Bij het lezen van Cowboy Song (2016) van Graeme Thomson, een biografie over Thin Lizzy, ontdekte ik dat deze band onder de schuilnaam Funky Junction een album met covers van Deep Purple had gemaakt. Een formule om snel geld te verdienen en er moest snél worden verdiend: ook Lizzy’s tweede album was geflopt, ondanks een tournee in het voorprogramma van Slade, op dat moment de absolute Britse top. De plaat verscheen in januari 1973.
Hij is tegenwoordig
op YouTube te vinden en omdat ik te nieuwsgierig was, heb ik ‘m op vinyl aangeschaft. In de Duitse versie, waar de band
The Rock Machine heet en de hoes compleet anders oogt.
Omdat het uiteindelijk om de muziek gaat, was ik vooral benieuwd hoe Eric Bell de partijen van Ritchie Blackmore zou aanpakken. Zou hij zich laten verleiden tot snarenracerij in diens stijl?
Hierboven vertelt
lebowski over de bezetting op de plaat. De niet-Lizzyanen eerst: Benny White zingt verdienstelijk, zijn stem doet denken aan die van de eerste zanger van Purple, Rod Evans. Toetsenist Dave Lennox slooft zich behoorlijk uit en blijft dichtbij het werk van Jon Lord.
Dan de drie van Thin Lizzy: Brian Downey laat weer eens horen hoe goed hij kan drummen, zijn spel kan zich meten met dat van Ian Paice. Het basspel van Phil Lynott staat vrij vooraan in de mix, hij speelt degelijk.
Eric Bell houdt er hoorbaar niet van om Ritchie Blackmore na te doen: op de Purplenummers hoor je niet of nauwelijks solo’s en bovendien staat de gitaar lager in de mix. In de overige nummers heeft hij meer vrijheid, die hij af en toe pakt. In
Dan, een elektrische versie van traditional
Danny Boy, biedt hij een vooruitblik op het Lizzy ten tijde van
Black Rose (1979), met Gary Moore in de band. Scheurende folkrock. Op tweede instrumentaal
Palamatoon wordt vooral op toetsen gefreakt, verdienstelijk ondersteund door Bell.
Op de B-kant is
Rising Sun hun plichtmatige cover van
House of the Rising Sun van The Animals.
Corina sluit de plaat af: bluesrock mét zang, klinkend als een dampende livejam. Tot mijn verbazing zie ik dat het liedje in 2021 in Japan
op cd-single is verschenen. Geinig, toch?
Een aardig coveralbum met z'n goede momenten. Geen hoogvlieger, maar voor degenen die het Thin Lizzy van de triofase kunnen waarderen, is ie minimaal interessant. Hetzelfde geldt voor fans van het Purple van die periode.