Het begin van een lange, lange reis. Eentje door de wondere muzikale wereld van Klaus Schulze, één van de meest grensverleggende pioniers van de elektronische muziek.
De La Vie Electronique-serie is de spectaculaire her-uitgave van
Klaus Schulze - Ultimate Edition (2000). Verspreidt over 16 volumes (volume 16 gaat eind mei 2015 verschijnen is de bedoeling), plus nog extra onuitgebracht materiaal, is dit dé kans voor iedere Schulze-fan om alsnog op deze manier deze geweldige en unieke muziek te ontdekken. Gezien The Ultimate Edition alweer jarenlang out-of-print is en alleen voor héél véél geld nog her en der te bemachtigen valt, is het La Vie Electronique-project hét ultieme (en betaalbare) alternatief voor iedere Schulze-fan.
De eerste CD van La Vie Electronique 1 begint met een iets andere versie van “Neuronengesang” die later op Cyborg terecht zou komen. Over Cyborg heb ik me al uitvoerig uitgelaten, dus ik sta niet opnieuw stil bij dit stuk muziek, behalve dat ie ook in deze vorm briljant is en voor de verandering een andere titel met zich mee heeft gekregen (een heel originele welteverstaan). Daarnaast is ie opgesplitst in drie delen, maar alle drie gaan ze ongemerkt in elkaar over.
“The Real McCoy” is zondermeer magnifiek. Het is een stokoude compositie die ergens tussen 1968 en 1971 gemaakt is. De combinatie van meeslepende orgelklanken in combinatie met bij vlagen spookachtige geluidseffecten werkt zeer effectief. Naar het einde toe, worden de orgelklanken wat kabbelender, veranderen de effecten in klanken die voor een soort percussie door moeten gaan en is er even zelfs wat gezang te horen! Wat dat betreft een briljant en inspirerend nummer die met 12 minuten eigenlijk veel te kort duurt.
Wederom is “Tempus Fugit” een hele oude compositie die zo maar eens uit eind jaren ’60 afkomstig zou kunnen zijn. De orgelklanken worden zwaar ingezet als het nummer opent. Maar wat een majestueuze, mooie opening is het. Niet veel later komt er een orgel-solo tot leven die de muziek, ondanks dat deze zwaarmoedig klinkt, een imposante kracht met zich mee geeft. Prachtige en tegelijkertijd zwaar aangezette akkoorden zorgen ervoor dat de muziek tot grootse proporties aanzwelt, ondanks dat het instrumentarium van Schulze hoogstwaarschijnlijk in die tijd zéér beperkt moet zijn geweest. Het is dan ook behoorlijk verbluffend te noemen wat Schulze hier letterlijk ten toon spreidt. Het klinkt zo allemachtig imposant en dan heb ik het ook nog niet eens gehad over de productie die werkelijk kristalhelder is! Concreet is “Tempus Fugit” een ware orgie aan orgelklanken, maar het is heerlijk om naar te luisteren.
“Dynamo” is materiaal wat zo rond 1970-71 aan het brein van Schulze moet zijn ontsproten. Het klinkt zeer minimalistisch en kosmisch, maar vooral heel impressionistisch en vooruitstrevend. Zodra de orgelklanken hun intrede doen, wordt het wat toegankelijker. Opvallend is het tweede helft van het nummer als een drumsectie zijn intrede doet, ondersteund door de kalme, kabbelende en ritmische begeleiding op wat zomaar eens een gitaar of basgitaar zou kunnen zijn. Het tweede deel zou daardoor zomaar door kunnen gaan voor een portie sfeervolle, redelijk subtiele, maar toch ook onvervalste krautrock.
“Dynamo” is in ieder geval ook weer een essentiële muzikale schets van waar Schulze allemaal toe in staat was in zijn beginperiode.
De eerste CD eindigt met een kort fragment van een Schulze-interview afgenomen ergens in 1970.
