Al bij het zien van de hoes bekruipt me al een gevoel van, wat is de mens toch klein, maar tot veel in staat. Daarnaast moet ik wat denken aan Oost Duitsland waar grootte kolossen stonden om te laten zien dat communisten ook tot iets in staat waren. En zo is al een toon gezet bij dit album van Frank Specht en Gerd Wienekamp die samenwerken onder de naam Rainbow Serpent.
Dit album begint gelijk spannend een theatrale mannenstem op geluiden die aan omweer doen denken en orkestrale klanken. Daarnaast is er ook een koor te horen. Erg indrukwekkend. Hierna volgt een beat die wat aan House doet denken. Hierdoor heb ik op de track Timeline het gevoel dat ik door vele tijden aan het reizen ben. Er volgt Afrikaanse percussie even een rust periode en de trip door de tijden gaat verder. Na de druke reis is daar intense rust op Fertile Island. Ontspannen muziek vloeit de kamer in waarop het heerlijk drijven is. Het begin van The Visitors laat goed horen dat het met de rust is gedaan. Op een soort marstempo zijn er beats te horen, hierdoor doemt een beeld op of onbekende de stad binnen lopen om de boel te verkennen. In het begin is het een klein clubje, maar gedurende de compositie heb ik het gevoel dat het langzaam aan een heel leger wordt. Het gaat er in ieder geval vredig aan toe.
Scene from Whithin begint behoorlijk statig en klassiek het roept een beeld op van in een grootte kerk te zitten waar iets droefs staat te gebeuren. Hierdoor bekruipt het gevoel of ik bezig ben mijn emotie een plaats te geven. Een heel fraai stuk muziek om kippenvel van te krijgen. Met geluiden van op een perron te staan op een regenachtige dag begint Rebuilt and Altered. Hierna volgt een mooie sequence die me een gevoel van reizen geeft. Er zit een mooie drive in en met de ogen dicht zou ik zo weg zijn Een stuk muziek wat zo uit de Berlijnse School had kunnen komen. Tegen het einde begin ik dan ook bijna te zweven op een ritme wat doet denken aan reizen met de trein. Op The Magic of Ayers Rock mag ik wat tot rust komen. Het uitzicht is erg mooi terwijl een stam uit Afrika een dans ten beste lijkt geven door een inheems ritme wat is te horen. Het heeft iets magisch. En op het einde lijkt of ik geesten begin te zien.
King Arthur's Quest begint met een filosofisch praatje, waarna even wat ijle klanken zijn te horen. Later is een mooi bass te horen op iets wat lijkt op een kogel die mooi door het stereo-beeld rolt. Later is er nog een koor te horen en als een soort bolero wordt het tempo langzaam versneld. Hetgeen resulteert in een stuk muziek waarop het moeilijk is om op stil te zitten. Aan het eind is nog een koor te horen waarmee deze track plechtig ten einde komt zodra er een deur is te horen en iets wat aan een ambulance doet denken. Heel vreemd. Met wat experimentele klanken begint de track Crusaders, waarna een heerlijk stuk muziek volgt wat me aan vrijheid doet denken. Even wat pater stemmen en dan opnieuw weg zweven naar het onbekende. Het begin van The Turn of an Era begint in een heilige sfeer zou ik haast willen zeggen. Het geeft me daarnaast een gevoel mensen tegen te komen die ik lang niet heb gezien. Qua muziek moet ik hierbij denken aan Kitaro vermengt met iets uit de Berlijnse School. Een bijzondere kruisbestuiving. Met een vreemd ritme begint Be Above It All, maar gaande weg verdwijnt dit naar de achtergrond en doet de muziek wat denken aan Klaus Schulze. Het luistert lekker weg en daarmee komt er een mooi eind aan het studio gedeelte van dit album.
Als extraatje is tot bestluit een opname te horen van een stuk muziek wat de heren live lieten horen op 21 maart 1998 in Huizen. Het stuk begin mooi met het geluid van een boom die omgezaagd wordt, waarna een koor vroom begint te zingen. Hierna lijkt het wel of ik in de ruimte ben terecht gekomen. Fraaie kosmisch klanken vullen de kamer. Dan valt de muziek even weg en lijkt het wel of de pas omgezaagde boom wordt opgeruimt. Daarna lijkt het wel of er een hymn wordt gezongen die erg gevoelig van aard is. En daarmee komt een prima eind aan een album van Rainbow Serpent.