Een erg lekkere, enthousiast gebrachte rock plaat. Jammer genoeg werd deze band indertijd ondergesneeuwd door het grote aantal soortgelijke bands.
Zo moet ik eerlijk toegeven dat de band misschien niet bijster origineel. Het stemgebruik van zanger Gerry McGhee doet wat denken aan Tom Keifer (Cinderella). Verder zijn de melodielijnen ook niet baanbrekend te noemen.
Maar toch weet deze plaat me te pakken. Ze beginnen met het lekker uptempo "Young, Wild and Free", waarbij qua zang en melodie opbouw ik in het begin aan AC/DC moest denken. Later weten ze door de toevoeging van melodieuze keyboards toch wat meer een eigen stempel erop te drukken.
"We Came to Rock" vind ik qua opbouw echt geweldig. Het begint met een rustig zingende McGhee, ondersteund door eerst niet meer het spel van keyboardist Johnny Rogers. In een minuut voegen ze steeds meer instrumentatie toe om aan te zwellen naar het sterke refrein, die echt om meezingen vraagt.
In "Change of Heart" komt het gitaarspel van Greg Fraser wat centraler te staan. Iets dat zeker geen ramp is, want zijn spel is strak, mooi en melodieus. Daarnaast zorgt de catchy melodielijn en de simpele lyrics die McGhee zingt ervoor dat je haast weer mee wil beginnen te zingen. Daarnaast krijg ik moeite met stilzitten tijdens een dergelijk nummer, want dit vraagt gewoon bijna om een dansje.
De ballad "Can't Wait for the Night" vind ik het minste nummer van het album. Het lijkt een beetje gemaakt te zijn, omdat het in die tijd "in het genre hoorde". McGhee's stemgeluid leent zich namelijk niet echt voor deze ballad en ik vind het dan ook wat corny overkomen.
Met "Assault Attack" begint men gelukkig weer wat (midtempo) te rocken. Een gemiddeld nummer verder dat in het midden nog verfraaid word door een gitaarsolo van Fraser.
"Jack is Back" begint met wat sound effects die bij een horrorfilm zouden passen. De lyrics gaan dan ook over de terugkeer van de befaamde Jack the Ripper. Een figuur dat tot op de dag van vandaag nog voor veel inspiratie heeft gezorgd voor films, muziek en andere kunstvormen.
Leuk hoe ze met het keyboard de horror vibe erin houden.
"Save Me" nijgt dan weer meer naar een powerballad, al is hij misschien nog net wat te rockend om hem echt als dusdanig te omschrijven.
In "Nobody's Hero" laat McGhee zich weer van zijn beste kant horen en hij weet dit nummer een fijn, wat rauwer randje te geven. De keyboards zo op 2/3 van de track vind ik wat minder fraai, maar dat weten ze daarna weer te compenseren met een gitaarsolo. Misschien wel de meest bombastische van het stel nummers dat op deze plaat te horen is.
"Barricade" is dan wederom zo'n lekkere rocker. Deze keer een wat minder meezing gehalte, maar men rockt wel lekker van begin tot eind.
Met "Rock 'N' Roll Kid" laten de heren nog eenmaal horen dat dergelijke uptempo rockers misschien wel het type rocknummer is dat ze het beste kunnen brengen. Ze knallen namelijk 4 minuten nog even lekker. Een wat subtielere rol voor de keyboards om het gitaarwerk wat centraler te stellen, met deze keer ook een lekkere bassound.
Toch wel een erg fijn plaatje voor liefhebbers van dergelijke melodieuze rock.