In the Deep Places of the World is één van de vele Kirkwood-albums geïnspireerd op Tolkien's The Lord of the Rings en andere verhalen, waar naast zo onderhand ieder ander levend mens, ook Jim een groot fan van is.
Wormtongue verwijst uiteraard naar het gluiperige personage die in opdracht en behulp van Saruman, koning Theoden op een geestelijke en manipulerende manier letterlijk verteerd. Het is, zoals wel vaker het geval bij Jim Kirkwood, een knaller van een opener: alles omverwerpend synthesizergeweld wordt letterlijk de speakers uit geblazen, en alhoewel ik me goed kan voorstellen, dat veel mensen echt weglopen bij het aanhoren van deze muziek, blijf ik na afloop met open mond voor me uit staren.
The Haradrim neemt meer de tijd om op te bouwen, met bonkende en klaterende klanken, totdat ergens in de 4de minuut de sequences te voorschijn komen. Vreemde melodielijnen die klinken als vervormde krolse katten eisen van tijd tot tijd de aandacht op en het Kirkwoodiaanse gehalte is weer overduidelijk aanwezig. Een kleine pauze in de 10de minuut laat me even naar adem happen, totdat een aanzet die lijkt op Jean Michel Jarre's Third Rendez-Vous mijn aandacht trekt en de rest van het nummer blijft opduiken, terwijl een langzaam beginnende sequence vermengt raakt met een snellere.
Helcaraxe is over de gehele linie wat rustiger van aard en is wat meer doorsnee Kirkwood en weet me daardoor wat minder te verrassen, zonder dat het overigens slecht wordt.
It's Always Winter (On Caradhras) is ingetogen Kirkwood-materiaal die d.m.v een rustig kabbelende sequence en verweven melodielijntjes toch een duistere sfeer weet op te roepen. Rond de 4de minuut wordt het allemaal wat vlotter, maar t.o.v. de rest van het album blijft het allemaal relatief kalm wat we hier te horen krijgen, totdat het vanaf de 9de minuut in één keer allemaal vrij luguber gaat klinken en het nummer uiteindelijk op een vreemde en duistere manier eindigt.
Sorcery from Isengard begint met monsterachtige klanken, maar al snel kondigt zich een vlot klinkend ritme aan, waardoor het tempo weer wat omhoog lijkt te gaan.Vreemde huilerige klanken kondigen weer een hoop akeligs aan, zoals alleen Jim Kirkwood die op een unieke muzikale manier weet te interpreteren, totdat de snelste sequence van het album vanaf de 2de minuut uit de startblokken schiet. De rest van het nummer worden we weer getrakteerd op ouderwets heftig Kirkwood-spul, zoals ik het onderhand wel gewend ben, maar daarom niet minder goed.