Ergens in '99 las ik een beknopt interview met Joe Henry in Humo. De beste man werd geportretteerd met een aap op zijn (weliswaar fijn geklede) schouder, iets in mij zei dat deze man wel 'ns het soort muziek zou kunnen produceren waarnaar ik lange tijd zou kunnen luisteren.
Niet dat Henry er ooit zal in slagen arena's vol te laten lopen, maar dat lijkt me van geen belang voor hem. Joe is al lang tevreden wanneer hij de beugels van zijn kinderen probleemloos kan bekostigen
Joe Henry is zo'n artiest waarin ik té veel vertrouwen stel, in de mate waarin ik een minder nummer snel pareer met de "Ah! Dat is geen zwakker broertje, het is een opmaat naar het volgende pareltje."
Zo beluister ik hier het nogal slappe, in tweedehands fusion (allemachtig! fusion!) verzuipende "Fat" als een opbouw voor het prachtig openbloeiende "I want too much" (het samenvallen van piano en wahwah-pedaaltje klinkt alsof het zo moest gebeuren).
Komend weekend zal ik zijn nieuwste worp "Civilians" hopelijk met even veel plezier mogen beluisteren
