Dit album heb ik ook; toch nog eens luisteren. Eigenlijk klinkt het zo slecht nog niet.
Starfish is een lekker rocknummer met een mooie vrouwelijke zang. Als eerste moet ik aan de band Heart denken.
Air gaat meer richting Belly en Throwing Muses. Echt super spannend wordt het niet, maar het luistert verder lekker weg.
World Becomes One heeft een mooie samenzang. Zangeres Pamela Laws heeft blijkbaar een jazz verleden, wat ik dan weer niet echt terug hoor.
De tweede stem van bassiste Nancy Hess doet het ook op He Can erg goed.
Past allemaal wel in het tijdsbeeld van 1995. Beetje gitaarrock zoals REM dat maakt, maar nergens echt hard. Wel dromerig.
Giant doet in de verte wel aan Walkabouts denken. Hier laat de gitarist wel even het volume op lopen, maar dat is helaas van korte duur.
Ik hoor bij Walkaway even een echt orkest, maar die wordt al snel de das om gedaan. Jammer; gemiste kans. Mooi intro, maar verder niet bijzonder.
Eindelijk gaat het volume echt open. Back To Nature rockt echt, en heeft enigszins raakvlakken met Smashing Pumpkins.
Weer een zeer geslaagd intro (toch wel een van hun sterkste kanten) bij Bleeding, maar vervolgens wordt het weer een stuk vlakker. Duidelijk geluisterd naar Nirvana’s Smell Like Teen Spirit; maar wie deed dat in die tijd niet?
Dat Pamela Laws geen slechte zangeres is, dat is te horen, maar ik mis wel wat kracht.
Bij Stay kan ik in iets van jazz in haar stem terug horen. Hier klinkt de samenzang trouwens wel erg lekker. Mooi hoe de tweede stem er wat dieper onder duikt. Ook de gitaar komt goed tot zijn recht.
Beste nummer van het album.
Violence kan er vanwege de mooie baslijnen ook wel mee door.
Dan hoor ik een mondharmonica waar verder niks mee gedaan wordt bij Today And Everyday. Toch wel een album vol gemiste kansen.
De afsluiter Sleep is ook wat slaapverwekkend. Daar kan die cello niet veel aan veranderen.
Toch ben ik wel gecharmeerd van Seven day Diary. Altijd leuk als vrouwen een gitaarband beginnen. Maar hier werd nooit meer iets van vernomen.