De tweede CD opent met “Traumraum”. Een mooi klanken-palet opent dit nummer en het duurt niet lang of vertrouwde orgel-klanken zorgen dat het nummer een structuur met zich mee krijgt. Het timide en dwalende karakter wat de muziek dan met zich mee krijgt in combinatie met de dragende orgelklanken, is heel mooi te noemen. Op een gegeven moment vind er een omslag plaats en zijn er veelzijdige, maar toch ook wel behoorlijk onrustbarende klanken te horen. Het is pure, experimentele elektronica wat de klok slaat, totdat een pulserende grondtoon in combinatie met lage, sombere orgelklanken weer wat vorm in de compositie brengt. Uiterst sfeervolle, op de achtergrond sluimerende, tinkelende klanken zorgen voor wat licht in deze vrij duistere en grimmige impressie van experimentele genialiteit. Als er langzamerhand vervorming in de muziek optreedt tezamen met de eenzame klanken van een, bij vlagen, eveneens vervormde gitaar, is het net alsof ik naar de soundtrack van een koortsdroom aan het luisteren ben. Dit mag met recht erg abstract, bij vlagen behoorlijk grimmig, maar tegelijkertijd uiterst boeiend en meeslepend materiaal genoemd worden!!
Qua tijdsduur mag “Study for Brian Eno” als tussendoortje beschouwd worden, maar qua muzikaal gehalte niet! Dit is zeven minuten lang Klaus Schulze op z’n best. Schitterende, sfeervolle geluiden uit de oude synths van weleer zorgen voor een impact die zondermeer doeltreffend genoemd mag worden. Dit is subliem materiaal uit een lang vervlogen tijd: magisch, futuristisch, inspirerend.
“Cyborgs Traum” is een vervolgzetting van de orgel-experimenten die Klaus Schulze gemaakt en opgenomen heeft in de vroege jaren ’70. In dit geval (volgens de info in het boekje) zo rond 1972, het jaar waarin het debuut Irrlicht verscheen. De orgel domineert, maar vreemde, bijna ritmisch aandoende synth-klanken (die wel een beetje lijken op degenen die voor een groot deel het album Picture Music overheersen), zorgen voor opvallende bijval. Geïmproviseerd, redelijk subtiel drumwerk zorgt voor bijval als de orgelklanken meer beginnen te domineren en kabbelend gitaarwerk de ritmesectie beginnen te ondersteunen. Langzamerhand begint de muziek ook wat meer aan kracht toe te nemen als de orgel levendiger en de ritmesectie nadrukkelijker gaat klinken. Rond de twintigste minuut vind er een omslag plaats als een zoemende, deinende grondtoon in combinatie met een mengelmoes aan bliepjes en piepjes zich aankondigt en eenzame orgelklanken proberen boven de vreemde brei aan klanken uit te komen. Het zorgt voor een vreemde, ongrijpbare en ergens toch ook wel beklemmende sfeer. Op een gegeven moment wordt het gezoem en de bliepjes die klinken als de geluiden van een zwerm buitenaardse insecten luider en lijkt de compositie in zichzelf te verdrinken als een pure, experimentele brei aan klanken het overneemt. Uiteindelijk valt er in deze krankzinnige kakofonie (hier overigens positief bedoeld!) een rustige orgelsectie te horen die langzaam maar zeker de bizarre aaneenschakeling aan vreemdsoortige geluidseffecten tot rust laat komen. Op een gegeven moment komt de grondtoon ook weer tot leven en verdwijnt de orgel weer naar de achtergrond om weer plaats te maken voor een excentrieke oersoep aan synth-klanken.
Zondermeer één van de meest abstracte schetsen die Schulze wellicht ooit opgenomen heeft, is “Cyborgs Traum” absoluut zware kost te noemen. Maar het is het degelijk waard, als je eenmaal een klik met deze vorm van muziek hebt gemaakt. Een klik die overigens absoluut nodig is, om dit te kunnen waarderen. Is die klik er niet, dan is dit gewoon niet te bevatten.
