Bij het sorteren van mijn cd's kwam ik deze tegen. Nog ingepakt en wel, gekocht ooit in Frankrijk en toen ergens thuis opgeborgen.
Op bandcamp staat het volgende : "Mich Gerber is een eclectische, innovatieve en uitzonderlijke contrabassist die een ongekende muzikale kunstvorm definieerde door de contrabas als leadinstrument te bespelen.
Mich Gerber vervaagt de grenzen tussen jazz, klassiek en traditionele folksong, tussen oosters en westers, tussen oude muziek en elektronica."
Ik herken dit wel, toen ik de cd een paar keer heb beluisterd. Het heeft verschillende invloeden, zonder meer oosterse, maar op een gegeven moment klonk er ook wat Afrikaans/Keltisch door, zoals we kennen van Afro-Celt Sound. Zoals deze groep twee stijlen combineert, pakt Mich Gerber het nog grootser aan. Ook neo klassiek en jazz worden meegenomen en inderdaad zoals het bij bandcamp al staat, tussen oude muziek en elektronica.
Mich Gerber komt uit Zwitserland en ik weet niet of dit het derde of vierde album is van deze componist/muzikant. De contra bas (hij bespeelt een 200 jaar oud instrument) speelt de hoofdrol bij Mich Berger. Dit album 'tales of the wind' gaat , dat zal niemand verbazen, heeft als concept de wind in allerlei vormen.
Als kleine windvlagen die onschadelijk met bladeren spelen en ze op de grond laten dansen tot een dreigende en meedogenloze naderende storm – zo klinkt de veelzijdige muziek op dit album. De componist laat zich beïnvloeden vanuit alle windrichtingen, met oosterse harmonieën en ritmes, maar ook met mooie melodieën.
Het eerste puur instrumentale stuk (de meeste zijn dat), "Shamal" (Arabisch voor "Noord") is een soort verdeling tussen drama en verlangen met meerdere contrabaslijnen. Gecombineerd met oosters geïnspireerde melodieën beschrijft Gerber muzikaal een wind die opstijgt uit de moesson boven Pakistan en Afghanistan. De hele plaat draait om deze veelzijdige natuurkracht. Mich Gerbert creëert zandstormen, windstoten en warme briesjes met contrabas, gitaren, samen met keyboard, bansurifluit en percussie. Op 2 nummers is er ook een zangeres aanwezig , een zekere Jael die in de groep Lunik zit. Zelf had dat voor mij niet gehoeven, dan wordt het meer popmuziek, wat afbreuk doet aan de rest.
De productie ademt wel sterk de jaren de tijd na 2000 uit, zeker zo rond 2005. De te aanwezige percussie, wat overgeproduceerd, zoals wel vaker het geval was toendertijd. Dat is eigenlijk wel jammer, want ik denk een wat sobere productie had een beter effect gehad.
Op zich wel ergens een verrassende plaat, zeker door de contrabas, maar door de productie en ook de twee voacale nummers blijf ik steken op 3,5 ster.