Live opgenomen tijdens een optreden in het Planetarium van het National Space Centre in Leicester, Verenigd Koninkrijk, is Chiasmata een perfect voorbeeld van hoe Ian Boddy tegenwoordig klinkt. Zijn latere albums zijn van een véél abstracter niveau, wat voor mij persoonlijk hele interessante luister-ervaringen oplevert. Zo ook dus dit album, wat qua muzikaal concept erg aansluit op het uitstekende album Aurora, wat als basis gediend lijkt te heben voor dit overigens prima album.
Chiasmata gaat van start met 2 zeer zweverige, vrij duister gestemde ambient-passages, teweten "Gravity Well", die tevens als opener voor Aurora werd gebruikt en "Dark Matter". Deze eerste 2 tracks dienen zeg maar als intro voor het kabbelende en spacey klinkende, van het tevens van Aurora afkomstige "Ecliptic".
Daarna wordt weer gas teruggenomen en worden er zéér stemmige en rustgevende, drijvende klanken ten toon gespreidt tijdens "Lightfall", waar tevens ook wat stemmige vrouwenzang op te horen valt.
Vervolgens wordt er ruimte gemaakt voor uit het duister opkomende, bobbelende en kabbelende grondtonen, die de weg vrij maken voor het ritmische "Nucleotide", die een combinatie laat horen van zeer ritmische passages, doordrenkt met aangename piano-riedeltjes die als geheel zeer goed en spontaan klinkt.
"The Mystic" is daarentegen weer een behoorlijk uit de kluiten gewassen klont van vreemde, golvende synth-patronen, die een scala van indrukwekkende effecten laat horen. Naarmate dit nummer vordert, komen er steeds meer van dit soort patronen bij, en d.m.v. het gebruik van zg. radiogolven die me in de verte aan het titelnummer van Aurora doen denken en zware, zweverige aanzetten op de synthesizers, later in het nummer, zorgt dit bij mij voor een indrukwekkend staaltje aan luistergenot. Het is dan ook juist bij dit nummer, dat ik de volumeknop harder opendraai, m'n ogen sluit en beelden in me op laat komen van stervende sterren, supernova's en melkwegstelsels. Briljant!!
Het verrassende titelnummer is een behoorlijke uitschieter, die begint als een soort van dodenmars, waarbij stevige ritmische passages als grondslag dienen voor bombastische, maar ook subtiel kabbelende momenten die als het ware hand in hand gaan en het tot een pakkend geheel maken. Tevens is dit nummer t.o.v. de rest veel toegankelijker en melodieuzer van aard, wat daardoor toch voor een hoop afwisseling zorgt.
"Kinaesthesia" begint met druppelende en ploppende geluiden, waar uiteindelijk een geweldige en warme sequence-sectie uit ontspruit. Het duurt echter niet lang, voordat deze opgevolgt wordt door een ritme-sectie die niet had misstaan op een hiphop-nummer uit de jaren '80. Gelukkig komt de sequence-sectie terug, waardoor er een lekker opzwepend en afwisselend geheel ontstaat die dit nummer tot de meest gedreven track van het album maakt. Het nummers eindigt op een manier die me doet denken aan de stijl van Jean Michel Jarre's Zoolook-album, met door elkaar heen lopende samples van allerlei vervormde stemmen.
Een rustpunt wordt opgezocht met "Still Point", waar mooie, galmende piano-klanken voor een desolaat coda zorgen. Een welverdiend applaus is het gevolg.
"Mechanic Organic" mag gezien worden als de toegift en is een spontaan geheel van levendige, accentuerende combinaties van verscheidene synth- en pianoklanken gecombineerd met dynamische en ritmische ondersteuning. Het einde met de over-de-top synth-effecten die lijken op die uit een oud Commodore 64-computerspelletje klinkt erg grappig en bizar tegelijk en zorgt voor een perfecte afsluiter van deze set en tevens van een adembenemend album!!