Na 13 jaar luisteren naar dit geweldige album zal ik er dan maar eens een recensie over schrijven. Het valt me nu overigens pas op dat mijn album een andere tracklist heeft dan hier genoemd. Ik zal hieronder 'mijn' versie beschrijven.
Het album begint ijzersterk met 3 rockers achter elkaar.
"Whatever I Fear", "Come Down" en "Rings" zijn onmiskenbaar Toad (melodieus, combinatie akoestische gitaar met elektrisch, harmonie-zang en catchy) maar hebben een rockrand die harder is dan op eerdere platen. Dat bevalt me goed.
Het eerste rustpunt is "Dam Would Break", ondanks dat het een lekker in het gehoor liggend nummer is, is het "La-da-do" refrein iets te simpel.
"Desire" is een redelijk simpel rockertje, dat mij nooit zo helemaal heeft kunnen bekoren. Ook hier vind ik het refrein te mager, maar muzikaal is het lekker.
"Don't Fade" is het 2e rustpunt op het album, al wordt het in het tweede deel wat meer uptempo. Het is een nummer met de typische eigen stijl die Toad al op eerdere albums liet horen (zie inleiding). Een meeslepende melodie en mooi gezongen. Een nummer dat meteen mijn aandacht heeft. Schitterend !
"Little Man Big Man" is een door akoestische gitaar, bass en drums gedreven nummer. De 'bridge' van het nummer ("Where is the beast lying...") doet me denken aan een nummer van Midnight Oil.
"Throw It All Away" is precies het type nummer waarin alles zit wat ik zo geweldig vind aan Toad. De heerlijke melodie, het catchy refrein en de perfecte samenzang. De perfecte 3 minuten popsong voor mij.
Met "Amnesia" wordt het weer even rocken geblazen. Het is denk ik het 'hardste' nummer dat Toad the Wet Sprocket ooit heeft opgenomen en staat hier perfect, zo net voor de rustige 3 afsluiters. Even lekker losgaan dus !
"Little Buddha" is het nummer dat me altijd het minste heeft kunnen bekoren op dit album. Waarschijnlijk door de zware strijkers die het nummer een erg donker karakter geven (Van Dyke Parks !). Al moet ik toegeven dat het na beluistering vanavond toch wel erg mooi is. Ach ja, zal wel aan de leeftijd liggen...
"Crazy Life" begint met een 'Knocking on heaven's door' achtig intro, maar blijkt een typisch Toad nummer te zijn, met een erg lekkere hammond erin. Overigens dateert dit nummer al van 1995.
Het album sluit met "All Things in Time", een mooie sfeervolle ballad, en de perfecte afsluiter voor dit album.
Zoals al eerder door mij en anderen gepost bij de albums van Toad vind ik het onbegrijpelijk dat deze band zo onbekend is gebleven in ons land. Liefhebbers van bijvoorbeeld R.E.M., Buffalo Tom of Counting Crows raad ik aan eens naar een van de albums van deze band te gaan luisteren.