Het blijft een mooie ontdekking de solo muziek van Steve Jollife, waarvan ik voor het eerst hoorde op het album Cyclone van Tangerine Dream waar hij de nodige frustratie er uit leek te gooien middels zang en fluitspel.
Heel anders is dan ook het begin van dit album. Voor mijn gevoel ben ik in een buiten gebied beland waar de mist aan het optekken is. Fraai statige klassieke klanken verbeelden dit erg mooi. Exórdiri is daarmee een goede eerste indruk. Verus versterkt dit gevoel. Qua geluiden uit de piano doet het een beetje denken aan Vangelis Gaande weg wordt ik een mooi en rustige landschap ingetrokken tot daar even behoorlijk klassieke violen zijn te horen die voor mijn min of meer het leven symboliseren. Wat hierna volgt had niet mis staan in het Concert Gebouw. En zodra er een zware bastoon is te horen roept dit het gevoel op van een warme deken. Even lijkt de track ineens te stoppen, maar dat is schijn. De bastoon komt terug en naar mijn idee zit ik midden in de natuur ver weg uit de drukte van de waan van de dag. Het einde van deze track is behoorlijk klassiek, waar Beethoven nog een puntje aan kan zuigen.
Libére begint ook met een gevoel van niets hoeft en ver van de maatschappij te zijn. Rustig wakker worden en de omgeving bekijken, want het landschap heeft veel te bieden. Rond de vierde minut komt er wat meer leven in de brouwrij, waar door het likt of de zon langzaam aan de hemel verschint. Tot daar tromels te horen zijn die een heerlijk ritme aan de dag geven. Heerlijke muziek om helemaal in op te gaan. Het lijkt haast een thema van dit album te worden. Gnosis begint ook in een klassieke sfeer en zodra er een rustig ritme in het stuk komt lijkt het wel of ik begin te zweven. En als het ritme dan vervolgens wegvalt voel ik ijle lucht mijn longen binnen gaan. Slechts het tikken van de klok houdt mij nog een beetje bij de les. Een meer dan prima compositie dus dit Gnosis. Bij het begin van Seola zie ik opnieuw een orkest voor me die bezig zijn met een statig stuk muziek. Het zit wat tegen de stilte aan en dat is denk ik ook de kracht van het stuk. Hierdoor kruip je als het ware de boxen in om naar een meer dan schitterend stuk verstilde muziek te luisteren.
En na al die bijzondere voorgerechten volgt nog het hoofdgercht. Infinity begint behoorlijk klassiek met piano, maar na twee minuten komt de electronica erbij. Eerst wat speels, het doet me wat denken aan vlinders die vrolijk rond vliegen. Zodra die weg zijn is daar opnieuw de klassiek bespeelde piano. Hierna volgt een ietwat duister stuk muziek, wat me haast aan de stereo doen kleven, want al zit het tegen de stilte aan er is het nodige te horen. Ook hier wordt langzaam uitgeklommen en lijkt het even of ik aan een ruimte reis ben begonnen. Dit wordt zo een paar keer tijdens het stuk herhaald, steeds in een andere setting waarmee het mooi de oneindiheid uitstraalt van het bestaan. Is iets opgestart dan gaat het nog wel even door. Tegen het einde van het stuk is een bijzonder fraai bespeeld piano te horen waar een gevoel van weemoed is in te horen. Dit in combinatie met de verdere orkestratie levert een moment op om kippenvel te krijgen van genot en blijde emotie.
Daarmee komt er na een kleine zeventig minuten een mooi eind aan een album wat muzikaal erg goed in elkaar zit. Het is voor mij een album wat nog steeds bij iedere draaibeurt een stukje groeit, omdat er nog steeds dingen blijven opvallen of erbij komen, maar een zeer ruime voldoende is hij nu al waard.