Noise, drone, ambient; het is voor een groot deel nog steeds een mysterieus, onontgonnen terrein voor mij. Hele landsdelen die aanlokkelijk lonken, maar steevast omcirkeld door dikke mistbanken. Metal daarentegen is een genre (en je kan dat heel ruim bekijken) dat me al sinds lang intrigeert, waarmee ik ben opgegroeid, van System of a Down over Maiden en Metallica tot Oranssi Pazuzu en Bathory. En nog wel honderd namen.
Wanneer die genres in de clash gaan met elkaar, kijk, dan gaan mijn muzikale voelsprieten in een soort van overdrive aan het werk en wordt een neon billboard gevuld met een woord in koeien van letters: INTERESSANT!
Ik merk dat ik, in de loop der jaren, steeds meer zijpaadjes ben gaan verkennen, drone metal is er daar eentje van. En dan komen we bij Monno, een van oorsprong Zwitserse band - originele leden Gilles Aubrey (zang), Antoine Chessex (tenor sax) en Marc Fantini (drums) leerden elkaar kennen in de plaatselijke extreme metalscène - die in 2003 werd gecompleteerd met de Canadese bassist Derek Shirley. De bandleden hebben, naast metal, ook wel wat met jazz van het uitdagendere soort, en dat hoor je ook wel terug in de muziek, vind ik.
Opener Negative Horizon is meteen een indrukwekkende kolos van bijna een kwartier. Wat na een luisterbeurt of 6 opvalt, is de opbouw van het nummer: traag, log zelfs met die donderende drums, komt de track op gang. Tijd speelt geen rol in het universum van Monno, het draait 'm uitsluitend om de sfeer, die nu eens verwrongen, dan weer verziekt klinkt. Inderdaad: voor een makkelijk, blij gevoel hoef je niet bij Monno te wezen!
Ik schreef hierboven dat Chessex tenor sax (schier perfect naam om dit instrument te bespelen, trouwens) toevoegt aan deze donkere brij, maar dat is verre van conventioneel getoeter. De saxofoon is gekoppeld aan een gitaarversterker, wat zorgt voor een heel apart en dof geluid. Zoek niet naar helderheid of virtuositeit, wel een beklemmend gevoel waar je (ik, althans) een halfuur na luisteren nog steeds niet volledig van hersteld bent. Fobiebeleving voor gevorderden.
De overige 4 tracks kunnen wat mij betreft niet tippen aan de opener, die de lat natuurlijk gelijk erg hoog heeft gelegd. Aubry gooit hier en daar rauw gorgelende vocalen in de strijd (een geluid dat, heb ik ergens gelezen, eigenlijk afkomstig was uit zijn laptop), en dat voegt wel degelijk wat toe. Alsof diverse maagsappen in een laatste opflakkering opborrelen, ternauwernood zoekend naar een uitweg.
Qua invloeden hoor ik de dynamiek en uitgekiende opbouw van Sun O))) terug, evenals de verterende gal van Khanate. Experimentele, eclectische acts als Boris springen me ook wel te binnen (vooral tijdens tracks 1 & 5) en wanneer het saxgeluid wat meer naar de voorgrond treedt, moet ik gelijk aan Albert Ayler denken, die wist ook op een meesterlijke manier zijn instrument aan gruzelementen te blazen, al was dat nog een pak onstuimiger en energieker. Ook de epiek van een sludge/post-gigant als Cult of Luna of Neurosis komt bij momenten wel bovendrijven. De oude punk-energie van die laatste band in het bijzonder hoor ik ook terug in de kortste track van het album, Hull, in een bijzonder pittig huwelijk met free jazz en noise. En de afsluitende track (die ook flink over de 10 minuten gaat) tapt dan weer uit enkele doom-vaatjes!
4 sterren