Jim Kirkwood staat bij mij bekend als een muzikant die het liefst afwijkt van de radio-vriendelijke speelduur van 3 tot 4 minuten die de meeste nummers duren. Nee, het liefst gaat het er bij hem als volgt aan toe: hoe langer, hoe beter. En de muziek van Jim komt dan ook het best tot z'n recht, als de speelduur van de nummers in kwestie lekker lang zijn. Zo ook het geval bij deze Nightshade in Eden.
"Children Don't Play Here" is een machtige en slepende muzikale creatie die begint als een klassiek stuk, vanwege de vele cello-klanken die te horen zijn. In de 4de minuut komt daar zo'n typische mid-tempo sequence bij, die perfect in het geheel past. Die heerlijke sequences zijn toch wel dé ingrediënten die me zo verslaafd hebben weten te maken aan deze vorm van electronische muziek. Het nummer neemt naarmate het vordert, aan kracht toe, maar overstijgt zich nooit, waardoor het overkomt als een sterke en evenwichtige compositie waar pas op het eind een toepasselijk melodietje om de hoek komt kijken, die de oren nog eens extra doen spitsen. Wat dat betreft een prima opwarmertje voor het ruim 3 kwartier durende titelnummer.
"Nightshade in Eden" begint erg zweverig en ingetogen, maar tegelijkertijd klinkt het geheel erg onrustig, doordat fluisterende en sissende geluiden het geheel een ietwat bevreemdende stemming meegeven. Plotsklaps wordt dit opgevolgd door een bombastisch en dramatisch stuk wat dreigend overkomt. Alsof Jim me op een muzikale manier wil waarschuwen dat het allesbehalve vrolijk wordt. Even lijkt de rust in één keer terug te keren. Zo erg zelfs, dat ik met m'n oren gespitst moet luisteren, aangezien het bijna stil klinkt, totdat ik weer achterover in m'n stoel geworpen wordt, als het stampende stuk van daarnet weer terugkeert. Achtereenvolgens laat Jim de boel weer langzaam op gang komen om me vervolgens te trakteren op zijn sequence-traktaties die een behoorlijk Tangerine Dream-gehalte kennen. Vervelend? Nou, nee!! Mooie, rollende en sprankelende sequences worden over elkaar heen gelegd, waardoor een indrukwekkend klanken-pallet ontstaat, waarin Jim wederom weer het beste uit zichzelf haalt. Na een slordig kwartiertje laat hij de boel langzaam doven, om vervolgens met uiterst relaxed en sfeervol materiaal te komen, die zeer buitenaards aandoet. Dit stuk zal uiteindelijk de basis vormen, waarin ruimte gecreërd wordt voor een langzaam opkomende ritme-sectie die in ritme en dynamiek steeds sterker en steviger wordt, totdat de sequence uit het begin ook weer terug komt. Tot slot overstijgt de muziek zich opeens, en zijn er hier en daar ijzersterke solo's te horen, totdat uiteindelijk alles langzaam wegebt, en het verontrustende stuk uit het intro weer van zich laat horen.
Jim Kirkwood weet andermaal te overtuigen met dit klasse-album, die een sterk staaltje aan vooral aan Berlin School-herinnerende synthesizer-muziek laat horen. Relatief gezien klinkt het ook allemaal nét even wat minder bruut en oorverdovend, dan dat ik normaal gesproken van Jim gewend ben. Maar desalniettemin treur ik daar niet om, hoor. Dit is namelijk gewoon weer erg goed, en zal zeker liefhebbers van Tangerine Dream en Klaus Schulze aan moeten spreken.