Bij een tocht over internet stuit je dan ineens op dit album van de Deen Dithmar die met dit album een soort van ode wil brengen aan de tijd dat in Berlijn een school ontstond op het gebied van de electronische muziek. Namen die mij gelijk te binnen schieten zijn dan ook Tangerine Dream, Ash Ra Tempel en Klaus Schulze. In het begin erg zoekend naar een richting, waaruit kosmische muziek is ontstaan tot iets wat space rock kan worden genoemd tot iets wat ineens New Age ging heten. Bij het doorspitten van diverse informatie bronnen komt het verhaal naar boven van de Zodiac ruimtes in Berlijn. Waar één zaal wit was en de andere zwart waar bands nachtenlang doorgingen met eindeloze improvisaties.
Door dit alles zit er al een verhaal in het hoofd waar iets van retro vanuit gaat. Je ziet maffe hippies met stikkies rondlopen terwijl Edgar Froese en zijn gitaar wel een persoon lijken te zijn. Daarnaast mensen die helemaal uit hun dak gaan: kortom de tijden rondom de flowerpower. Al met al zit het gevoel van het Polygoon-Journaal al behoorlijk in de boten.
Tot dat daar de eerste tonen zijn van Nassau Opening Het geeft me gelijk een gevoel van lounch. In gedachte loop ik door een zaal waar mensen aan het rusten zijn, na behoorlijk uit de bol te zijn geweest. Niets doet hier aan de Berlijnse School denken. Tabula Complex begint wat duister en roept daarmee wel het beeld op van de kosmisch muziek. Mooie uitgesponnen klanken op een heel subtiel bed aan tonen die me ietwat laten zweven. Jammer is wel dat er geen verdere opbouw plaats vindt. Er volgt wel een versnelling, maar die had voor mij niet gehoeven. Hierdoor klinkt het wat rommelig en hoor ik daar niet iets wat me aan House doet denken...
Met veel laag begint Relativity waar later een mannenstem bijkomt die wat wetenshappelijks heeft te melden. De muziek daaronder heeft wel iets spannends. Gevoelsmatig doet het me denken of ik op een missie ben in de ruimte. Toch blijft Dithmar hier wat te lang hangen in een bepaalde sfeer waardoor mijn aandacht wat verslapt. Krasnoyarsk begint wat droef. Het doet mij altans denken aan een grijze dag. Als er wat ritme bijkomt denk ik: Nu gaat het gebeuren. Qua orkestratie geeft het best een mooi beeld, maar ik mis hier wat spanning die me bij de les had kunnen houden.
Als één iemand heeft bewezen dat electronica een echte drums prima kunnen samen gaan is het wel Harald Grosskopf. Na een wat zoekend begin komt Moon 2047 langzaam op gang. Wel had de productie wat helderder mogen zijn, want het lijkt wel of ik de muziek van buren hoor in plaats van de mijne. Ritmisch zit het best in elkaar, maar de doffe productie gooit te veel roet in het eten om er echt van te genieten. Grosskopf had beter verdient.
Morgendis begint wat sprookjesachtig of de mist plaats maakt voor dauwdruppels, waarna de dag kan begiinnen. Het heeft iets ontspannends en geeft me een gevoel van niets hoeft. Heerlijk buiten ontbijten na een minder goed verlopen lente. Op de een of andere manier moet ik aan Johannes Schmoelling denken. Met vrij ingetogen klanken begint Insight Einzeit. Voor me gevoel zit ik een concert gebouw waar voorzichtig met muziek maken wordt begonnen. Dithmar weet die spanning mooi vast te houden en voor het eerst betrap ik mezelf erop dat ik echt aan het luisteren ben. Het is een fraai uitgerekt verhaal en door de piano-klanken doet het me een beetje denken aan Waiting for Cousteau van Jean Michel Jarre.
Ladaism trekt dat Jarre-sfeertje in eerste instantie een beetje door. Het zou een voorstudie voor het album Oxygene kunnen ziijn geweest. Het geeft ondanks de wat doffe productie toch wel een goed gevoel. Ja en dan de balans van dit album. De eerste 5 tracks zijn niet al te best te noemen, maar vanaf Morgendis is het ondanks de wat doffe productie best wel aardige muziek te noemen. Ja en dan de hamvraag heeft het met de begindagen van de electronische muziek te maken? Nee, wel met iemand die wat zoekend is volgens mij en daar houdt de gelijkenis mee op.