MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Jim Kirkwood - Hawksmoor (2003)

Alternatieve titel: The Secret London Archives Vol. I

mijn stem
4,25 (2)
2 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Electronic
Label: Dark Age

  1. Where the Plague Dogs Run (19:04)
  2. In the Black Heart of Mary Woolnoth (15:20)
  3. The Devils Architect (17:06)
  4. Build Me a House of Shades (10:40)
totale tijdsduur: 1:02:10
zoeken in:
avatar van CorvisChristi
4,5
CorvisChristi (crew)
Jim Kirkwood, genie in het creëren van duistere en gotische synthesizerklanken, krijgt het altijd voor elkaar om mij te verrassen met uitstekende albums, waarvan deze "Hawksmoor" weer een prima voorbeeld is. Dat Jim elke keer weer op zo'n hoog niveau kwalitatief uitstekend werk aflevert, is op zich al mooi, maar dat doet hij meerdere keren per jaar, met soms wel 3 tot 4 albums. Wellicht heeft hij gewoon veel tijd. Feit is wel dat hij zijn eigen studio heeft en nooit live optreedt, dus hij kan zich wat vrijheid permitteren. Dat hij nooit optreedt, heeft te maken met zijn slechte ervaringen die hij heeft overgehouden, toen hij nog frontman was van een black metalband (nota bene) ergens in de jaren '80. Op zich best jammer, want zijn muziek zou het live uiterst goed doen.

Hawksmoor is zijn eerste album die hij schreef na de uitstekende "Vampyre"-trilogy, die ik beschouw als zo'n beetje het beste wat Jim tot nu toe heeft uitgebracht. Zie daarvoor mijn recensies bij "Blood & Feathers", "Shroud of Many Colours" en "The Blessing of Shadows".
Met naargeestige klanken opent "Where the Plague Dogs Run" en de toon is meteen gezet. Jim neemt de tijd en bouwt middels een rustig intro alles mooi op, totdat ergens in de tweede minuut een soort van bombastisch stuk wordt ingezet, waaroverheen Jim een uitstekende synth-solo gooit. Niet veel later barst het allemaal pas echt los, wanneer een vrij snelle sequence geïntroduceerd wordt. De muziek ontvouwt zich nu pas echt en de helle-honden uit de titel laten zelfs ook wat van zich horen. In de negende minuut haalt Jim in één keer de vaart eruit en kan ik een paar minuten middels wat rustige en vrij intieme klanken, naar adem happen, totdat de hel weer losbarst en het zware ritmische stuk uit het begin weer terugkomt. Niet veel later is daar ook de sequence weer, komen de helle-honden weer even blaffend voorbij en is het gaan met die banaan tot aan het einde van deze opener.
Het daaropvolgende "In the Black Heart of Mary Woolnoth" is een aangrijpende en meeslepende Kirkwood-creatie die qua toonzetting nog het meeste weg heeft van het geniale titelnummer van "The Blessing of Shadows". Het begint vrij ingetogen met mooie subtiele melodielijntjes, maar onderhoudse synthklanken waar flink wat accenten op worden gegeven, geven eigenlijk al aan dat het nooit lang echt zo rustig kan blijven. En dit klopt ook, want na 3 minuten is het gedaan met de rust en bevind ik me in een duister muzikaal schemergebied, waarin Jim langzaam een slepende sequence tot ontwikkeling laat komen, om uiteindelijk met vrij heftig bombastisch synthwerk voor de dag te komen. Dit nummer had wat dat betreft zo op één van de "Vampyre"-albums kunnen staan.
Ook met "The Devils Architect" weet Jim een ongelooflijk spanningsveld binnen de muziek te creëren door met respectievelijk veel bombarie en enge klanken de boel in te luiden. Het niveau blijft constant hoog, als stevig, ritmisch sequencewerk van tijd tot tijd wordt afgewisseld door naargeestige pauzes of gecombineerd wordt met een hoofthema die pas na een aantal keren tot mij doordringt. Voeg daarbij wat flitsend synth-solowerk toe en het duistere feest is compleet.
Op passende wijze wordt afgesloten met "Build Me a House of Shades" die wederom weer formidabel sequence- en solowerk laat horen, om vervolgens met naargeestige en vervormde kerkklok-geluiden en ander spookachtig geruis te eindigen.

