Sinds kort ben ik me weer enorm aan het verdiepen in deze band, die binnen het powermetal-genre wel zo'n beetje de vaandeldrager is. Rhapsody (wat later omgedoopt zou worden tot Rhapsody of Fire) is dan ook een ongelooflijk vette band met louter topmuzikanten.
De kern van Rhapsody bestaat ten tijden van dit geweldige debuut uit gitarist Luca Turilli en keyboard-speler Alex Staropoli: deze twee heren hebben de sound van Rhapsody bedacht, uiteengezet en geperfectioneerd tot een stijl die misschien niet al te origineel is binnen het metal-genre, maar wel uiterst goed is uitgevoerd.
Kosten noch moeite is bespaard gebleven om alleen al van dit debuut-album een knaller te maken van de eerste orde. Het knalt, is ontiegelijk melodieus, bombastisch en de invloeden uit de klassieke- en film- muziek zijn werkelijk niet van de lucht. En vooral die laatste invloeden, waar Turilli echt wel een behoorlijke stempel drukt hier qua songwriting, is overduidelijk verweven binnen de sound van Rhapsody. Op latere albums zou het zelfs allemaal nog bombastischer en theatraler worden. Turilli is dan ook vanzelfsprekend een enorme liefhebber van dit soort muziek.
Naast Turilli en Staropoli, worden de heren op dit album bijgestaan door voormalig Labyrinth-zanger Fabio Lione en drummer Daniel Carbonera. Een volwaardig bas-speler zou op dat moment nog niet zijn intrede doen, dus zijn deze partijen speciaal voor dit album ingespeeld door producer Sasha Paeth en Robert Hunecke.
Naast de muziek zou Rhapsody ook met een heus concept op de proppen komen, in de vorm van een fantasy-verhaal die begint bij dit album en eindigt bij Power of the Dragonflame. Later zouden nog meer concepten volgen, verspreid over de albums die daarna zouden komen.
Dat verhaal is natuurlijk best leuk, maar is vanzelfsprekend niet het belangrijkste element. Alles staat of valt met de muziek en deze is binnen het genre, wat ik al eerder meldde, zo'n beetje het beste wat je mag verwachten. Als je tenminste van bombastische en overweldigende melodieuze powermetal houd, compleet met orkestrale bijkomstigheden, koorzang en wat dan niet al. En zo nu en dan afgewisseld met folk- en middeleeuws-klinkende ‘tussendoortjes’ zoals in het geval van dit debuut, het wat melige “Forest of Unicorns”.
Op het debuut Legendary Tales klinkt de band behoorlijk evenwichtig, in die zin dat de combi tussen metal en klassiek ontzettend goed uitgebalanceerd is. Wat mede één van de redenen is, waarom dit album wat mij betreft al als één van de beste van de band gezien mag worden. Vanaf opvolger Symphony of Enchanted Lands zou de band hun sound verder expanderen, wat wel gevolgen heeft voor het songmateriaal. Niet dat de muziek vanaf de tweede plaat minder zou worden, maar de punch-in-your-face-stijl van het debuut zou minder zijn; nog meer zou het verhaal de nadruk op de muziek leggen, waardoor vooral de tweede plaat bijna als een metal-soundtrack voor een niet-bestaande fantasy-film beschouwd mag worden.
E.e.a. zou op het derde album Dawn of Victory weer wat bijgeschaafd worden, maar ook zou de band vanaf dat album een stuk harder en venijniger gaan klinken. Wat niet per se een minpunt is overigens.
Toch is de magie aanwezig op dit debuut, er eentje van het unieke soort. En er staan louter en alleen maar goede nummers op met als absolute uitschieters het meesterlijke “Rage of the Winter” wat een fenomenale compositie is vol fantastische overgangen, werkelijk schitterend gitaarwerk van Turilli en meeslepende zang van Lioni, die alhoewel hij met een zwaar accent zingt, toch hiermee voor de nodige charme zorgt. Alsof dat accent past bij de sfeer en de muziek en het algehele thema.
Naast “Rage of the Winter” worden de twee andere beste songs van dit album lekker voor het laatst bewaard in de vorm van de heerlijke meebruller “Lord of the Thunder” en de epische en prachtige afsluiter, namelijk het titelnummer.
De rest van de nummers doen er niet tot nauwelijks voor onder en zorgen ervoor dat Rhapsody met dit debuut een metal-klassieker heeft geschreven die ze qua productie en intensiteit met gemak zouden overtreffen op latere albums. Echter zou iets van de charme en authenticiteit van dit album moeten inleveren tegenover kracht, brutere metal-invloeden en betere producties. Wat overigens de opvolgers automatisch niet tot mindere platen maken. Integendeel: binnen de discografie van Rhapsody en later Rhapsody of Fire zou nog heel veel fraais volgen. Maar dat het niveau direct al zo hoog is op dit debuut, is natuurlijk al een klasse op zich en bewijst wat de band in huis heeft.
Een keurige 4,5 dan ook voor Legendary Tales.