzieksite Playtuşu schrijft dat Palmiyeler met dit album afstand neemt van de surfrock van de vorige albums, en een stap zet richting dromerige shoegaze-muziek: “Palmiyeler verruilt cocktails in de avondzon voor blikjes bier terwijl de nacht valt”. Eylül Sonocak van Kıyı Müsik merkt op dat hetgeen Palmiyeler uniek maakte, was dat de band het in zich had het publiek het gevoel te geven een aangename zomerdag in İzmir te beleven. “Zonder afbreuk te doen aan hun originaliteit, is de blik nu naar de herfst gekeerd”, schrijft zij over Şeytan Odama Geldi.

De albumtitel kan naar het Nederlands worden vertaald als ‘De duivel is in mijn kamer gekomen’. Dat de nummers tijdens de pandemie zijn opgenomen, is misschien een verklaring voor de verschuiving van de zomerse surfrock naar een meer herfstige, duisterdere sfeer. Naast de albumhoes en -titel, is dit ook terug te vinden in de teksten: op de titeltrack wordt ondubbelzinnig gezegd dat de parasols gesloten zijn en dat dit betekent dat de herfst is gekomen. Terugkerende thema’s in de teksten op het album zijn afscheid en wederkeren, nostalgie en melancholie, en liefde.

Het album opent met de track “Doğan Güneş Bizi Yakar” (‘De opkomende zon verbrandt ons’), wat ook de eerste zin is die op het album wordt gezongen. Deze openingszin wordt gespiegeld in de laatste zinnen die op het album te horen zijn: ‘Laat de zon boven me opkomen. Er mist vanavond iets in mijn leven’. Dit zijn de enige twee verwijzingen naar de zon op het album, en misschien is het niet toevallig dat het album opent met een opkomende zon, en eindigt met een zon die weer onder is en nu opnieuw moet opkomen. De zon als een teken van hoop: elke dag opnieuw brengt de zon weer licht dat de duisternis doet verdwijnen. Licht dat leven op aarde mogelijk maakt en doet groeien. Maar het leven kan ook pijn doen, wat in dit openingsnummer naar voren komt in de beeldspraak dat de zon je kan verbranden. In dit nummer wordt teruggekeken op mooie herinneringen die twee geliefden delen. Terwijl het afscheid nadert, zijn de tranen het enige dat ze nog hebben. Vragen over zingeving en het houden van hoop, komen in de tussenliggende nummers van het album steeds terug.

De kern van dit album bevindt zich volgens mij gelijk in nummers twee en drie: “Şeytan Odama Geldi” (‘De duivel is in mijn kamer gekomen’) en “Gel Yanıma” (‘Kom naar mij toe’). Deze vormen voor mij het hart van het album: ‘Şeytan’ is de duivel en in de tekst van “Gel Yanıma” wordt God genoemd. In beide titels wordt het werkwoord ‘gelmek’ (‘komen’) gebruikt, met als verschil dat ‘Geldi’ in de verleden tijd is vervoegd en ‘Gel’ een gebiedende wijs is. Het contrast tussen de bovennatuurlijke macht die wordt bezongen in combinatie met de vervoeging van het werkwoord, geeft ruimte voor het grijze gebied waar de volgende nummers van het album zich in afspelen. In die zin vormen “Şeytan Odama Geldi” en “Gel Yanıma” zo de spirituele context van het album. Op allebei deze nummers klinkt de muziek opgewekt. De eerste begint met de regels: ‘Iemand kwam terug uit de dood. Iedereen op het strand zag het’. Doelt zanger Mertcan Mertbilek hiermee op zichzelf, en hoe hij de verleiding van de duivel heeft weerstaan? Het refrein luidt: ‘De duivel is in mijn kamer gekomen. Duisternis of licht deed er niet toe. Het was een verschrikkelijk verhaal’, maar dan vervolgt Mertbilek: ‘Ik denk dat hij een aardige vent was’. Spreekt hieruit dat de verleiding groot was? De duivel zou steeds hebben herhaald: ‘Jij en ik zouden het kunnen’, maar de zanger liet zich niet verleiden. Daarvoor vinden we aanwijzingen in de tekst van “Gel Yanıma” (‘Kom naar mij toe’). In het refrein van dit lied roept de zanger God op om tot hem te komen zodat hij zich aan Hem kan onderwerpen. Hij vervolgt zelfs letterlijk: “Ik zoek God om hoop te vinden en verder te gaan” waarna hij besluit: “Het universum staat eindelijk aan mijn kant”. Het zijn de enige twee directe verwijzingen naar de duivel en God op het album. De overkoepelende boodschap in deze twee nummers lijkt te zijn dat je als mens verantwoordelijk bent voor je eigen daden en dat als je het goede pad kiest, het je in het leven goed zal vergaan.

In tegenstelling tot de spirituele thema’s in de volgende vijf nummers gaan de teksten vooral over de aardse verliefdheid en vriendschappen. In het licht van wat ik schreef over de voorgaande nummers, worden ook steeds vragen opgeroepen over wat de gevolgen zijn van het gedrag dat wordt bezongen. In “Masum Bir Kedi” (‘Een onschuldige kat’) zingt de zanger dat ‘de pijn van gisteren vandaag pas naar buiten komt’, en dat hij ‘niet van wachten houdt’. Hij ziet zich dus geconfronteerd met de gevolgen van zijn daden, waarover in de volgende nummers meer voorbeelden zijn te vinden. “Aslında, Galiba” (‘Eigenlijk, denk ik’) kenmerkt zich muzikaal door een stuwende baslijn, harde drums en overstuurde gitaren. De videoclip bij het lied toont mannen en vrouwen, getekend door zanger en gitarist Mertcan Mertbilek, met kleding en haar die sterk doen denken aan de muziek- en clubscene uit de jaren ’80. Het lied verhaalt over lust en vluchtige liefde, net als “Köpekler” (‘Honden’) waarin de twee de club hebben verlaten voor de woestijn waar ze elkaar in de geparkeerde auto beminnen.

Zoals in “Masum Bir Kedi” bezongen, komen de gevolgen van je daden dus later. In “Bize Sorma” (‘Vraag het niet aan ons’) lijkt de zanger zich dat te realiseren: de relatie is niet zo stabiel en hij voelt zich niet zo op zijn gemak in de kringen waarin hij zich nu bevindt. Het voorlaatste nummer concludeert: “Laat het los. Uiteindelijk toch verschillende levens”. Waar aan het begin van het album de opkomende zon de zanger nog verbrandde, beseft hij in slotnummer “Perdeye arala” (‘Open het gordijn’) dat er altijd obstakels zullen zijn en dat de zon boven hem moet opkomen om hetgeen te kunnen vinden dat hij mist.

Het album Şeytan Odama Geldi zorgt voor een stijlbreuk binnen het oeuvre van Palmiyeler. De zomerse surfrock heeft plaatsgemaakt voor duisterdere shoegaze-muziek en de teksten zijn introspectiever geworden. Het sluit echter goed aan bij de tijd waarin we leven en buiten de context van het album zullen nummers als “Aslında, Galiba” en “Köpekler” qua sound ook prima in de set passen tijdens optredens.

Dit stuk is door mij geschreven voor de EnClave-blog en daar op 15 mei 2021 voor het eerst gepubliceerd: Palmiyeler – ‘Şeytan Odama Geldi’ - enClave

» details   » naar bericht  » reageer