Daar zaten ze dan met zijn vieren, de leden van de Franse band Nemo. Ze hadden een paar leuke plaatjes gemaakt, maar nu was het tijd voor het echte werk. Ze moesten en zouden nu eindelijk eens de aller-aller-allerbeste plaat ooit opnemen. Een symfonisch meesterwerk dat King Crimson, Jethro Tull en Yes moest doen verbleken. En dat in hun eigen taal. Het zou een hels karwei worden, maar ze waren er toe in staat, verdorie! Een serie lekker lange nummers op plaat slingeren en voilà! De wereld bestormen!
Maar waar te beginnen als je het beste album aller tijden wil gaan opnemen. Gitaar erbij dan. Een beetje spelen, een beetje proberen. Ah, kijk, een themaatje. Daar kunnen ze mee verder, de leden van Nemo. Het is nog maar het prille begin, want er moeten nog wel honderden themaatjes bij. Maar deze staat vast: die kunnen ze goed voor het laatste nummer gebruiken.
Want het laatste nummer, verdorie, dat moet wat worden. Een beetje progplaat heeft natuurlijk een sluitstuk van minstens twintig minuten dat de luisteraar van hot naar her slingert en aan het eind verrukt achterlaat. Zo moet de nieuwe Nemo ook gaan klinken. Maar dan beter, natuurlijk! Eerst maar eens al de energie op dat laatste nummer dus, maar da's flink bikkelen... Na het eerste themaatje volgen er gelukkig meer, en die zijn natuurlijk hard nodig voor het briljante sluitstuk.
Na weken ploeteren is er eindelijk genoeg materiaal om een suite van een kleine 26 minuten in elkaar te zetten. Da's nog niet zo makkelijk, want in welke volgorde plak je al die verschillende stukjes muziek aan elkaar?
Inmiddels begint de verveling toch een beetje toe te slaan, want zo eindeloze componeersessie gaat je ook als Franse progger niet in de koude kleren zitten. Gelukkig moet het op een échte progplaat vooral in het slotstuk gebeuren, dus de rest mag, vooruit, best een beetje minder zijn.
Dus wat doen ze, de onverlaten...? Een paar ideetjes die eigenlijk niet helemaal in het laatste nummer passen uitwerken tot hele heftige prognummers. Er gebeurt misschien niet al te veel in, maar dat valt met wat creativiteit en gitaargeweld wel op te lossen. Gewoon wat moeilijk doen, dan lijkt het toch nog wat. Misschien zelfs toch nog wel de beste plaat ooit.
Dan is het af. De echte progliefhebber zwijmelt weg bij de heftige instrumentale progstukken. Het laatste nummer wordt alom geroemd! Is al die energie toch niet voor niets geweest!
En ik? Ik vind het een gedrocht. Ik geloof werkelijk dat het zo gegaan is als hierboven geschreven. Resultaat: een dertien-in-een-dozijn progconceptplaatje. Onder progfans staat-ie hoog aangeschreven, maar ik geloof dat ik die mensen écht niet begrijp. Want ik hou best van een portie progressieve rock, maar dit beklijft dus van geen kant. Veel te bedachte standaard alles-op-het-kijk-ons-laatste-nummer-eens-episch-zijn rock. Leuk voor de fans, maar de beste plaat ooit is voor Nemo nog ver weg. Die zal er ook nooit komen, dus doen ze er goed aan de volgende keer wat minder hooi op de vork te nemen.