Soledad
Te gekke plaat weer van Waldron, deze keer met een ware killerband: Clifford Jordan op tenor, Cecil McBee op bas en Dannie Richmond op drums. Eigenlijk weet je al van tevoren dat het maar één ding kan opleveren: vuurwerk! En vuurwerk is het.
De plaat gaat van start met een keurige strakke boppert: Charlie Parker's Last Supper. Gewoon een strakke bop-compositie met uitstekende solo's van alle muzikanten. Wat blijft Waldron toch een fundament van een pianist. Iemand die waarlijk een volledig bed van geluid en akkoorden creëert waar de rest van de band op kan inspelen. Maar pas echt los gaat het op Hymn from the Inferno waar de band wat meer buiten de lijntjes gaat kleuren. Intense postbop die soms behoorlijk neigt naar freejazz. Toch verliezen ze elkaar nergens uit het oog en is het één groot samenspel. En hoe heerlijk om Clifford Jordan weer lekker buiten zijn eigen comfort zone te horen: wat een saxofonist was het toch. En wat is McBee een duo met Mal Waldron zeg... jammer dat zij niet vaker met elkaar hebben gespeeld. Hij past net zo goed als een Reggie Workman bijvoorbeeld. McBees strakke lijnen gaan prachtig samen met de donkere, zware lijnen van Waldron's piano.
De afsluiter 'What It Is' is een typische Waldron compositie. De start is onvoorspelbaar maar klinkt logisch tegelijkertijd. En dan begint Waldron deze keer met soleren.... en wat een solo speelt hij! Cecil McBee gaat volledig mee maar Dannie Richmond spant de kroon: wat een drummer is dat zeg. Waldron en Richmond kennen elkaar nog van Mingus, dat mag het verklaren maar wat een interactie met elkaar. Ook dit nummer gaat weer langzaam naar gigantisch hoogtepunt: Richmond drumt zich een ongeluk, McBee bast erop los, Mal blijft stug maar hard en consequent maat houden en akkoorden spelen en uiteindelijke gaat ook Jordan weer los.
Tsja ik heb het vaker gesteld: Mal is voor mij persoonlijk een absolute favoriet. Werkelijk een uniek muzikant en mens. Zijn sound moet je echter wel liggen. Er zijn critici die hem praktisch negeren en critici die hem tot de allergrootste rekenen. Bijzonder is wel dat er op internet een hele uitgesproken groep liefhebbers is te vinden van zijn werk. In Japan genoot hij ooit bijna een popster status.
Gelukkig heb ik met 28 cd's misschien net 1/8 verzameld dus er ligt nog een hoop moois om op te rapen (al heeft hij zeker met een aantal zangeressen ook wat kutplaten uitgebracht) . Dit was nummer 25, met een handtekening van Mal erop (en hij lijkt toch bijzonder echt). Helaas heb ik hem nooit live mogen aanschouwen dus toch even eraan snuffelen (moet naar rook ruiken aangezien hij ongeveer 3 pakjes per dag wegpafte...)