MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Steeleye Span - Bloody Men (2006)

mijn stem
4,42 (6)
6 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Folk / Rock
Label: Park

  1. Bonny Black Hare (0:45)
  2. The Story of the Scullion King (4:41)
  3. The Dreamer and the Widow (4:47)
  4. Lord Elgin (4:06)
  5. The Three Sisters (4:16)
  6. The 1st House in Connaught (3:38)
  7. Cold Haily Windy Night (4:39)
  8. Whummil Bore (4:12)
  9. Demon of the Well (5:57)
  10. Lord Gregory (5:41)
  11. Ned Ludd Part 1 (Inclosure) (2:48)
  12. Ned Ludd Part 2 (Rural Retreat) (4:09)
  13. Ned Ludd Part 3 (Ned Ludd) (3:18)
  14. Ned Ludd Part 4 (Prelude to Peterloo) (2:56)
  15. Ned Ludd Part 5 (Peterloo the Day) (2:52)
totale tijdsduur: 58:45
zoeken in:
avatar van Brunniepoo
4,5
Het tempo van opnemen ligt redelijk hoog aan het begin van het millennium. Slechts twee jaar na het tussendoortje “Winter” verschijnt alweer een nieuwe plaat, een dubbelaar bovendien – de eerste in de geschiedenis van de band – waarbij wel vermeld kan worden dat alle muziek ook met gemak op één schijfje had gepast. Een ander unicum is dat de band drie opeenvolgende albums in ongewijzigde samenstelling opneemt.

“Bloody Men” bestaat uit twee delen: de eerste cd bevat een tiental nummers volgens het inmiddels beproefde recept van zelfgeschreven werk afgewisseld met de trad.arr’s. De plaat trapt meteen sterk af met het felle Bonny Black Hare, met Maddy Prior in een wel heel laag register en Peter Knight die zijn elektrische viool laat scheuren. The Story of the Scullion King bevat weer een interessant stukje Engelse geschiedenis over een valse troonpretendent die eindigt als keukenhulp.

Niet al het materiaal is helaas van dat niveau: het door Knight geschreven Lord Elgin klinkt ontzettend lullig en bevat misschien wel het meest beroerde gebruik van een tweede stem in de bandgeschiedenis. Op het Ken Nicol-nummer The 3 Sisters revancheert de band zich gelukkig alweer. Het is grappig dat het soms eigenlijk niet mogelijk is om de eigen composities van de trad.arr’s te onderscheiden, het nummer had dan ook zo op willekeurig welke jaren ’70-plaat van de band kunnen staan.

The 1st House in Connaught is een fijne instrumental overbrugging naar een volgende topper, een nieuwe versie van Cold Haily Windy Night, dat de band eerder immers ook al speelde op “Please to see the King”. Deze versie rockt nog wat meer, maar eigenlijk is het hoe en waarom van het opnieuw opnemen mij een raadsel: een gebrek aan inspiratie was er gezien de grote hoeveelheid uitgebracht materiaal immers niet.
Whummil Bore is ook weer vintage Steeleye Span, met een in uitstekende vorm verkerende Prior. Het Nicol-nummer Demon of the Well is een fraai stukje vertelkunst over een vermeende vloek en met Lord Gregory wordt de eerste cd helaas wat saai afgesloten.

Dat wordt ruimschoots goedgemaakt op de tweede plaat, dat het uit vijf delen bestaande Ned Ludd bevat – een door Rick Kemp geschreven songcyclus over de Luddietenbeweging en de tijd waarin deze ontstond: ontevreden en vooral arme boeren en arbeiders die zich aan het begin van de negentiende eeuw toelegden op het vernielen van de machines die symbool stonden voor de industriële revolutie, die voor veel werkeloosheid en andere narigheid had gezorgd. Uiteraard eindigt het verhaal – volgens de beste Steeleye-tradities – in een bloedbad. Ned Ludd neemt een unieke plek in binnen het oeuvre van de band, hoewel een thematische eenheid ook op “Wintersmith” terug te vinden is. Het is echter niet alleen uniek in zijn soort, het is vooral ook gewoon een heel erg goede cyclus.

“Bloody Men” geldt als een van de sterkste albums die de band gemaakt heeft, zeker van na de hoogtijdagen, en ik ga daar volledig in mee.

avatar
4,0
Ik ben altijd bijzonder blij met deze site, dat daar een aantal 'leden' actief zijn, die bijzonder veel afweten van een groep of stroming. Zo lees ik alle stukjes van Brunniepoo over Steeleye Span met heel veel plezier en interesse. Ze zijn zo goed geschreven, dat ik bijna zelf geen commentaar meer wil geven, want wat voegt dat nog toe.
Ook dit keer weer een prachtige beschrijving van deze 'dubbel' cd.
Inderdaad een hele goede Steeleye Span, daar zijn alle recensenten het wel over eens. Niet iedereen is zo enthousiast als Brunniepoo , maar dat de plaat beter is dan een rij voorgangers is wel duidelijk. Toch staat aan het eind van een Nederlandse recensie van New Folk Sounds "Bloody Men is onmiskenbaar Steeleye Spans beste album uit de nieuwe eeuw en een revanche voor de zeer matige voorgangers. De patiënt is uit de coma ontwaakt, maar bij lange na nog niet beter verklaard…"
Een van mijn lievelingssites ProgArchives is duidelijk milder : over de Ned Suite wordt het volgende vermeld [i]Hoewel de nummers muzikaal goed bij elkaar passen, zijn ze vooral qua thema met elkaar verbonden. Dit is echter een bewonderenswaardige poging van de band om buiten hun comfortzone te treden.
Al met al blijft het wel echt Steeleye Span met de prachtige zang van Maddy Prior, geweldig vioolspel van Peter Knight, de stevige gitaarsoli van Ken Nicol. Wat altijd blijft is de combinatie van soms stevige folk-rock afgewisseld met gevoelige ballads, traditionals naast eigen werk en dat Steeleye Span soms ook buiten de lijntjes durft te kleuren. Als je na al die jaren toch nog met zo'n album aan komt heb je nog flink wat in je mars.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 10:56 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 10:56 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.