Als ik het woord ballet zie moet ik gelijk denken aan films die werden gedraaid in het filmhuis. Over het algemeen niet het vrolijkste om naar te kijen. In dergelijk producties zag je mensen die vel over been waren en in een desolaat zaaltje bezig waren om de dans tot in de finesse te beheersen tot haast bloedens toe. En als ze vrij waren rookte ze de ene peuk naar de andere in een grijs flatje achteraf. Daarnaast waren ze bloedmager en zagen er alles dan behalve gezond uit. Alle energie zat in de dans, de essentie van hun bestaan.
Bij het doornemen van de informatie bij dit album kom ik er achter dat de moeder van Klaus Schulze aan ballet deed en als ik dan oude foto's van Schulze bekijk zie ik daar min of meer een balletdanser in. Bloedmager en een uitstraling van iemand die niet helemaal gezond leek. Op dit eerst album uit een reeks van 4, wat opgedragen is aan de overleden moeder van Schulze, staat niet de vrolijkste muziek. Op dit album krijgt Schulze hulp van de cellist Wolgang Tiepold geen onbekende in het Schulze-verhaal.
Getting Near begint met een collage van klassiek geschoolde stemmen. Hierna volgt een orkestraal deel waar behoorlijk veel energie is te horen. Het geeft mij een gevoel of de dansers een warming-up krijgen voor het zware werk wat gaat volgen. De cello van Tiepold brengt wat warmte in het stuk. Daarnaast zie ik in gedachte de dansers behoorlijk intensief bezig zijn. Het zweet gutst van de magere lijven af. Het is afzien en nog eens afzien terwijl de sfeer steeds opgefokter begint te lijken.
Het begin van Slightly Touched roept gelijk een desolaat beeld op. Het roept bij mij een beeld op van een verpauperde wijk waar grijze flats staan die eigenlijk niet meer voor bewoning geschikt zijn. Het grauwe bestaan van vele peuken, weinig eten en hard werken voor die topprestatie op het podium. Veel vertier is er niet en de dagen lijken maar te duren en te duren of er geen einde aan lijkt te komen. De "normale" economie draait door terwijl de balletdanser aan het zwoegen is en voor de zoveelste keer zijn ribben aan het tellen is in de spiegels die in het vervallen lokaal hangen. De cello van Tiepold versterken dit beeld nog eens terwijl er uit de electronica van Klaus Schulze subtiele droeve klaken zijn te horen. Mede hierdoor zien de dansers er nog bleker en grauwer uit en lijkt hun leven op een zwarte wolk die maar niet wijken wil.
Het begin van Agony versterkt dit beeld nog eens, wel is er even wat hoop te horen in de cello, maar dat is van korte duur. De depressiviteit blijft als een loodzware zwarte deken over het bestaan hangen. Het leven van de sierlijke beweging waar veel moet voor worden gelaten. Die paar peuken mogen eigenlijk niet, maar worden oogluikend toegestaan om de danser toch nog een verzetje te geven in deze grauwe werkelijkheid. Verder moet hij of zij pijn voelen om de muziek beter te begrijpen om zo in staat te zijn het gevoel over te brengen op het publiek. Als het applaus heeft geklonken blijf hij of zij broodmager achter terwijl de toeschouwer zich te buiten gaat aan de rijkdommen die de maatschappij te bieden heeft.
Een behoorlijk zwaar verhaal dus wat op dit Ballet 1 is te horen. Daardoor zeker niet aan te raden om kennis te maken met de muziek van Schulze. Wel een album wat laat horen dat Schulze nog steeds in staat is meeslepende composities te maken die letterlijk door merg een been gaan, al is dat laatste wel een vreemde woordkeuze binnen deze context.