Het is alweer een behoorlijke tijd geleden dat ik Strijd opzette. In mijn gebrekkige herinnering is nog wel blijven hangen dat de band destijds anders klonk dan de band die later albums uitbracht die klonken als een gruwelijk bombardement op alles wat naar beschaving riekt. Die Sammath, die volwassen werd met Across the Rhine Is Only Death en vooral met het ijzingwekkende Grebbeberg geen spaan heel liet van de luisteraar, kwam dus van heel ver.
Strijd is een ander beestje. En wat mij betreft toch eentje die we serieus mogen nemen. De agressie is er wel. Dit is nog steeds geen symfonische kaboutermetal, maar het is een ruwe diamant die zijn vorm nog zoekt. Hier geen industriële kilte of deathmetalachtige explosiviteit, maar eerder een duistere, welhaast idyllische blackmetalplaat die met beide benen in de jaren ’90 staat. Daar zit hem de kneep. Het eigen gezicht ontbreekt nog. Bandbrein Jan Kruitwagen joeg zijn inspiratiebronnen te nauw na. De riffs cirkelen, de drums zijn snel maar nog niet vernietigend, en bovenal hangt er een romantische sluier over de muziek. Niet zozeer in de teksten (daar is weinig knus aan), maar in de sfeer waar melancholie, tragiek, een verlangen naar strijd zonder overwinning de boventoon voert. Het is haast elegisch.
Wat me opvalt, is de ruimte in de productie. Waar Grebbeberg je het gevoel geeft dat je in een van zuurstof onttrokken bunker wordt overvallen, geeft Strijd lucht. Er wordt geademd. Er is zelfs ruimte voor nuance. En dat maakt het ook een plaat waar je achteromkijkend best gemakkelijk mee kunt leven.
Toch blijft het Sammath. Ik zal Kruitwagens exacte woorden op diverse fora niet herhalen. Laten we het erop houden dat er geen concessies worden gedaan en er dus niet al teveel melodieuze hooks worden aangedragen. Hoewel er soms heus zachtjes een toetsenbord meezoemt. Alleen heeft het niet de intensiteit van de volwassen variant van de band. En dat maakt Strijd eigenlijk best charmant. Je hoort een band op weg naar iets groters. Naar de eigen stem die pas jaren later tot volle wasdom komt.
Want laten we eerlijk zijn: wie Grebbeberg hoort, weet dat Sammath daar iets heeft gevonden dat groter is dan woede. Daar klinkt pure destructie. Ik ben zoals je leest een groot fan van die plaat. Strijd is het verre voorstadium, maar daarmee niet minder boeiend. Integendeel: het is de enige plaat in hun catalogus waarop je Sammath nog menselijk zou kunnen noemen. Voor wie het ambachtelijke zwartmetaal van weleer een warm hart toedraagt, is het best leuk om het plaatje in (her)overweging te nemen.