Bijzondere eend in de bijt van Marion Brown's vroege post-Coltrane carrière als bandleider. Waar zijn andere plaatjes in deze periode hard-boiled free jazz a la lettre zijn, neigt deze speelse plaat meer naar de spirituele soulvolle kant van de free jazz beweging. Niet heel veel anders dan de richting waarin die andere grote Coltrane alumnus zich bewoog: Pharoah Sanders. In de liner notes van de heruitgave van 'Why Not?' wordt tevens de vergelijking gemaakt met de Strata-East beweging. En ik moet bekennen; tijdens het luisteren - en vóór het lezen van de handige liner notes - meende ik zelfs eventjes dat deze plaat welhaast op dat label moest zijn uitgebracht, ware het niet dat dit plaatje reeds vier volle jaren werd uitgebracht vóórdat het roemruchte label überhaupt werd opgericht. Enfin.
De lineup op dit plaatje heeft mogelijk een aardige hand in mijn dwaling. Achter de piano komen we namelijk ''rookie'' Stanley Cowell tegen; potverdikkie gewoon een van de latere oprichters van Strata-East! Niet verkeerd. Naast Cowell en natuurlijk altsaxofonist Brown himself, doet ook Rashied Ali mee op de drums. Natuurlijk niet vies van een potje zweterige spirituele jazz. Zeker op de veel energiekere en meer vrije b-kant van deze plaat krijgt Ali alle ruimte om te soleren en stevig te roffelen. De a-kant daarentegen is wat soulvoller en bevat een ballade en een meanderende compositie die a-typisch voor Brown zeer melodisch is (de opener). Zoals het latere jaren 60 en 70 werk van Sanders, kenmerkt de a-zijde van deze plaat zich vooral door 1 voorname saxofonist; een continue aanwezige pianoharmonie op de achtergrond, waarbij de toetsten lichtjes maar rap worden getoucheerd; snelle drums (met zowel Afrikaanse als Latijnse ritmes) waarbij vooral de cimbalen extensief worden gebruikt en een ritmisch ostinato van de bassist. Dat laatste plekje in de lineup wordt overigens ingevuld door een toen vrij jonge Sirone, wiens gloriejaren vooral in de jaren 70 zouden aanbreken als partner van Leroy Jenkins.
Persoonlijk hoor ik Marion Brown liever in zijn claustrofobische en krachtige freejazz stijl, dan in deze ultra-romantische en soulvolle setting. Toch bevalt ook dit werkje mij wel. Er is werkelijk geen zwak puntje in deze lineup te bespeuren; ze lenen zich allen perfect voor deze composities van Brown. Brown past daarop zijn spel ook aan. Hij is hier minder abrupt en stotterend in zijn passages dan gebruikelijk. Hij soleert met meer opbouw door kabbelend toe te werken naar lange harmonieuze uithalen op z'n Eric Dolphy's. Daarnaast blijft Brown altijd origineel in zijn composities (al is de geest van Coltrane ook niet volledig weg te denken). Hij lag ten tijde van dit album in zijn muzikale exploraties, in tegenstelling tot wat reputaties van nu misschien doen veronderstellen, ook al aardig voor op Pharoah Sanders en andere mede Trane-allumni. Dat mag ook gezegd worden.