Jim Kirkwood, genie in het creëren van duistere en gotische synthesizerklanken, krijgt het altijd voor elkaar om mij te verrassen met uitstekende albums, waarvan deze "Hawksmoor" weer een prima voorbeeld is. Dat Jim elke keer weer op zo'n hoog niveau kwalitatief uitstekend werk aflevert, is op zich al mooi, maar dat doet hij meerdere keren per jaar, met soms wel 3 tot 4 albums. Wellicht heeft hij gewoon veel tijd. Feit is wel dat hij zijn eigen studio heeft en nooit live optreedt, dus hij kan zich wat vrijheid permitteren. Dat hij nooit optreedt, heeft te maken met zijn slechte ervaringen die hij heeft overgehouden, toen hij nog frontman was van een black metalband (nota bene) ergens in de jaren '80. Op zich best jammer, want zijn muziek zou het live uiterst goed doen.
Hawksmoor is zijn eerste album die hij schreef na de uitstekende "Vampyre"-trilogy, die ik beschouw als zo'n beetje het beste wat Jim tot nu toe heeft uitgebracht. Zie daarvoor mijn recensies bij "Blood & Feathers", "Shroud of Many Colours" en "The Blessing of Shadows".
Met naargeestige klanken opent "Where the Plague Dogs Run" en de toon is meteen gezet. Jim neemt de tijd en bouwt middels een rustig intro alles mooi op, totdat ergens in de tweede minuut een soort van bombastisch stuk wordt ingezet, waaroverheen Jim een uitstekende synth-solo gooit. Niet veel later barst het allemaal pas echt los, wanneer een vrij snelle sequence geïntroduceerd wordt. De muziek ontvouwt zich nu pas echt en de helle-honden uit de titel laten zelfs ook wat van zich horen. In de negende minuut haalt Jim in één keer de vaart eruit en kan ik een paar minuten middels wat rustige en vrij intieme klanken, naar adem happen, totdat de hel weer losbarst en het zware ritmische stuk uit het begin weer terugkomt. Niet veel later is daar ook de sequence weer, komen de helle-honden weer even blaffend voorbij en is het gaan met die banaan tot aan het einde van deze opener.
Het daaropvolgende "In the Black Heart of Mary Woolnoth" is een aangrijpende en meeslepende Kirkwood-creatie die qua toonzetting nog het meeste weg heeft van het geniale titelnummer van "The Blessing of Shadows". Het begint vrij ingetogen met mooie subtiele melodielijntjes, maar onderhoudse synthklanken waar flink wat accenten op worden gegeven, geven eigenlijk al aan dat het nooit lang echt zo rustig kan blijven. En dit klopt ook, want na 3 minuten is het gedaan met de rust en bevind ik me in een duister muzikaal schemergebied, waarin Jim langzaam een slepende sequence tot ontwikkeling laat komen, om uiteindelijk met vrij heftig bombastisch synthwerk voor de dag te komen. Dit nummer had wat dat betreft zo op één van de "Vampyre"-albums kunnen staan.
Ook met "The Devils Architect" weet Jim een ongelooflijk spanningsveld binnen de muziek te creëren door met respectievelijk veel bombarie en enge klanken de boel in te luiden. Het niveau blijft constant hoog, als stevig, ritmisch sequencewerk van tijd tot tijd wordt afgewisseld door naargeestige pauzes of gecombineerd wordt met een hoofthema die pas na een aantal keren tot mij doordringt. Voeg daarbij wat flitsend synth-solowerk toe en het duistere feest is compleet.
Op passende wijze wordt afgesloten met "Build Me a House of Shades" die wederom weer formidabel sequence- en solowerk laat horen, om vervolgens met naargeestige en vervormde kerkklok-geluiden en ander spookachtig geruis te eindigen.
"Hawksmoor" is andermaal een fantastisch album die alles biedt wat ik wens in een album van Jim Kirkwood te horen. Eén van de betere, zou ik zeggen. Chapeau!!!
