Ik beluisterde dit album in het kader van het RateYourMusic top-250 review topic - dit is de RYM #244
Met Boris ben ik wel bekend – jaren geleden regelmatig geluisterd naar hun hypnotische en krachtige
Feedbacker plaat. En hoewel ze bij mij afgelopen tijd een beetje in de vergetelheid zijn geraakt, staan ook tot de verbeelding sprekende platen als
Absolutego,
Amplifier Worship en
Pink al jaren bij mij op de radar (zonder dat dit overigens tot concrete actie heeft geleid…). Ook
Akuma No Uta trekt de aandacht met de geslaagde Bryter Layter-variant als hoes. Nu schetst mijn verbazing: het is niet een van deze 5 binnen-bepaalde-kringen-wereldberoemde platen die de RYM top-250 sieren, maar het mij tot op heden volledig onbekende
Flood. Omdat ik bewust niet te ver vooruit kijk, vraag ik me af of die andere platen ook in de toplijst staan een RYM een Boris bolwerk is, of dat we op
Flood met een verborgen parel te maken hebben.
De initiële verbazing wordt er bij beluistering van
Flood bepaald niet minder om. Integendeel: de plaat van deze groep die zijn sporen verdiende in de zware metalen opent met zwaar minimalistisch en gitaargetokkel, vergezeld van een sporadische sonische aardschok. Enerzijds vind ik het geweldig dat er ruimte is voor dergelijk minimalisme in een internationale toplijst (ruim 11.600 stemmen ten tijde van dit stuk - ruim 350x zoveel als op MuMe!), anderzijds is dit ook voor mij als echte liefhebber minimalisme niet minder dan uitdagend. Zelfs bij notoire microscopische geluidskunstenaars als Oren Ambarchi gebeurt veel in vergelijking met de opener alhier – met name in klankkleur. Zelfs een hyperminimale plaat als Brian Eno’s
Neroli voelt dichtbij en warm vergeleken hiermee. Maar dan blijkt – het heeft hier wel een functie: zoals mooie films, zoals Stalker of verschillende David Lynch films, je als kijker in slaap kunnen sussen zodat de uiteindelijke apotheose harder binnenslaat, zo sust
Flood je met de opener ook een kwartier lang in een soort verveelde dommeltoestand.
Vervolgens komt ‘Flood II’ comfort brengen: met prachtige klankkleuren die me aan Pan American’s ambientklassieker
Quiet City doen denken geeft het een zeldzame berusting. En zoals Pan American voortkomt uit een van de beste Postrock bands, Labradford, kent ook
Flood duidelijk die post-rock aanpak waarin opbouw en ontwikkeling een hele centrale plaats innemen. Wat de plaat tevens gemeen heeft met Labradford (en juist niet met 90% van de overige Postrock formaties), is dat het geen gebruik maakt van clichés of theatrale dramatiek.
Flood is een conceptalbum over het water, maar maakt daarbij nadrukkelijk geen gebruik van bubbelgeluidjes of expliciete nabootsing van golving of stroming.
De zangstukken op ‘Flood III’ laten je voor het eerst drijven, alsof je op je rug ligt de badderen op het elektrisch gitaargeluid en heen en weer gewiegd wordt door het Japanse gemompel. Je voelt je langzaam zwaarder worden en tegen de tijd dat je begint te zinken komen ook de zware gitaren binnenvallen. Het onbehagen komt hier niet van grootse climaxen, maar juist van het dooretteren van zwaar en donker geluid. Duidelijk post-rock, maar wel vanuit een eigen aanpak en richting de supertrage metal van b.v. Sunn O))) (die overigens in 2000 pas net begonnen en later nog met Boris zouden samenwerken). In een vrij korte tijd zijn we van bezinning en berusting naar donkerte gegaan.
De afsluitende track doet me opnieuw aan Oren Ambarchi denken en ik realiseer me: weer een referentie naar iemand die ten tijde van dit album pas net om de hoek kwam kijken. Het hangt ergens tussen 7 versnellingen teruggeschroefde metal en een gitaarvariant op
Music For Airports in. Totale berusting, complete onthaasting en een lekker geaard gevoel zijn de dingen die resteren. In een lange meanderende route drijf je daarmee het album uit.
Je moet er echt even voor gaan zitten, maar
Flood is een vooruitstrevende, zuivere en schone plaat waar een enorme waardering voor geluid uit spreekt – in al zijn afstoting en aantrekking, die beide ruimschoots aanwezig zijn. Ik heb tot nu toe na een paar beluisteringen elke keer het gevoel dat ik echt iets speciaals heb mogen horen. En belangrijker: iets waar ik op willekeurige momenten weer naar terugverlang. Een vreemde aantrekkingskracht die de beste platen classificeert.
Laat ik niet te terughoudend zijn en een voorzichtige 4.5* geven.