Robertus
Ik heb blijkbaar de eer hier het eerste bericht bij te schrijven. Ik heb deze opnieuw beluisterd via de compilatie Finally The Punk Rockers Are Taking Acid, waar haast al het oude werk van The Lips tot 1989 op te vinden is.
Ik heb een haat/liefde verhouding met deze Amerikaanse groep, dat ten eerste. Gedurende hun gehele discografie maken ze er een kunst van te balanceren op het randje van wat kan en wat niet kan. En wanneer ze daaroverheen gaan, doen ze dat ook echt en hebben ze geen genade voor de argeloze luisteraar.
Voorbeelden: De 29 minuten durende noise-eruptie aan het einde van het album Hit To Death In The Future Head. Neem van mij aan, dit is pretentieus en gewoon een zinloze bak herrie! Iemand zet gewoon een loop aan en vervolgens vergeet men het uit te zetten. 29 minuten lang lachen de Lips je als "fan" recht in je gezicht uit. Je schaamt je bijna dat je hiernaar luistert...
Tweede, en wellicht, bekendere voorbeeld: Het gehele album Zaireeka uit 1997 dat bestaat uit vier CD's die synchroon afgespeeld dienen te worden op vier stereo's, zodat de muziek uiteindelijk uit acht speakers komt. Gedurfd, origineel, maar ook compleet van de pot gerukt, want er wordt ook gespeeld met geluidsgolven waar speakers van kunnen sneuven, die epilistische aanvallen kunnen uitlokken of honden aan kunnen laten slaan.
Mijn haat bestaat dus vooral uit een gevoel uitgelachen te worden door Wayne Coyne, het slimste jongetje van de klas, die eigenlijk niet eens kan zingen. En dat ik af en toe het gevoel heb dat wanneer de creativiteit op het gebied van songschrijven even te kortschiet er nog een schepje aan weirdness overheen wordt gegooid om die zwakte te verhullen.
Mijn liefde voor deze band is dan weer die totale creatieve vrijzinnigheid en de manier waarop ze omgaan met de industrie. Ze kennen geen angst, gaan buiten hun boekje, maar het allerbelangrijkste: Ze hebben ooit het album The Soft Bulletin geschreven en opgenomen, en daarin laten ze zien dat ze wel degelijk compassie, filosofisch inzicht en een gezonde dosis absurditeit kunnen gieten in prachtige songs. Ook hun concerten (ééntje bijgewoond op Pukkelpop 2010) zijn een totaalervaring.
Maar nu even over dit EP'tje uit 1984. Het stemgeluid van Mark Coyne (de broer van Wayne, die hier nog de leadzanger is) is het eerste dat opvalt. Hij klinkt hier en daar behoorlijk als Ian Curtis en de tijd om een eigen geluid te ontwikkelen was hem niet gegeven. Is dit slecht? Ik denk het niet, zolang je even in je achterhoofd houdt dat The Flaming Lips in deze fase van hun carrière zelfverklaarde wannabies waren zonder enig ander doel dan hun demonen in herrie omzetten. Bovendien geeft Mark Coyne zich vooral in Scratchin' The Door helemaal over aan zijn eigen door drugs ingegeven waanzin. Het nummer eindigt in een primal scream therapie.
Bag Full Of Thoughts heeft een lekker riff en dendert aangenaam voort in een rock/doomwave sfeertje. Tot nu toe de sterkste song. My Own Planet is tekstueel een voorbode aan de planeet die The Lips voortaan zelf zouden scheppen.
Wat mij sterk opvalt hier ten opzichte van de latere lips is het relatief lage tempo en de wat duistere sound. Die leek al meteen verdwenen na het vertrek van Mark Coyne. Wayne Coyne ging zingen, het tempo ging iets omhoog en de rest is geschiedenis.....
Dit is geen meesterwerk, maar wel een hoogst interessant plaatje vanuit historisch oogpunt. En best goed te doen.