Hoewel er op Toward, "TO WEST" wel degelijk ruimte is voor improvisatie is dit zeker geen stampende, gierende en tegendraadse pot herriejazz. Wat het wel is, dat is een vraag die me al heel lang hoofdbrekens bezorgt - precies de reden dat ik bij deze plaat, met 5*-notering en op #2 in mijn top 10 - vooralsnog niets had neergepend. Jouw expliciete vraag deed me dan toch maar eens besluiten dat te gaan doen (resultaat ontvouwt zich voor uw ogen). Ik heb me eens wat ingelezen in recensies van deze plaat, en dat onbedwingbare blijkt iets herkenbaars:
Pianist Satoko Fujii refuses to be categorized. (And let me tell you, most jazz reviewers hate that.)
Het onmogelijk categoriseren geldt zeker voor Fujii's discografie. Fujii laat zich namelijk met alles in en swingt dan in een conventioneel pianotrio, doet dan tegendraads moeilijke experijazz, terwijl ze elders een big-band-geluid laat horen (met één van haar Orchestras) en maakt zo weer 'eclectisch' tot een persoonlijke stijlvorm. Tja!
Toward, "TO WEST" is ook een beetje zo'n schizofrene plaat. Daarmee lijk ik hem echter moeilijker te maken dan 'ie is, en dat is niet mijn bedoeling. Mijn kennismaking met Fujii was destijds nog een overdonderende. In een vrijwel leeg tentje op North Sea Jazz zag ik haar in haar vrij recente kwartet Satoko Fujii ma-do (drums, trompet, bas en Fujii op piano). ma-do is, naar mijn maatstaven, nog redelijk straightforward, althans op plaat, maar het moeiteloos laveren tussen dan kakafonisch getetter en dan beeldschoon melodieus samenspel deed me toen al de oren klapperen. Met hoofdpijn van het intense luisteren de zaal verlaten. Geweldig! De eerste plaat die ik daarna aanschafte van deze intrigerende bandleidster werd dus deze, geheel toevallig eentje waarop ze in een klassieke pianotriobezetting speelt. Wie me een beetje kent weet dat ik voor pianotrio's een ontzettende zwak heb, dus de vondst - in, destijds nog, IT; nu helaas Velvet Music, in de Donner te Rotterdam - was me dubbel dierbaar.
Ik had echter absoluut niet kunnen vermoeden dat deze plaat me zo raken zou. Centerpiece op deze plaat is, natuurlijk, het titelnummer van ruim een half uur. Zo dat al zweten lijkt kan ik je verzekeren dat dat geenszins het geval is. Al zo vaak heb ik deze gedraaid en me elke keer verwonderd over de magsiche wijze waarop het hele half uur zich in een (veel te korte!) tien minuten lijkt af te spelen. Het nummer is een almaar aanzwellend stuk, dat begint met spaarzame klanken om dan middels zich steeds meer onderscheidende melodieeën en ritmes tot een hemeltergend mooi crescendo te werken - dan spat het uiteen. Black pikt de scherven op, construeert middels gebroken ritmes een nieuwe fundering, waarna het gehele trio weer invalt om op dubbel intense wijze te herstellen wat bewerkstelligd was. Het is maar één beschrijving, uiteraard gespeend van enige relevantie theorie, maar misschien een interessante. Ik wil maar zeggen: de titeltrack is epische en haast narratieve schoonheid die je postrock doet haten. Je wil het nummer grijpen, uitwringen, liefkozen, er elke laatste noot uit volledig horen, voelen. En dan denk je, Sven, waar heb je het in vredesnaam over?
Hierover dus. Beleef het.
Begrijp me goed: de titeltrack is, ondanks zijn misschien indrukwekkende lengte en soms uitgebreide improvisatiepassages, het summum van helder, van onconventioneel conventioneel prachtig, van catchy zelfs. Veel ruimte, spaarzame momenten; het ultiem koesteren van de reis en het einddoel, ach, dat zien we wel. En dan zó natuurlijk. Precies; ik heb er geen woorden voor. Of in ieder geval geen steekhoudende.
Elders op de plaat is het trio tegendraadser bezig. Ik beschouw Toward, "TO WEST", de plaat, atlijd als
bookended door twee melodieuze meesterwerken, die de onstuimige, soms roekeloze middensectie in toom houden. Shake Up and Down, Oscillation en Then I Met You zijn allemaal minder straightforward, 'avant-gardistischer' zo u wilt, maar herbergen binnen hun grotere delen experiment wel ontzettend veel schoonheid. Sowieso kun je deze plaat niet luisteren zonder direct fan van bassist Mark Dresser te worden, trouwens. En ook Black, die zich allerminst een doorsnee jazzdrummer toont, is fantastisch. Ik heb geen idee hoe zijn spel hier te noemen; dat het anders doch zo effectief is kan ik wel zeggen.
Afsluiter The Way to Get There is een fenomenale en wederom magisch melodieuze track, met een geweldige solo van Dresser, en een onbedwingbare
thrust forward die je constant op het puntje van je stoel doet zitten. Je wil meer, nog meer - pluk nog eens aan die snaar, Mark, beroer je toetsen nog eens, Satoko, nog één spaarzame tik op je snare, Jim, maar onvermijdelijk genoeg eindigt het.
Goed, een poging tot uitleg - ik hoop dat je er wat mee kan. Zo ik al te cryptisch was, check in ieder geval die video's even (naast bovengelinkte staat er nog eentje op mijn account), en laat me in ieder geval nog wat mensen met gezond verstand citeren:
Mike Chamberlain schreef:
This trio album is a sonic treasure trove... Most dynamic.
Andy Hamilton schreef:
the highlight is the storming power jazz of 'The Way to Get There,' by a group you're surprised to recall is only a trio
Glenn Astarita schreef:
Her most substantial and musically rewarding small group outing to date..Highly recommended. 5/5
Mark Corroto schreef:
Toward, TO WEST lifts her onto a creative pinnacle in modern music...The thirty-two minute first track flexes composition with improvisation and hint: it's impossible to tell the two apart. Chalk that up to great trio interplay, sharing, and the openness of Fujii's jazz conception...She is Cecil Taylor, but with the common sense to come in out of the rain, and bring her listeners with her.
Masahiko Yu schreef:
The integrity of the music is defined and maintained through Fujii's outstanding compositional skills and intellectual clarity.
Niets dan lof, van mij in ieder geval...
