Naar duistere platen luisteren kan blijkbaar psychische bijwerkingen veroorzaken. Wie z'n bovenkamer op tijd en stond ventileert met luchtige deuntjes, gaat toch niet gedurende meerdere jaren schriftelijk met zichzelf communiceren, al dan niet in het volle besef dat de hele wereld vanop een veilige afstand digitaal kan meelezen. Ik hoop dat de drievoudige boodschapper hierboven mijn waarschuwing niet kwaadschiks opvat
Laat me nog wat meer natrappen, dit keer gericht onder de gordel van de verantwoordelijke(n) voor de even pretentieuze als nietszeggende titel van dit album. Door de eeuwen heen zijn er talloze titelloze kunstwerken uitgebracht – ook buiten de muziek. Maar dat er tijdens of na een creatief proces plots geen greintje inspiratie meer overschiet om een passende titel te bedenken? Onbegrijpelijk. De allereerste kunstenaar die met dit idee uitpakte, verdient nog enige lof voor de vondst. De rest krijgt van mij die spreekwoordelijke schop. Reken daar gerust de artiesten bij die uitpakten met een 'White Album' of een 'Black Album'. Whollah, daar gaan de Beatles-, Prince- én Metallica-fans. Die zijn hier op MuMe ongetwijfeld talrijker dan die ene (beledigde?) Almond-adept, mezelf even niet meegerekend. Achter jezelf moeten aanhollen is immers ook al zo’n bijwerking.
Een album vernoemen naar een liedje op de plaat getuigt mijns inziens ook niet van een overmaat aan creativiteit. Lap, ook de Bowie-fans boos. Hopelijk just for one day. Over artiesten die hun album vernoemen naar een nummer op een ander album begin ik niet – dat publiek is al genoeg dazed and confused. En ja hoor: de opener van 'Untitled' heet ... 'Untitled'. Een meerlagige gimmick van Almond & co., wellicht. Die ‘co’ bevat overigens iemand die z’n (latere) band 'The The' noemde – een duidelijke sneer naar bands met 'The' in hun naam, en eigenlijk naar alle bandnamen tout court.
‘Untitled’ – het nummer – is meerlagig als een lasagne van een luxetraiteur. Marc & The Mambas geldt als akoestische zijsprong van Soft Cell-zanger Almond, maar deze opener zet kil en ritmisch in. De strofes zijn weinig melodisch en doen denken aan de langere nummers op 'The Art of Falling Apart'. Het contrast met het refrein maakt het echter boeiend. “It’s such a shame...” is geen zonde of iets waarvoor men zich moet schamen. Het is een melodische meezinger waarvan ik ondanks de sombere tekst ga zweven. Verklaar me gerust psychisch gestoord omdat ik dit omschrijf als lichtvoetige Mozart anno 1982. Hulde aan pianiste Annie Hogan, die Almond tot begin jaren ’90 zou blijven begeleiden.
In 'Empty Eyes' klinkt Almond alsof hij geniet van vernedering en afwijzing. Het doet vermoeden dat deze song zo z’n plek zou hebben in een obscure SM-club ... al zeg ik dat als ervarings-ondeskundige. De sleazy sfeer van Soft Cell is nooit ver weg. Mits een tekstuele verwijzing naar één of andere havenstad had dit nummer niet misstaan op zijn magnum opus 'Mother Fist'.
‘Angels’ opent met een elektrische gitaar die zo zwaar door een choruspedaal is gejaagd dat ik me afvraag of een vermiste Vic ergens rondhangt op Echo Beach. Toch wordt die gitaar minder dragend en verliest het nummer richting. Of beter gezegd: het kiest géén richting. Potpourri is het resultaat – niet mijn favoriet van de plaat.
'Big Louise' opent mysterieus alsof je onzeker op weg bent naar een bestemming met de naam Twin Peaks. Maar dat wordt helaas snel de kop ingedrukt door Almonds kerkgezang. Had ik dit op cd, dan drukte ik hier op 'next' maar met de naald op de originele LP-dubbelaar ben ik voorzichtig in de omgang. In het oeuvre van Scott Walker ben ik niet thuis, maar hij moet toch songs in z'n catalogus hebben die hier gedrenkt in een amandelsausje (sorry) beter tot hun recht zouden komen.
‘Caroline Says’ is een geslaagd eerbetoon aan de fluwelen bendeleider uit NYC. Live waardeer ik Almonds interpretaties van grootmeesters als Reed en Brel enorm, maar op een album vol eigen materiaal komt het wat opvullerig over. Als hij de studio induikt voor covers, zie ik liever een volledig thematisch album en bij voorkeur van minder bekende nummers. Net daarom waardeer ik 'Absinthe' – de plaat, niet de drank - en vind ik 'Strangers in the Night' op Stardom Road een pijnlijke mismatch.
'Margaret' is een instrumentaal pianostuk van Hogan. Bij mij roept het vooral vragen op: "Waarom?", "Gaat dit over Thatcher?" en "Bestaat er een LP-zapper?" Drie keer niks, helaas.
‘If You Go Away’ wijkt meer af van het origineel dan de Reed-cover – mede door de vertaling natuurlijk. Hierdoor voelt het minder als een Brel-cover en meer als een Scott Walker-cover, de artiest waar ik niet zo in thuis ben ... En deze cover bevalt me meer dan dat liedje over dikke Louise. Principes zijn er om af en toe vanaf te wijken. Zo ervaar ik ook bij zijn latere interpretaties van ‘Jacky’ en ‘Pearly’ multi-zintuiglijk genot.
'Terrapin' begint met een wel erg laag gezongen stem ... tot ik besefte dat deze plaat op 45 toeren moet worden afgespeeld. Ik behoor tot die Floyd-fans die alles vóór 'Dark Side of the Moon' als probeersels beschouwen. Toch ben ik aardig vertrouwd met al die probeersels en ook met Barretts solo-werk zoals 'Terrapin'. Ik heb lange tijd gedacht dat dit nummer over therapie ging, begrijpelijk gezien de levensloop van deze zotskapdrager. Maar het blijkt over een soort schildpad te gaan die, zoals amfibieën betaamt, in twee werelden leeft. Goede song, goede keuze. Almond erkent hier zijn schatplichtigheid aan de arty-farty bands van eind jaren ’60 en begin jaren '70. Ik durft te wedden dat hij pakweg 'Arnold Lane' hoger waardeert dan volmaaktheden zoals 'Comfortably Numb' of 'Wish you were here'.
'Twilights and Lowlifes' is onversneden Soft Cell à la 'Art of Falling Apart', al hoor je ook akoestische percussie en een klassieke piano. Een geestig nummer dat ik liever had aangetroffen op de 33-toerenversie in plaats van dat kerkliedje en dat instrumentaaltje. Op de B-kant van de 45-toerenplaat staat nog een alternatieve versie: 'Twilights (Street Walking Soundtrack)'. Door de ellenlange intro zie en hoor ik dit als niet meer dan opvulsel, helaas.
'Untitled' - het album - had wat mij betreft dus beter een gewone 33-toerenplaat geweest onder het beproefde motto 'less is more'. De experimenten zijn vaak gewaagd maar niet altijd even geslaagd. Dit album nu als een probeersel afschilderen op weg naar zijn betere werk, vind ik dan weer te streng geoordeeld. Indien het slotnummer een woordspeling is op 'highlights and lowlights', vat dit de kwaliteit van 'Untitled' mooi samen: een album met hoogtes en laagtes. 3,5 sterren.