Uroboros! Alweer het 7e studioalbum van Dir en grey.Volgens gitarist Kaoru is Uroboros harder en gestoorder maar ook mooier dan The Marrow Of A Bone. Ook zou het album een stuk ‘oosterser’ klinken. Van dat soort beloftes word ik als Dir en grey fan natuurlijk helemaal wild. Maar is het ook waar wat hij zegt? Absoluut! Dit album is niet alleen beter dan The Marrow Of A Bone, het is F-E-N-O-M-E-N-A-A-L. Oke, misschien overdrijf ik nu een beetje maar goed is het zeker. Tijd voor een uitgebreide analyse!
Het album begint met Sa Bir, dat is tibetaans voor aardverschuiving. Sa Bir is een soort intro/sfeerzetter die altijd als de band op het podium opkomt. Normaal ben ik niet zo van de intro’s maar deze vind ik nog best aardig. Sa Bir doet precies wat een intro hoort te doen, de sfeer zetten en de luisteraar nieuwsgierig maken.
Vinushka is een nummer dat zo’n mooie titel verdient. Het begint met akoestische gitaren en Kyo’s mooie en mysterieuze zang. De drums en electrische gitaren komen er op precies het juiste moment bij, en nu zit je er middenin. Zonder je ogen dicht te doen raak je verder van de wereld om je heen verwijderd, de muziek grijpt je en sleurt je langzaam maar zeker de diepte in. Kyo’s zang is niet te verstaan maar het is duidelijk dat het menens is, die man heeft iets vreselijks op zijn hart liggen of is een geweldige acteur. Elektrische en akoestische gitaarpassages wisselen elkaar af. En rond een minuut of vier barst de hel los, een harde en brutale riff + blastbeat word opgevolgd door Kyo’s amper-menselijke gekerm, hoe doet hij dat toch? Rond een minuut of zes keert de rust terug, dit keer met een fluitje erbij. Langzaam word het weer harder en groffer, Kyo’s emotionele zang gaat door merg en been. Dan komt de tweede uitbarsting, ontroerend, dit doet iets met me. Van het begin tot het einde is Vinushka het mooiste nummer dat Dir en grey ooit heeft gemaakt, in 9 minuten is de hele Marrow Of A Bone van de kaart geveegd. Dit is werk waar iedere prog-metallaar jaloers op wordt.
Maar dan? Om eerlijk te zijn was ik een beetje bang voor het Crusader effect. Voor wie me niet begrijpt: Crusader is een album van de band Saxon waar 9 prima nummers op staan, maar de eerste is zo ontzettend goed dat de rest er eigenlijk een beetje in de schaduw van staat, terwijl het allemaal leuke nummers zijn. Hopend maar vrezend begon ik aan Red Soil. En wat hoorde ik, en gitaarintro die me deed denken aan Dir en grey in hun beginperiode! Hier schrok ik een beetje van, dit niveau zijn ze toch al voorbij? Maar toen kwam de riff, ik luisterde wat beter naar de geluiden op de achtergrond. Nee, dit is niet slecht. Dit is het beste gevolg op Vinushka dat er zou kunnen zijn. Op de helft barst het nummer trouwens uit in gegrunt en gooit Kyo er een van zijn prachtige oosters klinkende zangsolo’s tegenaan, de drums en bas produceren samen een heerlijk maar bizar geluid. Met nog minder dat 1 minuut de gaan komt de climax van Red Soil, een ziekelijke uitbarsting van vocale geluiden die het niveau van Jonathan Davis en Chino Moreno in hun beste dagen voorbijstreeft. Ik heb van mensen gehoord dat ze het niet serieus kunnen nemen, dat is hun gemis. Het is het geluid van iemand die verdrinkt in de stress en wilt schreeuwen van ellende, maar zo kapot is dat er alleen maar idioot maar hartverscheurend gebrabbel uit komt, wow! Daarna word een eerdere passage herhaald en is het nummer klaar.
Dokoku to Sarinu begint als een tweede red soil, de drums in dit nummer zijn formidabel. Ook de zang overdondert me weer, de gitaren en bas sluiten er ook weer perfect op aan. Dit zijn vijf muzikanten die elkaar aanvoelen als geen ander, en dat is te horen. In dit nummer word er net als in de vorige twee heerlijk opgebouwt naar een climax, en die is er ook elke keer op een geweldige manier. Nee, zeker geen Crusader effect. Vinushka blijft doorgaan, met elke minuut word ze mooier.
