Er zijn momenten in ons leven waarbij we beseffen dat elk individu blaffende honden in zijn kelder heeft zitten. Ook al lijken mensen naïef en vredelievend, het beest zit toch diep in ons allen.
“Shutûn“ zorgt met zijn lang uitgesponnen bouwwerk dat de deuren van deze ruimtes op een kier komt te staan en laat ons diep in onze eigen ziel kijken. Slechts deze ervaring duidt erop dat er geestelijke groei wordt doorgemaakt en doet zwaar beseffen dat zuiver altruïsme als zodanig uitzonderlijk is.
We kunnen ons zelf opsluiten, ons verbergen in de anonimiteit, muren om ons heen bouwen en ons zodoende in enclaves ophouden. Een illusie rijker, want bescherming tegen iets dat van binnenuit komt kan niet op dusdanige manier geliquideerd worden.
De klanken die “Shutûn“ voortbrengt geeft een kijk hierop en is in die zin de revelatie van de nieuwe mensch. Macht exploiteren van binnenuit lijkt het enige doel om hier rond te wandelen op deze aardkloot.
Op de helft van het album gaan de deuren helemaal open, we zien onszelf c.q. onze walging. Ons ambivalentieniveau wordt geopenbaard. Op die momenten denk ik aan die verschrikkelijke Franse schrijver die ons bestempeld als virus op twee voeten.
De reis van “Shutûn“ is nog niet afgerond, de cyclische herhaling daar eindigt deze formidabele reis.
Dit donkere meesterwerkje laat zien dat dit eenmalige leven gekoesterd dient te worden omdat het in zijn oneindigheid opdezelfde manier zal openbaren.
De sloten zijn weer dicht en de stilte is weer aanwezig, en voorspoedig zal ik “Troumland” binnentreden.
4,5*