“Die Kunst, Hundert Jahre Alt zu Werden” is als het ware een ruim een uur durende, muzikale schets, ontsproten uit het brein van een man die, in de periode dat dit gemaakt werd, net op het punt stond, zijn ambitieuze debuut-album Irrlicht op de wereld los te laten. Het is behoorlijk imposant te noemen, dat Schulze rond die tijd uren en uren aan onuitgebracht werk had opgenomen, die heel persoonlijk en puur voor eigen belang bedoeld waren. Hoe geweldig is het dan ook, dat de beste man op een gegeven moment besloot, al dit materiaal uit te brengen.
Een uur lang laat Schulze datgene horen wat weliswaar eerder op deze box-set te horen is geweest, maar wel heel lekker klinkt: voornamelijk typerende orgelklanken en vreemdsoortige synth-effecten in combinatie met een kabbelende ritmesectie bestaande uit in het begin drums en gitaar en veel later weer gitaar. En hoe primitief en kleinschalig dit dan ook in verhouding mag klinken, het is van zeer grote invloed geweest voor de basis die uiteindelijk tot de eerste 2 platen van Schulze zou leiden. En zonder deze experimentele prologen, was het er misschien niet eens van gekomen.
De twee opvallendste stukken die de grootste aandacht opeisen zijn het extreem lange orgelstuk die op den duur steeds krachtiger en meer hypnotiserend gaat klinken en redelijk vlak aan het einde van het nummer in combinatie met een kabbelende (bas)gitaar weer terug komt. Maar ook het stuk waar een prachtige, rustig kabbelende gitaar voor een aangename achtergrondbegeleiding zorgt, terwijl zoemende en bubbelende geluidseffecten voor een onaards effect zorgen, is zeker het vermelden waard. Het is vooral dát stuk, waarin ik ook een Schulze hoor, zoals deze later op Blackdance te horen valt, gezien hij daar ook weer teruggrijpt op de gitaar.
Het slot van deze mammoet van een track bestaat uit een minutenlang aanhoudende, zoemende grondtoon, waaroverheen naargeestige effecten uitgestrooid worden. Een eenzame gitaarlijn zweeft op de achtergrond, maar verdrinkt uiteindelijk in de brei van geluidseffecten terwijl orgelklanken op de kille achtergrond nog even van zich laten horen, terwijl de grondtoon langzaam wegsterft.
“Study for Terry Riley” zet me meteen weet met beide voeten aan de grond en is een orgel-extravaganza van jewelste. Een zoemende orgel-sequencer knalt er in en even later is er een heerlijke orgel-solo te horen. Kort, maar krachtig en erg interessant om naar te luisteren.
Het eerste deel van LVE 1 eindigt uiteindelijk met “Les Jockeys Camouflés”, een compositie die toch erg als basis lijkt te hebben gediend voor “Waves of Changes” van Blackdance. Vanwege het exotisch klinkende percussiewerk ademt het nummer sowieso een compleet andere sfeer uit dan de rest van de muziek verspreidt over deze compilatie.
Dit eerste LVA-album, verspreidt over drie CD’s, bevat een indrukwekkend overzicht van de grondbeginselen van een pionier die later een compleet eigen stijl binnen het genre zou ontwikkelen. Het is misschien wat teveel van het goede, bijna vier uur lang veel van hetzelfde, maar toch is het een essentieel album die geen enkele liefhebber van Schulze links zou moeten laten liggen. En laten we niet vergeten dat in de tijd dat deze muziek gemaakt werd, Schulze over een zeer beperkt instrumentarium bezitte en de synths al helemáál beperkt waren (of er geheel niet waren). Want laten we eerlijk zijn: zonder deze muziek hadden Irrlicht en Cyborg wellicht lang niet zo imponerend en vooruitstrevend geklonken. Wat…? Wellicht waren ze er nooit geweest!
Kortom: LVE 1 is een heel erge aanrader en is de meest gemakkelijke (en tegenwoordig raadzame) manier om deze oude, exclusieve muziek van Schulze in huis te halen!!