Het moet gezegd dat de titel van dit album zo'n beetje de meest originele is, die ik van Kirkwood heb mogen vernemen.
Al met al is ook Mother Redcap's Basket of Strange Weather er weer één van ongekende Kirkwood-maatstaven en is het van begin tot eind genieten van de scherpe en behoorlijk op de voorgrond verkerende geluids-collages die al dan niet zo'n beetje hand in hand gaan met voortstuwende ritme-ondersteuningen.
Een bobbelend geluid luidt "And a Crown of Light" in en mooie, feeërieke klankpatronen ontvouwen zich. Een mooi en smaakvol intro die vlak voor de 3de minuut gezelschap krijgt van een welluidende sequence-partij. Jim Kirkwood is in-da-house en dat zullen we weten! Al ruim na de 7de minuut vertrekt de sequence weer en krijgen we prachtige en warme geluidscollages te horen, waarop een rustige melodie op de voorgrond te horen is. Een fraaie opener die van mij echter nog wel wat langer had mogen duren.
"The Indian Prince" doet qua muziek zijn titel wel eer aan en is daardoor een wat meer exotisch getinter nummer dan dat ik doorgaans gewend ben van Jim. Het jodelende gechant in het begin drukt daar alleen maar zijn stempel op. Het is in ieder geval weer eens wat anders. Het inheemse ritme krijgt niet veel later ondersteuning door zowel een wat 'pafferige' als 'metaalachtige' sequence, totdat er zowaar de klanken van een 'synthetische' sitar te horen zijn. Al met al is het een smaakvol nummer, echter was het misschien passender geweest, als dit nummer onder de Lucifaere-banier was uitgebracht, aangezien de meer exotische en etnische uitstapjes binnen Kirkwood's muziek eerder onder een album van Lucifaere passen.
"The Stars Under the Hill" begint weer op vertrouwder terrein en een smaakvol, mysterieus en typerend intro, compleet met zingende vogeltjes op de achtergrond, oftewel zoals ik het wel gewend ben van Kirkwood, wordt ten toon gespreidt. E.e.a. wordt rustig ontvouwd en uitgebouwd, totdat ergens in de 7de minuut een langzame sequence-sectie tot ontwikkeling komt. Tot aan de 13de minuut krijgen we redelijk, maar toch ook wel wat dreigende muziek voorgeschoteld, totdat de sequence zich nog meer lijkt te ontvouwen en de muziek nog levendiger wordt. Een plotselinge ommezwaai in de vorm van gemene, aangezette aanslagen, luiden het volgende deel van het nummer in: een mooi, ietwat vreemd stuk, waar de warme klanken van een synth-fluit voor een fabelachtig geheel zorgen. Mooi zweverig en onvoorspelbaar lijkt het stuk af te dwalen naar een surrealistische wereld van ruimtelijke klanken, waar ergens in de verte vogels lijken te fluiten. Een fraai stuk is het in ieder geval, echter is het nummer nog lang niet afgelopen, want een sequence die me sterk doet denken aan die van Tangerine Dream's "Ricochet Part 1" maakt zijn opwachting en schiet uit de startblokken. De laatste fase van het nummer is ingegaan. Ondanks dat het nu allemaal een stuk vlotter klinkt dan daarvoor, houdt Jim zich toch redelijk in als uiteindelijk de sequence weer verdwijnt en huilerige klanken tezamen met andere onwerkelijke geluiden op een tapijt van synth-strings overblijven. Het nummer eindigt verrassend met een stuk wat op een harp gespeeld had kunnen zijn. Verrassend ingetogen en bloedmooi.
Jim Kirkwood heeft met dit wapenfeit wederom een smaakvol en spraakmakend album afgeleverd. Ondanks dat het eigenlijk 'top-notch' Kirkwood is wat we voorgeschoteld krijgen, houdt Jim zich eigenlijk over de gehele linie vrij in, waardoor een relatief wat kalmer album het resultaat is. En daar is overigens niets mis mee!