"Zzrrrrôôô". 1970. Het LP-debuut van Jan de Wilde. Hij had dan al wel zijn eerste publieke optredens (1962) en eerste tv-optreden (1965) achter de rug. De Wilde die vroeger nog (van zijn vijfde tot z'n veertiende jaar) in het befaamde Cantate Domino koor - toen nog niet zo genoemd - zong, stoptte ermee toen zijn stem brak. De Wilde richtte zijn eigen koortje op met lotgenoten, zijn kladschriftjes in de middelbare school vertoonden meer en meer satirische cartoons en karikaturen van de leerkrachten..
Begin jaren '60 leerde De Wilde instrumenten spelen en begon hij zijn eerste melodietjes en teksten te schrijven, met als muzikale voorbeelden Kor van der Goten, Bob Dylan, Georges Brassens maar even goed Johan Sebastian Bach....
De Wilde volgt in dezelfde periode kunstonderwijs aan St. Lukas, en was ook met poppentheater en fotografie bezig ... maar de jaren '70 luidden dus een succesvolle carièrre in als liedjeszanger/troubadour... met als 'doorbraakoptreden' het Humorfestival in Heist...
De Wilde's aparte manier van liedjesmaken en zijn bevreemende houding 'on stage" zijn zijn handelsmerk geworden. En, De Wilde wordt door zijn Vlaamse collega's niet voor niets beschouwd als de eerste echte grote Kleinkunstenaar in Vlaanderen...
De LP "Zzrrrrôôô" opent met "Ik Kan het, ma". Ja, Jan kan het zeker. Mooie, ogenschijnlijke simpele slordige liedjes maken die inslaan als een bom. Jan kon het in 1970 en Jan kan het nog natuurlijk...
Maar luisteren we ook naar juweeltjes zoals "de Boeman", "Hein en het Meisje", het verhaal van zijn tante Odile (M'n Tant' Odile), "Hier komt Jan de Wilde" en "Loebeke"... "het Gevecht met de Engel"...
Mijn absolute favoriete liedje van het album, en een van mijn favorieten van deze man tout court: "Joke".
"Joke Joke, haal het spinrag uit je haren/ Joke Joke, trek je witte jurkje aan"
Maar er is ook een andere parel, van dit album, en van jans carièrre tout court, "Jan de Wildes 1723ste droom". Wat een tekst !!!
Jongens....
De tekst wil ik u niet onthouden:
"Hoewel ik overdag geen bal uitricht
doe ‘k ’s avonds, moegewerkt, de luikjes dicht,
doof het haardvuur, trap twee spinnen
regelrecht de hemel in,
streel de poes en zoen m’n vrouw
omdat ik van ze hou, miauw.
Dan na de laatste weesgegroet,
doe ‘k wat je met een vrouw in bed doet:
slapen.
We worden ruw gewekt door die lamme telefoon,
zo vroeg in de ochtend, wat is dat voor een clown.
Ik zeg: “hallo, wat zal het zijn?”
’t Is warempel koning Boudewijn!
“Zeg Jan, wanneer kom je nog eens zingen?
We zitten hier allemaal om te springen.
En watdachtjevan een fuif om ’t af te ronden?”
‘k Zeg: “Sorry Bo, verkeerd verbonden”
en hang op.
Ik ga terug om nog een beetje te pitten,
zie ‘k daar een vreemde snoeshaan op de vensterbank zitten.
Hij stelt zich voor als Karel, Eduard Provost,
redactie van De Nieuwe Pulderbossche Post.
Ik wil ‘m woedend zeggen dat dit huisvredebreuk is
maar denk nog net op tijd dat ’n slechte pers niet leuk is.
En met m’n breedste glimlach wijs ik naar ’t bed:
“Kom legt u zich erbij, ’t is nog zo gezellig met
z’n drie.
De kerel is weg, ik ben nauwelijks aan de slag
-ik heb intussen nog niet eens aaneten gedacht-
of daar is weer die zeur van een belastingscontroleur.
De post staat met een fan-mail voor de deur
en als het stilaan tijd wordt om weg te gaan
zie ik ’n massa meisjes in m’n rozentuin staan.
Toch raak ik stiekem buiten, ik ben nog niet zo stom.
Geen kat heeft me herkend, ik heb me vermomd
in Miek en Roel.
Weer sta ik op de planken, weer zijn z’ er allemaal,
de ministers van cultuur, de bisschoppen, de kardinaal.
Studenten en werklui, de B. O. B. die alles ziet;
en ik sta hier ongeschoren, maar dat hindert blijkbaar niet.
Ik schiet uit m’n sloffen, er sneuvelt een snaar.
Aan ’t eind heb ik er welgeteld nog één op mijn gitaar.
Maar elk heeft goed begrepen wat ik nou el bedoel
en ik ga t’rug naar waar ik me het prettigst voel,
naar bed."
Luister eerst naar "Zzrrrrôôô" en begin dan aan de andere De Wilde meesterwerkjes en stel vast: de man heeft heel consequent heel veel moois afgeleverd, van biijvende hoge kwaliteit. Ja, zijn stem is veranderd: dat merk je zeker als je pakweg eerst "Zzrrrrôôô" en dan "Héhé" beluistert. Met ouder te worden is ook zijn stem veranderd en heeft ze aan timbre gewonnen.
Jan werkt zeer traag en nauwgezet aan zijn liedjes, al lijken ze ongepolijst. Zijn muziek is nooit gesofistikeerd. Zijn teksten zijn nog altijd ironisch, dan weer sarcastisch.
Welkom in het universum van Jan De Wilde.... Kleinkunst met de grote K (van toen het nog zo geschreven werd) (K)Cultuur!