Het leven en de carrière van Terrence Orlando Callier waren bepaald geen aaneenschakeling van geluk en succes. Hij groeit op in het noorden van Chicago en is in zijn jeugd bevriend met Curtis Mayfield en Jerry Butler, die later zoals bekend ook zouden uitgroeien tot bekende artiesten. In zijn tienerjaren en zijn studententijd zit hij in diverse muziekgroepen. Hij weet uiteindelijk een platencontract te bemachtigen en brengt in de jaren ’60 zijn debuutalbum The New Folk Sound of Terry Callier uit, in de basis inderdaad een folkalbum. In 1970 sluit hij zich aan bij het collectief Chicago Songwriters Workshop, dat door zijn jeugdvriend Jerry Butler is opgericht. In de vroege jaren ’70 brengt hij de albums Occasional Rain (1972), What Color Is Love (1972) en I Just Can't Help Myself (1973) uit op Chess Records. Op deze albums verwerkt hij meer en meer ook soul en jazz in zijn muziek. De drie albums zijn echter geen succes en als Chess Records in 1976 wordt verkocht, wordt Terry op straat gezet. Op Elektra Records brengt hij daarna Fire On Ice (1977) en Turn You to Love (1978) uit en het nummer Sign Of The Times wordt zelfs nog een bescheiden hitje in de Verenigde Staten. In 1983 krijgt hij echter de voogdij over zijn dochter en besluit hij te stoppen als muzikant, hij verkiest een stabiel inkomen. Hij gaat dan als computerprogrammeur aan de slag bij de universiteit van Chicago en studeert in de avonduren ook sociologie aan diezelfde universiteit.
In de jaren vroege jaren ’90 ontstaat er dan eindelijk wat meer aandacht voor de oude platen van Terry. Hij gaat weer optreden, gaat samenwerkingen aan met onder meer Urban Species en Beth Orton en in 1998 brengt hij voor het eerst in bijna twintig jaar een nieuw album uit: TimePeace. Dit album wordt goed ontvangen; hij ontvangt er zelfs een prijs voor van de Verenigde Naties in de categorie “artistieke bijdragen voor de wereldvrede”. Zijn werkgever, de universiteit van Chicago, kan het nieuws echter niet waarderen. Kennelijk wisten de universiteit en de collega’s van Callier helemaal niet van zijn muzikantenbestaan af. Bij terugkomst op de universiteit krijgt hij te horen dat hij vier uur de tijd heeft om zijn bureau leeg te ruimen.
Ze hadden bij de universiteit echter beter de vlag kunnen uithangen, want TimePeace is een geweldige plaat, die volstaat met schitterende liedjes en een rijke muzikale aankleding kent, inclusief fraaie saxofoonbijdragen van Gary Plumley (op het titelnummer blaast de grote Pharoah Sanders naar verluidt zelfs een deuntje mee). Callier is ten tijde van dit album de vijftig al ruim gepasseerd, maar zijn vocalen zijn hier nog steeds indrukwekkend te noemen. Hij weet ook zijn muzikale horizon nog wat te verbreden, op Traitor to the Race lijkt zijn voordracht bijvoorbeeld nog het meest op rappen. Verder staat er met People Get Ready / Brotherly Love een eerbetoon aan zijn jeugdvriend Curtis Mayfield op het album en is het door Alex North gecomponeerde Love Theme from Spartacus wellicht nog bekender in de versie van Yusef Lateef. Op recentere versies van het album staat daarnaast nog een prachtige vertolking van Wayne Shorters meesterwerk onder de titel Following Your Footprints (inclusief Calliers zang).
De verschijning van TimePeace, in combinatie met het onvrijwillige vertrek bij de universiteit van Chicago, luidt een muzikale wederopstanding van Callier in, uitmondend in nog vier studioalbums en tal van samenwerkingen en gastbijdragen (onder meer met Paul Weller, 4hero en Massive Attack). Uiteindelijk overlijdt Terry Callier op 27 oktober 2012 op 67-jarige leeftijd aan de gevolgen van keelkanker.