Dat 'Balkanbeats' in een paar jaar tijd idioot populair geworden zijn, is natuurlijk prachtig, maar er kleeft ook een groot nadeel aan het feit dat deze ster zo snel gerezen is: vertel je nu op feestjes dat je van muziek van de Balkan houdt, dan denkt men aan de joligheid van Shantel, de films van Emir Kusturica, de getoeterde speedmetal van Fanfare Çioçarlia misschien, maar daar houdt het ook wel mee op. En dat terwijl er uit deze regio van Europa zoveel meer moois komt dan die (ontzettend toffe, laat daar geen misverstand over bestaan!) feestmuziek alleen.
Om te beginnen wil ik meteen af van dat stempeltje 'Balkan'. Geografisch gezien is de Balkan het 'schiereiland' dat zich zo'n beetje ten zuiden van de Donau uitstrekt de Middellandse Zee in - inclusief Griekenland dus, maar de voorgenoemde Roemeens/Moldavische Fanfare Çioçarlia komt helemaal niet van de Balkan. Veel meer dan een geografische aanduiding is de Balkan dan ook een idee, een constructie louter bestaand in de hoofden van mensen - en het is niet altijd een mooi idee. Zoals een Kroatische vriend van mij het eens uitdrukte: 'Volgens de Serviërs begint de Balkan in Macedonië, volgens de Kroaten in Servië, volgens de Slovenen in Kroatië, volgens de Oostenrijkers in Slovenië en volgens de Duitsers in Oostenrijk." De Balkan, kortom, dat zijn die horden wilden daar achter de grens. Die woeste feesten vieren en veel slivovic zuipen, voegen wij in het westen daar dan weer aan toe.
Goed, laat ik na deze omweg ook nog iets over deze plaat zeggen, die, met wat voor label dan ook, zeer de moeite waard is. Het Gypsy Groovz Orchestra is een samensmelting van een aantal fanfares uit het muziekgekke Zuid-Servische dorpje Vransjka Banja. Op deze plaat hebben ze wat kennissen, opgedaan in Guca, tijdens het grootste blaasmuziekfestival op de Balkan en verder vanuit de hele wereld mee laten spelen, waardoor we met recht kunnen zeggen dan het Gypsy Groovz Orchestra hier Tutti Mundi gaat. Het resultaat is een prachtige plaat waarop gespeeld en geïmproviseerd wordt door ruim honderd verschillende muzikanten - naast Servische blazers zijn het uiteenlopende figuren als een percussieband uit Trinidad, een Indiase sitarspeler, een Iers-Amerikaanse multi-instrumentalist en, voor de werkelijk verbroederende touch, een Albanese 'spiritual supporter'.
Toch klinkt deze plaat veel minder 'werelds' en veel traditioneler dan de gemiddelde westerse luisteraar met interesse in het genre gewend zal zijn. De openere, een ode op een zigeunermeisje, is een prachtig verstild samengaan van oosterse snarenklanken, accordeon en trompet. Dit sluit naadloos aan op Izlazak Crnog Sunca dat zoveel als Rise of the Black Sun betekent. Voor mij is dit het eerste absolute hoogtepunt van de plaat. Zeven minuten lang drijft het nummer op een enkele melodielijn, in de eerste vier minuten innig omarmd door een enkele trompet, verschillende tokkelinstrumenten en een basinstrument dat ik niet goed thuis kan brengen. Na die vier minuten barst de fanfare voor het eerst los en klinkt dezelfde melodie opnieuw, maar weer met telkens kleine variaties en solo's. Die uitbarsting is echter heel anders dan wellicht verwacht: hier geen muzikale krachtpatserij of dronken vrolijkheid, maar pure melancholie. Wat volgt is het zesdelige Hot Water Festival plus epiloog, een traditional die voor het eerst in zo'n vorm op plaat is gezet. De opbouw is de meest logische: stil en kalm in het begin met een climax in zowel volume als snelheid in het laatste deel. Deze supergroep laat zich echter nergens verleiden tot machogedrag zoals Boban Markovic dat nogal eens wil vertonen. Hier geen idiote snelheden om de snelheid, geen belachelijke noten om maar te laten zien wat de trompetisten wel niet kunnen, het blijft veel dichter bij de muziek zoals die daadwerkelijk in dorpjes als Vransjka Banja gespeeld wordt. Wat ook niet vreemd is wanneer we bedenken dat de meeste musici hier amateurs zijn. De plaat eindigt zoals die begon, in een prachtige, gerekte en verstilde samensmelting van accordeon en blazers.
Valt hier nog meer over te zeggen? Jawel. Allereerst heb ik al opgemerkt dat de muzikanten hier voornamelijk (semi-)amateurs zijn en daar komt nog eens bij dat de hele plaat live in het plaatselijke hotel is opgenomen. Dat er dan, puur technisch gezien, af en toe een steekje wordt laten vallen is haast onvermijdelijk. Maar daarvoor terug krijgt de luisteraar een ervaring voorgeschoteld die haast niet op cd te vangen is: het idee zelf in de gelachkamer van dat hotel gezeten te hebben tijdens de opnames. Inclusief gerinkel van glazen en aanmoedigende kreten van gasten af en toe op de achtergrond. Het is wat aan de late kant, maar voor mij is dit het album van 2009!