khonnor
zalig live album
slecht geluid
ooit op prachtige manier besproken in den humo door tvb, een goeie vriend
"Newark Airport achter ons, net een New Jersey turnpike passerend. Wet is het zeker, heet ook; night nog niet echt. Zo rij je New York binnen, denkend aan Tom Barman. Dat dEUS hier vanavond ook daadwerkelijk speelt, verneem je pas drie dagen later. De Manhattan skyline vertelt het hele verhaal: clichés zijn maar clichés omdat ze een grond van waarheid bevatten, wat ons meteen tot het in deze zin besloten Ultieme Cliché brengt. New York vertelt je uit de eerste hand hele happen uit het Grote Muziek- en Filmverhaal. Van Frank Sinatra en Lou Reed over King Kong naar de Wu-Tang Clan en weer terug, via de blues van Hill Street en Jon Spencer. New York City is de keizer der popsteden, die zijn consuls Londen en L.A. ternauwernood naast zich duldt: een Caligula; een mean motherfucker en allesverslinder met een gevoelige kant en een hartafwijking voor rock, rap en Ander Fraais. Een flauwe grappenmaker ook, die ons disco bracht waar het nu-skool breakbeat had moeten zijn. Even daarvoor, zo rond 1975, baarde NYC Patti Smith, Ramones, Talking Heads, Blondie en ook Television: bastaardkinderen van de vijf jaar eerder na een handvol ego-infarcten schielijk overleden Velvet Underground, die de mensheid met “Zijzelf & Nico” een afgebeten en geschroeid sjabloon voor moderne rock schonk, waarvan de verpakking (de hoes met de Warhol-banaan) op dat moment helaas meer weerklank vond dan de inhoud. The story of Joyce De Troch, quoi. Television, de benjamin van bovenvermelde vijfling, was grotendeels te herleiden tot de pezige romanticus Tom Verlaine (courtesy of Paul; Tom Miller voor de belastingdienst en zijn moeder), die gitaar en stemorgaan beroerde op de wijze van Neil Young goes Gilles de la Tourette. Verlaine versneed gelijke delen Velvet-rock, Coltrane-jazz, Dylan-folk en Beefheart-gitaarwaanzin tot Iets wat Levende en Minder Levende Helden als zijn bovengenoemde nAAMGENOOT, Greg Dulli van Afghan Whigs en Jeff Buckley mede de weg wees. Op het einde van het aardse pad van deze laatste troffen beide heren elkaar trouwens weer: in New York en Memphis nam Verlaine met Buckley op wat “My Sweetheart The Drunk” had moeten worden, maar de Mississippi, een raderboot en een stel bottines beslisten er die noodlottige 29ste mei anders over. Het afgeleide “Sketches …” laat horen wat had kunnen zijn. “Ter zake!”, wijst onze innerlijke Walter Zinzen ons niet geheel onterecht terecht: Television’s waarheid trotseert de eeuwigheid op het unieke “Marquee Moon” uit 1977: bestaande uit acht grofkorrelige maar heldere en met een wiskundige precisie en logica in elkaar gepaste popsongs met referenties aan psychologie, literatuur, plastische kunst en film, die toch niet te beroerd zijn om hun roots in de straten van de East Village te erkennen. Op “The Blow-Up”, een tot nog toe slechts op Stenen Tafel te verkrijgen live-registratie van een niet nader genoemd Television-optreden, is het aandeel van “Marquee Moon” bijgevolg groot. In de titelsong en opener wordt meteen duidelijk dat een strijd tussen lo-fi en no-fi hier met knock-out in het voordeel van het laatste werd beslecht. “The Blow-Up” werd aan de band toevertrouwd middels een derdehands, reeds viermaal versleten en door trapkracht aangedreven bandrecorder van Oezbeekse makelij, wat het ons hier geserveerde soms moelijker verteerbaar maakt dan bakstenen op nuchtere maag. “Marquee Moon”-klassiekers als “See No Evil”, “Prove it” en “Venus” staan desondanks bol van zinderende spanning: de ietwat zeurderige vocalen van Verlaine, de slangenbezwerende en ingenieus in elkaar hakende dubbelloops gitaarlijnen en de geknelde-zenuwritmes, telkens samen prachtig ex- en weer imploderend, vormen de ingrediënten van de krachtige en heldere Television-soep. De aanzwellende ruis in de linkerspeaker noopt ons er toe tijdens het kronkelende en wanhopig gezongen “Elevation” ons hoorapparaat bij te stellen, maar nog vermogen Verlaine & Co hier indruk te maken. Live bediende Television zich verder met succes van het hier in een dromerige Bettie Serveert meets Elvis Costello-versie terug te vinden “Knockin’ On Heaven’s Door”, waarin Verlaine de wedstrijd wint op de wijze van Luc Van Lierde, door dóór het lint te gaan. Niet al het hier gebodene kan bogen op zulke duidelijke troeven als voornoemde songs. Een slordig en te punky “Satisfaction” en het al te elementaire en betrekkelijk ongeïnspireerde “I don’t care” smaken naar minder. In de song “Marquee Moon” voeren twee vlijmscherpe riffs een wilde paringsdans op, met het oogmerk tot een Hoogtepunt te komen. Iets waarin ze met de vingers in de neus in slagen. De song “Marquee Moon” is Television’s eigen Luik-Bastenaken-Luik: een klassieker van de eerste orde. Episch waar het mag, bondig waar het moet. “The Blow-Up” is dus een aanrader, maar wie nog geen “Marquee Moon” aan zich heeft zien voorbijtrekken, kan zich beter middels een Michael Schumacher waardig inhaalmanoeuvre dat album op de hals halen. (tvb)"