"Hawksmoor" is andermaal een fantastisch album die alles biedt wat ik wens in een album van Jim Kirkwood te horen. Eén van de betere, zou ik zeggen. Chapeau!!!

avatar van Gerards Dream
4,0
Het is zoals CorvisChristi al aangaf jammer te noemen dat Jim Kirkwood geen live optredens geeft. Zijn muziek verdient het zeker om op aparte locaties te worden gebracht. Een oud kasteel bijvoorbeeld of een kathedraal die vol hangt met spinnenraggen. Aan de andere kant kan ik het ook wel begrijpen. Zelf heb ik een aantal keren Klaus Schulze zien optreden, en hoe mooi de muziek ook is, het blijft een vreemd gezicht om iemand te zien draaien aan knoppen als de moderne versie van een dirigent, in plaats van te zien zwoegen op een instrument. Ja, en zo zit er al een hele filosofie achter iets voordat de cd überhaupt de cd-speler heeft gezien.

En dan toch de muziek die op dit album is te vinden. Where the Plague Dogs Run is qua titel al erg mooi te noemen. Zodra het stuk begint met naargeestige geluiden van honden zit ik weldera in een spannende sfeer. Als daar later de orkerstratie bijkomt in een statige vorm met het geluid van een elektrische gitaar op de voorgrond heb ik al een gevoel er komt iets goeds aan. Zodra de kraan sequence wordt opengedraaid bekruip met een gevoel van op een grootte vlakte te zijn terecht gekomen. Honden rennen achter prooidieren terwijl de wind alle kanten op waait. Even een moment van rust, maar vooral heel veel dreiging, het strenge hoofd van Beethoven staat op mijn netvlies. Aan het eind van het stuk is er rust. In gedachte zie ik de zon achter de kim verdwijnen terwijl een kampvuur mij van warmte voorziet. Nog wat orkerstrale klanken en het verhaal is meer dan compleet. Of de crikel is ronder dan hij ooit is geweest. Een goede binnenkomer dus Where te Plague Dogs Rum.

In the Black Heart of Mary Woolnoth begint met mooie subtiele klanken die nodig zijn om het geweld van de vorige track een plaats te geven. Het is wat zoekend zonder experimenteel te zijn. Door de harp-klanken straalt het een prettige rust uit. Hierna volgt een wat kosmisch deel op een beat die me aan een hartslag in rust doet denken. Toch bekruipt me een gevoel dat er naar iets wordt toegewerkt. Het ritme wordt langzaam maar zeker opgeschroeft en er volgen wat gitaar-klanken. Even een melodietje die niet had mistaan op een House plaat, waarna een sfeer ontstaat of ik met een expeditie bezig ben En dan volgt een mooi uitzicht.

Met geluiden van klokken begint The Devils Architect, waarna een meer dan schitterende orkestratie volgt. En dan is daar een unheimisch sfeertje waarop het lijkt of de duivel met zijn ontwerpen bezig is. Hierna wordt de sfeer wat wijdser, waardoor het lijkt of een wijk haar vorm krijgt. Wel bijft staan een gevoel van hier is een addertje onder het gras. Niets lijkt op hoe het daadwerklijk is. Er is wat aan de hand met het ontwerp, maar wat? De wijk groeit wel gestaag tijdens de compositie. Er wordt geleefd tot dat er ineens een angstige stilte valt.

Behoorlijk onheilspellend begint Build Me a House of Shades. Even een klein deeltje wat me aan klassieke muziek doet denken, waarna een wat zenuwactig aandoend ritme volgt. Zodra dit wegebt krijg ik het gevoel of ik een vacuum wordt ingetrokken en zie nog net mijn woonplaats in de diepte verdwijnen. Waarmee een mooi einde komt aan een heerlijk album van Jim Kirkwood.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 20:43 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 20:43 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.