Reijersen zou me vertellen of het de moeite waard was. Nu is Reijersen wel vaker slecht te peilen op de site en zo lag daar opeens post op de musicmeter-deurmat: een kadootje om uit te pakken zeg maar. Of hij daarmee wilde zeggen dat het inderdaad goed was durf ik niet te zeggen. De wegen van Reijersen zijn soms ondoorgrondelijk

Uiteraard gelijk uitgepakt en gedraaid. Na de eerste beluistering (op moment van schrijven ben ik aan de tweede beurt begonnen) durf ik het toch wel aan om er meer over te zeggen en daarmee de nieuwsgierigheid van EVANSHEWSON en eventueel andere users te bevredigen.
Bij de eerste tonen van
When Doves Cry vroeg ik mijn partner of hij dit herkende. Nee, was het antwoord. Wel sloeg het aan geloof ik maar dat kan komen door het wat glibberige klarinet-geluid à la Kenny G. Oei, wat zeg ik nu? Ja Kenny G: glad, glibberig en niet voor mijn oren bestemd. Jammer, want Cassandra Wilson vind ik zo slecht nog niet. Toen ik vertelde dat het een Prince-cover-album was kreeg ik als antwoord slechts 'O' (m.a.w. lekker belangrijk).
Het instrumentale
Venus De Milo is een opmerkelijke keuze gezien het feit het ook een instrumentaal 'tussendoortje' op Parade is. De cover is redelijk herkenbaar en heeft een beetje hetzelfde zoete geluid als het origineel. Ik voel me een beetje zitten in een goedkoop restaurant dat zich beter wil voordoen dan het is. Of loop ik nu juist in een woonmall op zoek naar die ene hippe bank?
Diamonds and Pearls is het favoriete nummer van partner aERo en dit werd wel gelijk opgepikt. Maar ja Phil Perry & Everette Harp zijn geen Prince & Rosie Gaines en jakkes daar is die glibberige klarinet weer. Dus ik natuurlijk vragen: hoe vind je dit? Antwoord: Niks. Duidelijk lijkt me...
Het is niet allemaal kommer en kwel op dit album.
1999 is hier een instrumentaal nummer geworden. Prince zelf zou het live zo kunnen brengen in één van zijn vele aftershows. Het swingt als een tierelier en het funkt alle kanten op door de blazers; lekker jazzy gitaartje erdoorheen en dit kan mijn goedkeuring dan weer wel krijgen.
Purple Rain wordt er een beetje doorheen gejast (het is hier ook beduidend korter in lengte). Noem het een beetje Norah Jones-achtige popjazz. Niet echt slecht, maar het voegt bitter weinig toe aan het origineel.
Kiss krijgt een sleazy tintje mee. Weg met die originele kale arrangementen moeten ze gedacht hebben. Het heeft wel wat moet ik zeggen. Jazz? Jazzy (met een klein snufje hip-hop). Meer niet.
Electric Chair schuurt dicht tegen het origineel aan. Ook hier is het een instrumentaal nummer geworden dat heel vaag doet denken aan de late Miles Davis. Electronische rock-jazz of iets dergelijks.
Van alle nummers vond ik zelf
The Ballad of Dorothy Parker het slechtst te herkennen. Dit nummer heeft een grondige verbouwing gekregen. Het is een beetje een nerveus nummer geworden waar ik bepaald niet rustig van word. Bedenk daarbij dat ik het origineel hoog heb zitten en dan is het lastig, erg lastig om goed mee uit de verf te komen.
The Question of U is dan weer beter geslaagd in mijn beleving. Zwoele nachtclub-jazz en prima gezongen. Iets warmer misschien dan het origineel, alleen is dat origineel wel een enorme Prince-favoriet van mij dus het is lastig concurreren, maar vooruit: ik kan dit wel geslaagd noemen.
Power Fantastic is lang een bekend nummer in het bootleg-circuit geweest eer het terecht kwam op de verzamelaar The Hits/The B-Sides. Bekend, omdat men dacht dat het een samenwerking tussen Prince en Miles Davis was. Dat was uiteraard een hoop eer voor Atlanta Bliss die in werkelijkheid de trompet voor zijn rekening nam. En deze cover? Een hoop geneuzel waar ik niet veel mee kan. Het werkt me (wederom) op mijn zenuwen.
Conclusie? Leuk om zo te horen, verstandig om tijdens een tweede draaibeurt al te voorzien van mijn mening, want ik verwacht niet dat ik dit nog vaak voor mijn plezier ga opzetten. Echt beroerd is het allemaal niet, maar mijn stukje taart is het zeker niet.