Het comeback album van deze interessante progressieve groep. Ik heb zo'n beetje alle studioplaten hier toegevoegd eens kijken of ze nog enige bekendheid genieten. Dit album is met een zangeres en met een iets veranderde muziekstijl komt dit behoorlijk dicht bij een band als Paatos in de buurt.
Van de oude bezetting zijn nog over: Hans Bäar (bas, zang, gitaar) en Michael Bruchmann (drums). Als vaste nieuwe bandleden zijn Ann-Yi Eötvös (zang, viool) en Andrea Hirschmann (piano, orgel, zang) aangetrokken.
De lijst gastartiesten is: Chris Noppeney (altviool), Jörg-Peter Siebert (fluit, saxofoon), Dirk Sengotta (drums), Markus Wienstroer (akoestische gitaar). De plaat is geproduceerd door Dieter Krauthausen.
Door de vrouwenzang, akoestische gitaar en fluitjes doet het me wat denken aan Quidam. De eerdergenoemde Paatos ken ik niet. Hoedanook klinkt het meer als moderne neoprog dan als de Hoelderlin die we kennen van platen als Rare Birds en Clouds & Clowns.
Het speelse en frivole is ook ver te zoeken. De muziek is doodserieus, melancholisch en neigt heel erg naar langdradige gothic-pop. Het is niet mijn smaak, maar het zit verder prima in elkaar.