Geloof het of niet, maar Baptiste Trotignon is ooit nog een jonge knaap geweest. De overstap van zijn vroege trio-platen naar deze eerste solo-album is misschien wel zijn persoonlijke overstap naar de maturiteit geweest. Hoewel, de mathematische precisie waarmee hij de thema’s hier aanpakt, laten vermoeden dat zijn eigen muzikale spectrum nog niet op punt stond.
‘Solo’ laat dus vooral een zoekend muzikant horen, die tracht los te komen uit de voorgekauwde improvisatie-vormen en op zoek gaat naar een eigen harmonisch tapijt waarop hij de lyriek die door zijn Franse aderen stroomt rijkelijk kan laten vloeien. Het zijn vooral de langere nummers die in die zin positief opvallen: Trotignon slaagt erin zijn thema’s voldoende uit de diepen, bouwt de composities mooi op en slaagt erin telkens een soort tweeledigheid te creëren, waardoor een minuscule extra dimensie ontstaat.
‘Solo’ is nog niet de wereldplaat die ik in de opvolger wel hoor, maar desondanks laat deze onervaren muzikant interessante dingen horen. Met nog iets meer ideeën, en een tikkeltje extra eigenzinnigheid, was dit echter nóg beter te pruimen geweest.