Al bij het zien van het hoesontwerp bekruipt me al het nodige jeugdsentiment. In herinnering zit ik op zondag voor de tv en kijk na de spannende serie De Vloek van Woestenwolf. Een burgt die overdag een ruïne was, maar 's avonds opnieuw tot leven kwam en een vreemd volk aan het feesten was tijdens een dinerdansant of zoiets. Daarnaast doet het mij ook sterk aan de architectuur denken van de woning van Ti-ta Tovenaar. Een tijd dus dat ik het leven nog aan het ontdekken was dus.
En dan blijkt er achter die hoes nog een prima album schuil te gaan van Jim Kirkwood die zich hier Lucifaere noemt. Het album begint gelijk goed met The Owl Service, klanken ondersteund met een goed ritme rollen als het ware de kamer in. Het roept daarnaast een beeld op van een uil die aan het draaien is met zijn ogen opzoek naar prooi. Even wat rust voor een portie wijsheid op klanken die uit de Middeleeuwen hadden kunnen komen, waarna de spanning wordt opgevoerd, waarop het lijkt of de uil achter zijn prooi vliegt. Bloduewedd begint in kosmische sferen. Niet direct te plaatsen geluiden zijn te horen op laag aanhoudende tonen. Later zijn er wat dieren te horen, waardoor het gevoel ontstaat dat de natuur langzaam tot leven komt. Maar het is in eerste instantie rust wat er te horen is. Vanaf de vierde minuut komt er dreiging in het stuk. Het lijkt wel op bosarbeiders aan de horizon verschijnen om de natuur met fors geweld met de grond gelijk te maken. In gedachte zie ik grootte bulldozers het bos onveilig maken. De muziek gaat aardig richting rock. Aan het eind is er dan ook geen bos meer over, een groot bouwterrein ligt er braak bij. Waarna de bulldozers langzaam uit beeld verdwijnen.
Alsof er een belangrijk persoon binnenkomt begint Cear Side. Na zijn of haar binnenkomst is er rust die me het gevoel geeft dan men iets is aan het overwegen is. Dan lijkt het of een trein lang bezig is met remmen, waarna de bombast van het begin er opnieuw is. Hierna volgt een mooi stuk muziek wat zo uit de tijd had kunnen komen toen Tangerine Dream bijvoorbeeld Rubycon uitbracht. Niet lang hierna ontstaat er een broeierig sfeerte waaruit een duik genomen wordt richting kosmos. Tot daar opeens het einddoel van de reis er is. Grootte poorten staan me op te wachten, waar achter zich een enerverende wereld bevindt. Daar kom ik in een trein terecht die me verder brengt door een mooi landschap.
Wat spookachtig is het begin van On the Edge of Abredd. Zodra deze sfeer weg ebt kom ik een geheimzinnige ruimte in. Zodra de ruimte haar geheimen prijs geeft valt het wel mee. Het is er heerlijk toeven tussen de oude spullen die er staan. Met een soort alarmtoon begint The Breath of Nime. Even lijkt het er op of er iets in de rumte wordt gezocht, waarna verloop van tijd een heerlijk ritme bijkomt. Het voelt wat aan als een bolero tot dat daar klassieke zang is te horen van een vrouw. Even is er iets monotoons te horen, wat later mooi uitgroeit tot een statig eind. Het lijkt wel of militairen door de kamer marcheren, waarna een klassiek eind volgt.
Conclusie: het afgelopen uur heb ik prima muziek voorbij horen komen die me mee nam naar bijzondere werelden en sferen. Wel is het zaak volgens mij om tijdens het draaien van dit album niets anders te doen dan luisteren, want het vraagt wel de nodige aandacht. En dit is niet negatief bedoeld.