Hoe vreemd kan een mens in elkaar zitten? Jaren laat je een album in de kast staan omdat je denkt dat is zware experimentele kost. Daar wordt je alleen maar daaps van en is bovendien niet goed voor de gemoedsrust. Na vele jaren zit het schijfje eindelijk in de cd-speler en valt het wel mee. Goed het is wat experimenteel, maar lang niet zo erg als je in je geheugen hebt zitten.
In vergelijking met het hoes-ontwerp is de muziek lang niet zo experimenteel. Het zit, als ik wat moet noemen, tussen Robert Schroeder, Vangelis en Tomita in. Hierdoor is het best interesant te noemen waardoor de koudwatervrees die ik had bij het opzetten van dit album als sneeuw voor de zon verdween. Zo zijn de piano-klanken op L'ile de Joie erg lekker te noemen. Daarnaast zijn de titels volgens mij wel goed te noemen bij de composities.
Door het bovenstaande moet ik concluderen dat mijn koudwatervrees nergens opsloeg en dat dit een album best wel eens in de catagorie groei-albums kan gaan vallen. Al schrijvend aan dit stukje heb ik meerdere malen het toetsenbord met rust gelaten om kritisch te luisteren na wat er uit de luidsprekers kwam.