Als ik het goed gelezen heb, is Urfaust begonnen als dark ambient band, en na korte tijd overgeschakeld op black metal. Met ambient ben ik eerlijk gezegd niet bekend, maar ik stel me zo voor dat het laatste nummer op Geist ist Teufel, een restant is van die periode van de band: langzaam voortkabbelende keyboardpartijen. Die eigenlijk nergens heengaan, en daarmee een nummer van een kwartier een ergerlijk lange zit maken. Bovendien past In den Weiten, öden Räumen totaal niet bij de rest van het album.
Dat is namelijk black metal met Urfaust’s kenmerkende galmende wolvenhuilzang. In tegenstelling tot Der Freiwillige Bettler uit 2010, waar ik nog steeds behoorlijk enthousiast over ben, en wat ook de reden is dat ik Geist ist Teufel graag wilde horen, is het niet best wat Urfaust op dit album laat horen. Ik vind de nummers te lang en daardoor saai. De zang wordt niet overtuigend gebracht, zodat het klinkt als last-minute improvisatie van een zanger die nog aan het experimenteren is met z’n zanglijnen en stemgeluid. Daarbij vind ik de nummers onvoldoende samenhangend om het album consistent te maken. Na een zwaar nummer als Drudenfuss komt er plotseling een vrolijk wijsje in Auszug Aller Tödlich Seinen Krafte (en wordt dat nummer op het einde wel erg abrupt weggedraaid).
Dit album weet onvoldoende duidelijk te maken of Urfaust serieus bedoeld is, of dat het een grote grap is (die hier ook nog eens slecht uitgevoerd is). Ik heb Der Freiwillige Bettler tien keer liever dan Geist ist Teufel.
2.0*