Niet Billy's sterkste album, maar toch een heel genietbaar stuk muziek, waarin de meesterdrummer weer heerlijk om zich heen mept. Cobham heeft een dusdanige reputatie in de jazzrockwereld dat het hem geen moeite kost om de beste muzikanten uit het genre uit te nodigen voor zijn plaatopnamen.
Qua bezetting zit het ook hier wel snor, met de medewerking van mensen als bassist Randy Jackson, toetsenist Joachim Kuhn, Pete en de (toen nog onbekende) Sheila Escovedo (timbales, percussie). Maar het is de mij onbekende Mark Soskin, die met zijn keyboardlijnen een hoofdrol speelt op dit album.
Veel muzikale krachtpatserij, zoals altijd, en dat valt of staat doorgaans met de kwaliteit van de composities, die op Cobhams soloplaten vaak nogal wisselend is. Hier is het doorgaans in orde, al zijn de vocale rap-achtige stukjes van Cobham zelf in Puffnfstuff nogal misplaatst, vind ik de muzikale overgangen niet altijd even logisch en zitten er af en toe teveel disco-achtige patronen in, die niet altijd even goed in het geheel passen.
Maar een voldoende scoort-ie er wel mee, want op de eerste twee nummers, het opwindende Antares - The star en vooral het in drie delen uitgewerkte slotstuk annex titelnummer wordt muzikaal vuurwerk geboden, met een heerlijke drive. Cobham heeft de neiging zijn drukke drumwerk wat teveel te laten overheersen, maar ja, het is dan ook een soloplaat van een van de beste drummers ter wereld. Mij stoort het niet, in elk geval niet op dit album. Lekker levendig plaatje.