Met: Jimmy Heath (tenor sax, sopraan sax en fluit), Kenny Barron (piano), Bob Cranshaw (bas), Albert Tootie Heath (drums), Mume (conga's)
Spijker op zijn kop
Tony Ondergewaardeerde parel uit één van de mooiste decennia van de jazz. Wat betreft populariteit was jazz op zijn retour hier maar dat maakt de kwaliteit niet bepaald minder. Uiterst toegankelijke funky postbop plaat dit me een Jimmy Heath die een hele andere kant op gaat dan wat ik van hem ben gewend. Ik ken Heath als brave bopper uit de jaren '50: een saxofonist met een heerlijke toon, prima techniek maar niet per definitie een bak aan creativiteit. Hij was echter ook lange tijd één van de beste vrienden van Coltrane en je ontkomt dan natuurlijk niet aan enige inspiratie...
En geïnspireerd klinkt hij hier. Net als wat andere mainstream saxofonisten (Frank Foster, Clifford Jordan en Harold Land) zocht Heath eind jaren '60 inspiratie bij de blackpower beweging en kwam met iets uitdagendere platen. Hij vond net als die andere saxofonisten onderdak bij nieuwe labels zoals Muse, Cobblestone, Mainstream en Strata East. Het pakt allemaal erg goed uit. Wereldschokkend is het niet maar man wat een heerlijke funky plaat en wat gaat Heath heerlijk los hier. Zoals reeds gezegd: zijn toon is prachtig. Hij komt binnen dit stuk muziek nog veel beter tot zijn recht: funky lijnen, rauwe toon op de tenor met hier en daar zelfs een heerlijke overblow.
Dat alles wordt begeleid door een uitstekende band: Cranshaw heb ik nog nooit zo horen 'grooven' als hier. Heath's broer op drums heeft me al vaker verbaasd met zijn enorme drumvermogen. Lange tijd kende ik hem als keurige begeleider van jaren '50 bop maar net als zijn broer heeft "Tootie" veel meer in zijn mars. Hij beukt er heerlijk op los maar geeft het album ook precies de structuur die het uitdraagt. Tot slot een jonge Kenny Barron: uitstekende sessiepianist die hier lekker uit de hoek komt met mooie lijnen.
Ontoegankelijk is het zeker niet, maar uitdaging is er voldoende. Lekker plaatje hoor
