Zomaar even voor twee euro uit een tweedehandsbak geplukt vanmiddag, tussen de goedkope swing-compilaties en Tros Muziekfeest-jazz in. Soms weten de platenboeren kennelijk niet wat ze in huis hebben, want dit is toch een vrij bijzondere. Het is, althans volgens de hoes, een verzameling van de allereerste opnames van Brown (als trompettist in een r&b-groep genaamd 'Chris Powell and His Blue Flames') en zijn allerlaatste (een concert in thuisstad Philadelphia).
Slechts een paar uur na het laatstgenoemde concert zou de auto waar hij in zat van de weg raken, en stierf Clifford Brown, slechts 25 jaar oud. Zijn naam heeft nog steeds een behoorlijke status onder liefhebbers, een krachtige, herkenbare trompettist die volgens sommige critici een gedegen concurrent zou zijn geweest van Miles Davis, als hij langer had geleefd.
Deze opnames halen niet het niveau van de albums met Max Roach (die horen dan ook tot het beste wat de hardbop heeft opgeleverd), maar behalve als historisch document is deze plaat ook zeker muzikaal interessant. De eerste twee liedjes met de band van Chris Powell zijn enigszins tenenkrommend in hun meligheid, maar we stellen tijdens de korte trompetsolo's met verbazing vast dat de scheurende, romige stijl van Brown hier al volop aanwezig is.
De concertopnames uit 1956 nemen gelukkig zo'n 85% van de speeltijd in, en zijn een genot om naar te luisteren. Brown is duidelijk de ster van de band, wat helaas ook betekent dat de rest van de muzikanten qua solo-capaciteiten eigenlijk niet hetzelfde niveau haalt. Maar hun enthousiasme, en dat van het publiek, maakt veel goed. Het concert knettert en bruist, en als Brown de trompet aan zijn mond zet (en dat doet hij gelukkig vaak, en lang), wordt het pas echt een feestje. Het valt te betwijfelen of zelfs Dizzie Gillespie zelf ooit een mooiere trompetsolo speelde op zijn eigen 'Night in Tunesia' [sic] dan Brown hier doet. Lekkere plaat! Belachelijk om deze voor twee euro te verkopen, maar hé, mij hoor je niet klagen.