Met: Lee Morgan- trompet; Benny Golson- tenorsax, componist; Gigi Gryce- fluit, altsax; Wynton Kelly- piano; Paul Chambers- bas; Charlie Pership- drums.
De plaat werd opgenomen in maart 1957, nog steeds een ruim kwartaal voor Morgans negentiende verjaardag. Voor de uniek getalenteerde tiener was het inmiddels al zijn vijfde soloplaat. De sterke lijn van zijn vorige plaat voor Blue Note wordt doorgezet, met behulp van een sterke band.
Golson schreef alle vijf de composities, en kennelijk is dit één van de vroegste opnames van zijn
standard 'I Remember Clifford' (dat moet ook haast wel, aangezien de
Clifford in kwestie nog geen jaar daarvoor was overleden). Het trompetspel van Lee Morgan vult bijna dat hele nummer, en al haalt hij nog niet helemáál de emotionele reikwijdte van een Brownie, het eerbetoon is aandoenlijk.
Ook op de rest van de plaat speelt Golson een bescheiden rol, net als Gryce en de immer ondergewaardeerde Wynton Kelly: ze kleuren in, kiezen het juiste moment voor hun eigen prima solo's, en laten verder de jonge trompettist stralen. Liefhebbers van jazz uit deze periode zullen zeggen dat het een typische hardbopplaat is, en dat is waar, maar met monsters als 'Domino' en Mesabi Chant' nestelden Morgan en Co zich overtuigend in de top van het genre.
Waar de vorige Morgan op Blue Note een krappe vier sterren van me kreeg, geef ik deze een ruime vier sterren, en een plek op het vinyl-wenslijstje. Aanrader.