Jammer dat het zo moeilijk is om Jazz te bespreken

, toch ga ik het maar proberen. Het album met heel licht basgetokkel en wat lichte saxofoongeluidjes. Hierover een lichte fluistering. Heel relaxt tempo en een erg warm geluid. Er word flink wat gesoleerd, maar nergens klinkt het druk. Wat ook opvalt is de modern transparante doch mooi afgeronde productie waardoor het bij vlagen erg warm klinkt, in tegenstelling tot de veele kille producties van tegenwoordig.
Het volgende nummer brengt al gelijk een stijwisseling met zich mee. Het begint met een ultralaag fagot (Weet het niet zeker) en hele lage zang, ondertoon-zang of iets. Hierdoor krijgen we een vrouw die hoog zing, maar gelukkig is het niet overheersend en past het opvallend goed. Wat die man nou zingt ? Het lijkt wel Afrikaans. Na de zang is het geluid wat minder laag, waardoor het een hele zwoele en warme lading met zich mee heeft gekregen, en ook het lage tempo draagt nij aan de sfeer. De vrouwenzang keert terug, nu iets meer op de voorgrond en overheersender, maar vervelend vind ik het zeker niet. Een tijdje later vallen alle instrumenten naar de achtergrond en is de aandacht op de fagot gericht. Een heuse fagotsolo! hier is het geluid wat de fagot produceert wat hoger. En de zang keert weer terug, maar nu door man en vrouw. Hierbij soleert de fagot pas echt, haha. Later komt er nog een stuk waarbij alleen de vrouw zing, en waar de fagot een ondersteunende rol krijgt toegediend.
Tagamat is weer een volleerd Jazznummer. Dit keer iets voller en een stuk swingender dan het eerste nummer. Beide saxofoons spelen niet overal even synchroon, maar op de plekken waar dit gebeurt is het werkelijk genieten. We krijgen een hele kleine, lichte drumsolo en hierna word er even gesoleerd met de saxofoon. Dan komt er een twist in en hoor je dat de andere saxofoon naar de achtergrond gaat en de andere saxofoon naar de voorgrond word gezet, waarna deze twist nog een keer word herhaald. De solo met de drums word herhaalt en dan krijgt de saxofoonspeler weer de tijd om zich uit te leven in zijn solo. Hij haalt de hoge tonen net niet helemaal, en word opgevangen door de andere sax, waardoor we een spel krijgen waar bijde saxofoons elkaar uitdagen.
Tylko is het minste nummer. Het begint erg dromerig met een xylofoon en wat lichte drum, waarop de zanger erg zacht zingt, in het Pools natuurlijk. De fagot krijgt doet zijn intrede en ook krijgen we nog een lichte basrif. Maar het nummer is zo ongelooflijk dromerig dat het welhaast saai word.
Gelukkig is
Finalny(Ze kunnen zeker geen engels

) weer een erg lekker swingend Jazz-nummer. De Saxofoonspelers spelen hier een stuk losser dan in
Tagamat, wat het spel zeker ten goede komt. in het midden van het nummer vallen alle instrumenten weg, behalve de saxen, en krijgen we van beide een heuse solo, met flink ruig drumwerk. (Niet echt heel ruig, maar toch, in vergelijking met al het andere drumwerk, behoorlijk ruig) Hierop bouwt het nummer op zijn vertrouwde tempo verder.
Met
Kana Me krijgen we weer een zwoel nummer. Alhoewel het geluid van de sax geweldig is, is de zang eigenlijk iets te ruw voor het nummer waardoor de sfeer een heel klein beetje word afgebrokkeld. Gelukkig krijgen we de zang maar met vlagen mee en zingen ze niet hard, zodat het, hoewel licht storend, niet heel irriterend word. Na het eerste grootte zangstuk krijgen we een solo van de saxofoon, wat wordt overgenomen door de andere saxofoon. Heel zachtjes hoor je de zang van de zangeres opkomen, maar daarbij word gelukkig zacht gezongen. Het word wel iets harder helaas, want hierdoor klinkt het iets te schel, de hoge zang.
Op naar
Sen Jawa dan. Het nummer begint heerlijk met licht tokkelende gitaren en wat licht geaai op het drumstel. Dit spel word vergezeld door een hele lome saxofoon, die zich steeds naar een climax opbouwt. Na een 2tal climaxen komt er wat meer lijn in het spel, waarbij het gelijk wat lomer wordt. hier en daar krijgen we wel meer uitstapjes naar wat risicovoller spel, wat zeker de moeite waard is. hierbij krijgt hij ook nog hulp van de andere saxist. Ze proberen elkaar steeds af te toeven in hoogte, alhoewel het nou niet heel druk word. Na dit geflikflooi spelen ze weer een navolgbare lijn, alhoewel, die ene, die andere blijft steeds op de achtegrond uitdagen, waar de saxofoon op ingaat. En zo gaat het even verder, totdat alles behalve de bas wegsterft waar hij een soort van solo krijgt. Hierna krijgen we een sample met geklap en, en, jawel, een heuse mondharmonica! op de achtergrond krijgen we gezel van een zwaar bassende bas en wat geaai over de vellen van het drumstel. Dat laatste stuk op de mondharmonica word een beetje gespeeld in de vorm van een oud Pools volkslied.
En nu, jeah, het beste nummer
CAD 
Het begint met het slome warme saxgeluid, maar dat is maar een misleiding. Hierna sterft het geluid weg en komt de saxofoon weer terug, maar dan op een swingende manier, vergezeld met de bas. Hierbij word er licht geslagen op het drumstel en word het nummer iets steviger, waarmee het ook meer vorm krijgt. Een saxsolo hier, mooi drumgeroffel daar, zwoel gebas overal. Na een tijdje dit spel gevolgd te hebben, gaan de 2 saxen samenwerken. En weer een solo als een vervelende bij, maar hier klinkt zo'n geluid wel leuk. Pff, ik heb eigenlijk geen zin om het nummer te beschrijven, ga het zelf maar luisteren!
Helaas is het laatste lied is weer erg trage basintro, waarna de lome Jazz zijn intrede doet, helaas moet er zo soft gezongen te worden in het intro. Jammer, echt jammer, want het geeft een nare nasmaak, zeker na het geweldige
CAD.