Tim Berne is een muzikant die zich situeert in de New Yorkse jazz scene. Wat moet het toch fantastisch zijn om die stad als thuishaven te hebben. In het MuMe-forum vind je een topic dat ik aanmaakte met alle NYC jazzclubs en da’s best een ferme lijst. Ik vernam onlangs dat de Belgische saxofonist Robin Verheyen zich tijdens zijn verblijf daar voorgenomen had om er elke avond een concert te geven. Dat resulteert uiteindelijk ook in het spelen op minuscule zolderkamertjes, maar het geeft wel een beeld van hoe het er in New York aan toegaat: een overvloed aan (top)artiesten die er dagelijks optreden.
Als je bijgevolg in het milieu zit en kan vissen in zo’n grote vijver, dan kan je als uitstekend muzikant/ componist (die Berne is) volgens mij zonder veel moeite een droomband samenstellen. Eén zoals Bloodcount, met technisch onderlegde en uiterst inventieve muzikanten: Chris Speed, Michael Formanek en Jim Black.
‘Is That A Gap?’ begint met een duetje tussen Speed en Berne dat wordt begeleid door Formanek. Het samenspel wordt steeds hectischer en drukker. Dan schiet Jim Black ertussen komt de muziek in een zevende versnelling. Het thema van dit nummer ligt aangenaam in het gehoor en leunt wat aan bij de oude bopjazz. Uiteindelijk passeert er een drumstrofe en een typerende Berne excursie waarin hij helemaal afwijkt van de oorspronkelijke route om gestaag ingehaald te worden door zijn collega’s. Zij blijven op hun beurt koppig aan de basismelodie vasthouden. Zo ontstaat een fijn stukje muziek.
Tim Berne is er niet vies van – er misschien zelfs eerder “verzot op” - om twee saxofoons te laten duelleren. Getuige daarvan is het bekende nummer ‘The Opener’. Voor vele luisteraars stopt de plaat hier omdat ze te chaotisch begint te klinken. Mijn vriendin wordt bijvoorbeeld enorm zenuwachtig van dit soort muziek. Maar soms kan zo’n koortsachtig boeltje best aanstekelijk werken: dat is hier het geval. De combinatie tussen speels gekronkel en ‘catchy’ unisono gespeelde stukken mogen we misschien wel beschouwen als een basiskenmerk van Berne’s muziek. Hij is een vindingrijke saxofonist die niet terugdeinst voor het aanwenden van complexiteit. Dit is wellicht ook één van de redenen waarom John Zorn de perfecte tegenpool in hem zag om de degens mee te kruisen op
Spy Vs. Spy: The Music of Ornette Coleman.
In het tweede nummer is het Chris Speed die in de clinch gaat met de man. Wat begint met een aanmodderende dialoog laait op tot een heftige discussie waar geen eind aan lijkt te komen. Vooral als de drummer nog wat extra olie op het vuur gooit, ontstaat een fascinerende polyfonie. Het zweet kan verdampen in de rustigere stukken (‘Talk Dirty To Me’ en het einde van ‘Eye Are Us’) waarin voorzichtig samenspel de aandacht wat versoepelt.
‘Eye are us’ begint met een drumsolo waarna de overige spelers op dezelfde moment hun intrede doen en een mooie, eenstemmige melodie laten horen. Het is altijd uitkijken naar dit soort stukjes (ook aan het einde van dit nummer) waar alle klanken samenpakken en er uiteindelijk een groove uitgeperst wordt. In dit kwartet vervult Formanek ook een belangrijke rol. Hij is niet iemand die zichzelf wegcijfert. Integendeel: hij stapt mee in de ring met zijn collega’s en klinkt altijd verrijkend in het geluidspallet. In plaats van te liggen rommelen in de marge kan hij de juiste tonen aanhalen.
‘Discretion’ is geen plaatje om met een luisterbeurtje af te kunnen schrijven. Eerder een plaat om regelmatig eens uit de kast te trekken, duizelig te worden en weer terug te zetten. Wie opzoek is naar muzikale borrelnootjes loopt hier best omheen.