Het genoegen is geheel en al aan mijn zijde!
Zoals aERo al schreef, is Myrddin (Welsh voor Merlijn, jawel) afkomstig uit de zeer artistiekerige West-Vlaamse familie De Cauter. Zelf begon hij op jonge leeftijd met het spelen van klarinet, tot hij op zijn veertiende de flamencogitaar ter hand nam. Met die gitaar trok hij halverwege de jaren '90 naar Spanje om cursussen te volgen bij verschillende grootmeesters in het genre. In 2000 keerde hij terug naar België met een eerste plaat, Imre. In 2005 volgde Novar en nu is er dan zijn derde solo-album - tussendoor speelde hij mee op aardig wat andere projecten - Lucía Nieve.
De plaat valt enigszins uiteen in twee delen. In de eerste vijf nummers laat Myrddin horen de flamenco in verschillende facetten tot in de puntjes te beheersen. Hij neemt hier verschillende traditionele stijlen als uitgangspunt (tussen haakjes achter de titels vermeld) en speelt er lustig maar vrij traditioneel op los. Vanaf het zesde nummer laat hij meer experiment en stijlinvloeden van buitenaf toe in zijn spel en daarmee tilt hij, wat mij betreft, dit album naar een hoger niveau. Zijn getokkel is goed, daar gaat het niet om - maar een uur niets anders dan getokkel was wellicht wat veel van het goede geweest.
Lucía vormt in feite de overgang tussen de twee helften. Het tempo ligt laat en voor het eerst op dit album speelt een ander instrument dan Myrddins gitaar - de fujara, een Oost-Europees blaasinstrument dat nog het meest klinkt als een dwarsfluit - de hoofdrol.
Moribundo is vervolgens een fijne rumba, mooi ingezongen door die veel bekendere Gentenaar: Gabriel Rios. De echte stijlbreuk volgt in
Cassavus. Ik vind het een knappe compositie, die begint als een kreupel stuk klassieke muziek, waarop Myrddin met zijn gitaar de handschoen oppakt, laat horen waar het volgens hem allemaal naar toe moet in de muziek - om vervolgens weer ingehaald te worden door dat manke orkestje.
Nieve lijkt vooral te zijn ingevoegd om ons even op adem te laten komen, want in
Blues por Tona stuitert de muziek werkelijk alle kanten op. Er is (bigband) jazz, hardrock, flamenco en dat alles gelardeerd met traditionele vocalen uit de zigeunerschool die zo belangrijk is geweest in de ontwikkeling van de flamenco (zie ook Tony Gatlifs prachtige film Latcho Drom). De combinatie van rockgitaren en die zang werkt helaas voor geen meter, wat mij betreft is dit de enige echte misser die op dit album staat. Gelukkig ontspoort naar het einde toe het nummer wel weer heerlijk in een soort van flamencojazz die me zelfs aan Zappa doet denken. Na al deze drukte volgt het met Indiase geluiden doortrokken
Surbahar waarop sluitstuk
Mielandre een fijn kabbelend sologitaarstuk is.
Nu de sneeuw maar uit de lucht blijft dwarrelen en er weer gezeurd wordt over de Elfstedentocht, krijg ik niet gauw genoeg van deze warmbloedige plaat!