Manuel Göttsching het blijf een bijzonder begrip binnen de electronische muziek. Staan vele acts binnen dit genre met veel toeters en bellen op een podium, bij Göttschning past het allemaal op de keukentafel waar hij dan echter zit en wat draait aan knopjes en een enkele keer uitwijkt naar een normaal keyboard. Maar het feest wordt pas compleet als hij daar achter vandaan komt en met de gitaar aan de gang gaat. Kortom: het moet een bijzondere bijeenkomst zijn gewest toen hij een optreden gaf op 29 april 2006 tijdens het Anoyo Prism Festival bij de berg Fuji in Japan. Met andere woorden ik had er best bij willen zijn om de sfeer te voelen die daar gehangen heeft.
Goed dus dat er een tape heeft meegelopen om dit optreden vast te leggen. Het album begint met het feestlijk klinkende Sunrain. Schijnbaar eenvoudige loopjes vermengt met fijne electronica het roept een gezellige sfeer op. In gedacht zie ik mensen vrolijk dansen. Even is een korte pauze te horen waarna de muziek ontspannen verder gaat en er langzaam naar een soort climax wordt toegewerkt. Echt heftig wordt deze niet, maar het is wel een mooi spel te noemen van subtiele klanken. De stress is zo uit je lijf. Saint & Sinner begint mooi statig. In mijn verbeelding ben ik in een paleis terecht gekomen waar alles in vrede en rust plaats vindt. Als daar de gitaar van Göttsching bijkomt begin ik zo wat te zweven naar de zevende hemel. Zo subtiel en geraffineerd als dit gemaakt is.
Met geluiden die me doen denken door een gebeid met zware industrie te rijden begint Trunky Groove. Het verkeer rijdt goed door, net op het moment dat ik denk nu wordt het tikje saai volgt er een kleine verandering waardoor ik prettig bij de les wordt gehouden. Tegen het einde komt de gitaar erbij en dat roept een sfeer op dat de horizon erg ver weg is. Wel begint de monotone beat hier wat op mijn zenuwen te werken. Er had wat dat betreft meer leven in gemogen.
Haast klassiek is het begin van Die Mulde/Zerfluss te noemen. Voor me zie ik een bak met orkestleden die bezig zijn met stemmen. Even kan ik daarna genieten, waarna iets te horen is wat lijkt of vlinders door elkaar vliegen. Het doet wat sprookjesachtig aan en roept een beeld op of Hans en Grietje vrolijk door het bos lopen. Tijdens hun wandeling komen ze grootte buizen tegen waar ze heerlijk in kunnen spelen en zodoende niet bij de heks aankomen. Maar even alle gekheid op een stokje het is heerlijk ontspannen muziek en zodra de meer dan schitterende gitaar van Göttsching er bijkomt begin ik wat los te komen van de grond. De man is echt een meester op dit instrument. Wel is het een tikje jammer te noemen dat de verdere instrumentatie wat blijft hangen in hetzelfde patroon.
Shuttlecock begint gelijk met een goede drive en de prima gespeelde gitaar van Göttsching zit er gelijk bij. Met mijn ogen dicht heb ik het gevoel of ik vreemde werelden in wordt getroken. Verder roep het een beetje de tijd op van rondom Inventions for Electric Guitar van Ash Ra Tempel, maar dan wat moderner. Niet vreemd, want Göttschnig was daar de gitarist van.
En zo komt er op een prima manier een einde aan dit album. Hier en daar waren wat zaken de wat beter hadden gekund, maar die werden aan de andere kant gecompenseerd door wat wel goed ging. Kortom: een heerlijk album om even alle stess te doen vergeten.