Toguro begint met een aanstekelijk riffje dat doet denken aan oudere nummers uit de Vulgar periode, nummers als Fukai en Shokubeni. Ik ben nooit een fan geweest van die twee, maar dit is Uroboros. Tot nu toe heb ik Dir en grey nog nooit zo goed gehoord in de studio als in de voorgaande nummers, dus een teleurstelling is het vast niet. En dat is het ook niet! Toguro is misschien wel het sterkste nummer van heel Uroboros. Een echte synesthetische ervaring die alle zintuigen prikkelt, als je je hoofd er maar bij houdt. Terwijl het geluid van de instrumenten je zintuigen en bewustzijn verder in de waar helpen raakt de mooie zang van Kyo je recht in je hart, sprake van een taalbarrière is er niet. In ieder mens zit de kracht om een ander te begrijpen, in wat voor situatie dan ook. Maar er zijn meer oergevoelens waar deze muziek op inspeelt, iets dat alle mensen in alles dat ze doen drijft, angst. Ik kan niet naar Uroboros luisteren zonder me ongemakkelijk en onveilig te gaan voelen, dat muziek je zo kan raken zeg…
Glass Skin luidt het tweede deel van het album in, de chaos van Vinushka zet zich om in stilte en leegte, de angst word verdriet. Alsof je uit het raam kijkt en een dode wereld ziet, en je dan realiseerd dat het geen raam maar die spiegel is, en je het zelf bent die naar de maan is. Je sluit je ogen en denkt terug aan je leven, waar is alles toch fout gegaan? Nee, ik spreek in de verkeerde persoon. Dit geld alleen voor mij, maar ik denk dat Glass Skin bij de meeste mensen een soortgelijk beeld zal oproepen.
De stemming wisselt al in het eerstvolgende nummer, het verdriet zet zich om in woede. Stuck Man is een nummer in de stijl van Six Ugly, uiteraard beter dan alle nummers van Six Ugly bij elkaar. Kyo uit in dit nummer zijn frustratie over de Japanse maatschappij, en dat moest er even uit zeg! Wat een agressie, die grunts en kreten! Ik moet ook Toshiya een groot compliment geven, de basgitaar springt er echt uit in Stuck man. En ik blijf het zeggen, de bandleden zijn meesters in het opbouwen van climaxen, ook in Stuck Man flikken ze het weer.
En dan Reiketsu Nariseba, wat een ziekigheid! Wat een agressie wat een kracht! Wat een expressie! Weer zo’n heerlijke solo van Kyo, weer dat betoverende instrumentele werk. Maar wat is dit nummer hard zeg, harder dan alles op The Marrow Of A Bone. Zo hard en toch zo mooi, zonder dat het elkaar tegenwerkt. Hoe doen ze dat toch?
Ware, Yami Tote... is een prachtige ballad in de stijl van Higeki ha Mabuta wo Oroshita Yasashiki Utsu (Withering To Death), en dat mocht ook wel even na al dat geweld. De nummers lijken zelfs zo veel op elkaar dat ze Ware, Yami Tote... even goed Higeki 2 hadden kunnen noemen. Gebrek aan originaliteit? Nee, dat heeft de rest van Uroboros al wel bewezen. Gewoon een heel mooi nummer op precies het goede moment. Helemaal niks mis mee. Ware, Yami Tote... is het einde van deel 2 van het album. Dat eindigt met het gevoel waarmee het begon, dat van Glass Skin. Langzaam maar zeker ebt het weg, het geluid van de akoestische gitaar, alsof je afscheid neemt van iemand van wie je heel veel houdt.
Over de titel bugaboo werd toen de tracklist net bekend was nogal lacherig gedaan, een liedje over een kinderwagen op een metalalbum, wat is dit voor een onzin? Maar na een kijkje in het woordenboek werd duidelijk dat een bugaboo naast een kinderwagen ook kan duiden op een overschatte of denkbeeldige angst of dreiging, dat is dan weer een heel goed onderwerp. Niet alleen omdat het geluid van Uroboros angst inboezemd terwijl het gewoon maar wat muziek is en er dus ook geen dreiging is, maar ook omdat Kyo wel eens laat merken dat hij omringd wordt door bugbaboo’s tijdens zijn optredens. Alsof de duivel achter hem staat en hem elk moment de hel in kan sleuren. Maar goed, genoeg over de titel. Bugaboo is een langzaam maar hard nummer, de zang blinkt weer uit. De lage grunts gemengd met het hoge kerm geven het gevoel van een innerlijke strijd die met grof geweld word uitgevochten. Ik kan het een beetje moeilijk beschrijven, maar ik kan je vertellen dat het vrij heftig is.
Volgens de traditie zijn nummers van Dir en grey met lange ingewikkelde Japanse namen van de zachtere melodische soort. Gaika, Chinmoku Ga Nemuru Koro doorbreekt deze traditie echter, het is een van de hardste nummers van Uroboros en daarmee een van de harste van de hele discografie van Dir en grey. Maar toch zit er ook een mooie melodie in gewerkt. Ik geloofde er altijd heilig in dat melodie en ruigheid niet samen gaan maar ik moet na het horen van Gaika toch maar van mening veranderen, anders zou ik mijzelf voor de gek houden.
Als de Gaika storm is gaan liggen komt er een Engelstalige heropname van Dozing Green en het ‘jaw-dropping’ Inconvenient Ideal voorbij, maar ik zal jullie dit keer mijn de hemel-in-prijzende commentaar besparen jullie zullen inmiddels wel een idee hebben
Wat kan ik hier van zeggen? Ik ben overdonderd. Ik dacht echt dat het na The Marrow Of A Bone bergafwaards zou gaan maar Uroboros is echt op alle fronten beter. De sfeer, de schoonheid, de expressie, de hardheid, alles is op z’n best, Ik heb echt niets op dit album aan te merken. *zucht* vijf sterren dan maar, ik kan dit gewoon geen lagere waardering dan dat geven. Vergeet wat ik heb gezegd over The Marrow Of A Bone, Uroboros is het beste album van Dir en grey.