Het is een misvatting dat critici verantwoordelijk zijn voor de reputatie van een artiest. Natuurlijk, ze dragen eraan bij, maar uiteindelijk is het in de meeste gevallen de artiest zelf die aanvankelijk bepaalt hoe hij wordt gezien. Met interviews, of juist een gebrek eraan, profileert hij zich en legt hij uit op welke manier zijn werk geïnterpreteerd moet worden. Een typisch voorbeeld hiervan is Blaxtar.
In zijn interview met Hiphopleeft zegt Blax bijvoorbeeld: "Wat muziek betreft ben ik ook best een unicum." Of: "Er is niemand die muziek en lyrics bij elkaar brengt zoals ik dat doe en gedaan heb.” En de beste is nog: "Er is een groep die het [mijn muziek] geniaal vindt. Dat zijn de mensen die het snappen. De mensen die het bagger vinden hebben gewoon de feel niet met het type tekstbehandeling dat ik er op na sla. Die mensen hebben liever gewoon een verhaal dat ze één op één kunnen volgen." Waar Blax’ verhaal eigenlijk op neerkomt: zij die het niet begrijpen, die willen het liefst platvloers vermaak.
Als jezelf respecterend recensent word je zodoende haast gedwongen Blaxtar dus uiterst serieus te nemen, anders ben je tenslotte iemand die er maar een simpele smaak op nahoudt. En dat terwijl de teksten op OZMO6:2 soms ook na menige herbeluistering niet of nauwelijks te volgen zijn. Neem een regel als "Maar te moeten blijven in iets zonder overtuiging//Is als voetballen met God die constant wonderen verricht," op het verder sterke We Leven Nog Steeds. Blax spreekt de regel uit alsof het om een zaak van ernstig belang gaat, maar de concrete betekenis blijft ook na veelvuldig luisteren onduidelijk En het kan best zo zijn dat Blaxtar er uiteindelijk iets simpels mee bedoelt, bijvoorbeeld dat het hier om een nogal demotiverende situatie gaat, maar waarom kiest hij dan voor een dergelijke, wat omslachtige verwoording? Natuurlijk, zulke regels kunnen altijd voorkomen, maar dit album staat er werkelijk vol mee - alhoewel moet worden gezegd dat de strekking van (nagenoeg) ieder nummer wel duidelijk is.
Aan de andere kant: origineel is het in elk geval wel, de soms cryptogram-achtige inhoud van Blaxtar. Bovendien is hij een kundige rapper, en als de beats ook nog eens de nodige energie hebben, zoals op de sterke opener K.I.M. (Kennis Is Macht), resulteert dit in aangename hiphoptracks. Sowieso luistert OZMO6:2 nogal prettig weg, omdat de beats constant een fijne opzwepende drumpartij als basis hebben en omdat de tracklist daarnaast een mooie opbouw kent - al is de Zoom Zoom Radio Skit halverwege een storend oponthoud. Bij nadere beluistering komt alleen helaas niet de beoogde extra laag naar voren; af en toe zitten er weliswaar aardige, doordachte lines tussen ("Niet omdat ik iets niet goed zou doen, maar omdat ik heel graag iets voor je had gedaan//In dit geval echter, is alles wat ik doen kan, je teleurstelling afwachten, en kijken hoe het met je gaat"), maar helaas komen daarvoor ook zo vaak weer weinig zeggende teksten tussen of dubieuze rijmvormen voor in de plaats ("Dus nu breng ik kleur, in de mix als Picasso//Iets meer muziek, iets minder macho").
Is dit onoverkomelijk? Nee, want zoals gezegd hebben we hier te maken met een kundige MC, een partij fijne beats en een goed uitgedacht album. Alleen blijft het ergens knagen dat Blaxtar er van alles mee wil zeggen. Dat zijn boodschap luidt: de mensen die geniaal zijn, zijn de mensen die dit snappen. Het probleem is namelijk dat deze intentie vrijwel constant in zijn stem doorklinkt, want Blaxtar spreekt zijn meeste zinnen ontzettend gewichtig uit, en daardoor krijgt het op den duur haast iets belerends, alsof er een leraar aan het woord is die duidelijk maakt hoe het moet. Op zich is dat geen probleem, het probleem is alleen dat hij regelmatig vergeet te laten blijken waarom het zo moet.
Hiphopleeft